Column: Kom, verwondert u mensen

Column: Kom, verwondert u mensen

Jaren geleden ging Jon Brakelé met zijn ouders naar het kerstspel van de NPB en dat maakte diepe indruk op hem. 

Mijn ouders waren niet ‘kerks’. Maar één keer per jaar gingen we, met z’n allen, naar De Protestantenbond in Hilversum om het kerstspel te zien.

Als ik het lied “Komt, verwondert u hier mensen” hoor moet ik daar altijd aan terugdenken: de bomvolle kerk; de lichtjes; de reusachtige kerstboom met èchte kaarsjes.

Hoewel de vuurwerkramp in Volendam nog niet had plaatsgevonden – het was vóór 1940, en er waren erger rampen op komst – zat ik constant te kijken of die boom niet in vlammen op zou gaan. Gelukkig liep er een eerbiedwaardige heer rond die met een spons aan een stok de opgebrande kaarsjes doofde. Aanvankelijk dacht ik dat het de dominee zèlf was, maar het bleek de koster te zijn.

Nee, de dominee verscheen later pas. Zodra hij begon was er geen twijfel mogelijk. Alle vrijzinnige predikanten hadden in die tijd hetzelfde karakteristieke toontje, dat je ook bij de VPRO hoorde, toen nog een keurige omroep voor de betere standen. Precies weet ik het niet meer, maar dominee sprak ongeveer als volgt:

“Wij zijn hier vanavond bijeengekomen voor het kerstspel dat, zoals ieder jaar, door jongeren zal worden opgevoerd. Maar naar mijn stellige overtuiging heeft deze eenvoudige uitbeelding van het kerstgebeuren ook voor volwassenen zijn betekenis….”

Zodra hij uitgesproken was - lang duurde het zelden – klonk achter in de kerk fluitspel. Op de wijs van “Komt verwondert u hier mensen”, kwamen de spelers door het middenpad naar voren, in een lange stoet, als deelnemers aan een middeleeuws mirakelstuk. Voorop de fluitspeler, daarna de evangelist, meestal een theologisch student die uit Leiden was weggeplukt. Hij droeg een gewaad dat voor een toga door kon gaan, en torste een kloeke bijbel.

Na de evangelist volgden de engelen, zorgvuldig gekamde meisjes in het wit, met kransjes in het haar, en daarachter Jozef en Maria; hij steunend op een ruwhouten stok, zij als een devoot nonnetje naast hem. De wijzen uit het oosten liepen natuurlijk ook mee, statig, zoals van hooggeplaatsten verwacht mag worden…. Diepe ernst alom.

Alleen de herdertjes sprongen wel eens uit de band. Ze vormden de jongste groep: branieachtige koppies onder bontmutsen waar de actiegroep “Lekker dier ” zeker bezwaar tegen zou hebben gemaakt. Wisten die kinderen veel!

Wat waren het, achteraf gezien, overzichtelijke tijden! Pim Fortuyn en Theo van Gogh moesten nog gebóren worden; leraren werden met ‘ u’, en ministers met ‘excellentie’ aangesproken, naschoolse opvang was onbekend; en van de ideeën van Hitler hoopte je  - tegen beter weten in - dat ze wel méé zouden vallen….

Ook de herdertjes liepen met stokken. Om wilde dieren te verjagen. Maar ze gingen er bij de ‘generale’ ook elkaar wel eens mee te lijf.

Vóór in de kerk gekomen beklommen de spelers een podium. Maria ging bij het kribje zitten, Jozef stond naast haar. De anderen vormden een carré. De herdertjes, uitgeput door het schaapjes tellen, legden zich ter ruste.

Dan begon het spel. De evangelist las voor uit het evangelie van Lucas, en de kinderen speelden, met ernstige snoeten, de episode na: de aankondiging; de tocht naar Bethlehem; de herberg die vol was; de geboorte in de stal……. Bij het: “Toen Maria’s dagen vervuld werden” gingen de engelen om het kribje staan. Als ze vervolgens weer uiteen weken brandde er een kaars bij de kribbe.

Het was allemaal zo ontzettend púúr. In deze tijd, waarin letterlijk álles op de buis komt en geen enkel heilig huisje ontzien wordt, kun je je die sfeer nauwelijks meer voorstellen; de ernst waarmee de kinderen speelden; de stuntelig opgezegde teksten; de glanzende ogen…..

Het spel ging door. De koningen – of wijzen - die woorden waren blijkbaar synoniem – hadden een ongewoon heldere ster waargenomen en kwamen met goud, wierrook en mirre, in zekere zin het allereerste kerstpakket uit de geschiedenis, aangedragen door allochtonen.

Ook de herdertjes kwamen naar de stal. Opgeschrikt door de verschijning van de engelen hadden ze hun kudde zomaar in de steek gelaten om het kindje te zien en hun mutsjes voor de kribbe te leggen.

Na het zingen van “Er is een kindeke geboren op aard “, en nadat de wijzen – op hoog bevel - door het zijpad vertrokken waren om Herodes te misleiden, was het spel afgelopen. Een waargebeurd sprookje dat elk kind zou moeten kennen maar dat ondergesneeuwd lijkt door “Jingle bells”, kerstarrangementen en consumptiecultuur.

Even plechtig als ze gekomen waren vertrokken de spelers weer. Applaus in een kerk was in die tijd ongepast. Terwijl we zwijgend naar buiten schuifelden verschenen de spelertjes op het balkon. Bevrijd van stress en adrenaline zongen ze uit volle borst: “Engeltjes die door het luchtruim zweven”.

Ook bij het horen van dát lied moet ik aan vroeger denken.

Met een vleugje weemoed….

Jon Brakelé

Deel dit

Steun de VVP

Laat de vrijzinnige vlinder vliegen.

WORD DONATEUR

Zoeken

Contact

Vereniging van Vrijzinnige Protestanten
Joseph Haydnlaan 2a 
3533 AE Utrecht                       
030-8801497
info@vrijzinnig.nl
Klik hier voor meer contactgegevens

twitter310facebook

   

 



Agenda

23 Nov 2017
Apeldoorn Regentessekerk

Introductie in de Amerikaanse vrijzinnigheid


23 Nov 2017
Assen Odd Fellowhuis

Lezing 'Gemeenschap scheppen'


23 Nov 2017
Oudshoornse Kerk

Lezing ´Muziek van vrouwelijke componisten´


Column

  • Column: Alles kapot!

    Beeldenstormen. Het is van alle tijden. Soms kan het nuttig zijn, maar meestal is het ingegeven door angst, aldus Foekje Dijk.