Vereniging van Vrijzinnige Protestanten

VVP

Vrijuit verder

Vrijuit verder

Lezing door ds. Klaas Douwes, vrijzinnig predikant in de Regentessekerk te Apeldoorn, gehouden op 1 oktober 2016 ter gelegenheid van 111 jaar vrijzinnigheid in Assen.


VRIJUIT VERDER

Het was 1 oktober. 1 oktober 1902, toen in Groningen de Vrijzinnig-Godsdienstige Studenten-Vereeniging werd opgericht. Het was de eerste vrijzinnige studentenvereniging in Nederland en daarmee feitelijk het beginpunt van de vrijzinnige jeugdbeweging. 1 oktober, 1902. Dit jaar ben ik begonnen met een promotieonderzoek naar de geschiedenis van het vrijzinnig jeugdwerk. Ik zou jullie er daarom graag meer over willen vertellen, maar het historische deel van vandaag hebben we al gehad. Dat wordt 'm dus niet. Misschien is het een idee voor de viering van het 115-jarige bestaan van de VVP Assen (tenminste, ik neem aan dat er dan weer een feestje komt).

Terug naar het heden. 1 oktober 2016. Of eigenlijk: vooruit naar de toekomst! Want daarvoor ben ik hier. Als jongste vrijzinnige voorganger van Nederland werd mij gevraagd of ik voor deze dag een blik op de toekomst wilde werpen. En dat doe ik graag. Want vrijzinnig zijn is uiteindelijk niet in de eerste plaats omkijken – hoe mooi én noodzakelijk dat ook is – of stilstaan – we staan er straks nog bij stil – maar bovenal vooruitgaan. 'Vrijuit verder', heb ik daarom als titel boven mijn stuk gezet. Ik ga nu dus met u vooruitkijken. Maar hoe doen we dat? Kijk, ik ben geen ziener, geen toekomstvoorspeller. En zelfs als ik dat wél was, zou ik hier geen schijn van kans maken met mijn waarzeggerij, voor dit nuchtere, redelijke publiek. Maar vooruitkijken is dan ook iets anders dan voorspellen. Wat ik daarom wil doen is een heel vrije en heel bescheiden visie uiteenzetten. Een visie over waar het heen moet met de vrijzinnigheid. Vanuit mijn eigen situatie. Hoewel, visie is misschien wat een te groot woord voor deze vluchtige schets met grove streken. Het is eerder een persoonlijke vingerwijzing. Maar wel een vingerwijzing met droge vingers. Want alleen maar nattevingerwerk, daar schieten we geen steek mee op. Hoe kan de vrijzinnigheid op haar best zijn, dat probeer ik te beantwoorden.

Zoals ik zei ben ik op dit moment de jongste vrijzinnige voorganger. Om u een indruk te geven van mijn leeftijd: ik was nog niet geboren toen er werd begonnen aan de bouw van de Kanaaltunnel, tussen Frankijk en het Verenigd Koninkrijk. Zolang ik leef is er slechts één Elfstedentocht geschaatst. De Koude Oorlog heb ik nooit bewust meegemaakt. Ik werd twee jaar oud in de week na de val van de Berlijnse muur. Zo jong ben ik. Van de generatie Y. Er is van alles wat ik niet heb meegemaakt. En één daarvan, één van die dingen van vóór mijn tijd zijn de hoogtijdagen van de kerk. Weliswaar ben ik gelovig opgevoed, maar 'de kerk' was toen al verregaand verlaten. Ik weet niet anders dan van een kerk die een vrij marginale rol speelt in de samenleving. Een kerk die doorgaans door slechts een handjevol – overwegend oudere – mensen wordt bezocht. Over de kerk maak ik mij daarom geen al te grote illusies. En dat geeft lucht. We zijn met weinig en dat is wel best. Gesomber over teruglopende aantallen kerkgangers laat ik graag aan mij voorbijgaan. Alhoewel, dat kan ik nu wel mooi zeggen, maar die vlieger gaat uiteraard niet helemaal op. Dat de vrijzinnigheid zo langzamerhand wel een héél klein clubje wordt, gaat ook mij niet in de koude kleren zitten. Ik zal straks toch niet de laatste vrijzinnige voorganger zijn? Dat weiger ik te geloven. Zolang er protestanten zijn, zullen er vrijzinnige protestanten zijn. Zolang er christenen zijn, zullen er vrijzinnige christenen zijn. Zolang er gelovigen zijn, zullen er vrijzinnige gelovigen zijn. Al dan niet georganiseerd. De vrijzinnigheid heeft toekomst! Maar hoe? Het ei van Columbus heb ik voorlopig nog niet gevonden. Mocht u een tip hebben, laat het me dan weten.

Wat in ieder geval al zou helpen, is om al die kleine vrijzinnige kerkjes en groepjes, die maar op zichzelf blijven aanmodderen, eens bijeen te schuiven. Remonstranten, VVP, Vrijzinnigen Nederland (voorheen NPB), apostolischen, eventueel nog de doopsgezinden en lutheranen. Samen verder als één vrijzinnige geloofsgemeenschap. Maar ik verwacht niet dat dat er ooit van komt. Daarvoor zijn vrijzinnigen veel te koppig, eigenwijs en gehecht aan de eigen nestgeur. Organiseren is nooit een sterk punt geweest van vrijzinnigen, dus laten we daar ook niet de oplossing in zoeken. Beter zetten we in op het vrijzinnige gedachtegoed en op de vrijzinnige mentaliteit. Hierin ligt ons vuur. Alleen dan niet met het idee dat we daarmee onze duizenden zullen verslaan.

Vanaf de opkomst van het vrijzinnig protestantisme in de negentiende eeuw is al geprobeerd om het vrijzinnige gedachtegoed te populariseren. Het ideaal leefde om van de vrijzinnigheid een brede beweging te maken, de kerk van de toekomst. Want iedere weldenkende gelovige die met beide benen in de moderne cultuur staat en de wetenschappen serieus neemt, zou toch vrijzinnig moeten worden. En bovendien, de hele maatschappij zou er ook op vooruitgaan, wanneer er meer vrijzinnigheid was. De wereld zou er een stuk verdraagzamer, vriendelijker én genuanceerder van worden. Uitdrukkingen als 'evangeliseren', 'zending bedrijven' of 'missionair zijn' laten weliswaar een wat vieze smaak achter in de mond van menig vrijzinnige. Toch ontwaar ik hier dus een pretentie in de vrijzinnigheid – een universele pretentie. Niet alleen in het verleden, maar ook in het heden. Ondanks dat de georganiseerde vrijzinnigheid qua aantallen zo'n kleinigheid is, leeft het idee dat zij groter is dan haar aantal doet vermoeden. In zijn oratie eerder dit jaar – ter gelegenheid van zijn benoeming als hoogleraar vrijzinnige religiositeit en humanisme – sprak Laurens ten Kate bijvoorbeeld over de 'vrijzinnige conditie' van de gehele moderne samenleving. Hij bedoelt daarmee dat de zin van ons bestaan niet langer een gegeven is, aangereikt door een dominante geloofstradtie, maar dat de moderne mens, iedere moderne mens, zelf zin moet scheppen. Al koestert Laurens ten Kate niet de illusie dat iedereen vrijzinnig zal worden. Dat is voor de meesten toch een stap te ver.

En ik moet ook eerlijk bekennen: ik zou heel wantrouwend worden wanneer de vrijzinnigheid ineens uit zou groeien tot een massabeweging. Dat past op de één of andere manier niet bij haar. Want vrijzinnig zijn is verdraaid lastig. Het is namelijk kunnen leven bij een betrekkelijk onbesliste overtuiging. Leven in een blijvende vraag. En dat is nu eenmaal niet iedereen gegeven. Het klinkt misschien arrogant, elitair. En dat is het denk ik ook. De vrijzinnigheid is en zal nooit een volksbeweging worden. Zij blijft in de marge. Maar juist in die marge ligt volgens mij haar potentie. Laat die kwantiteit maar voor wat het is en focus op kwaliteit. We zijn een wat intellectualistische elite en dat is wel best. De vrijzinnigheid op haar best...

Want op haar best ontpopt de vrijzinnigheid zich tot een hardnekkige luis in de pels van kerk en maatschappij, ook al wordt die niet altijd opgemerkt. Op haar best is zij de rust in het muziekstuk dat leven heet. Een kalme plaats voor bezinning, want zo'n plaats is tegenwoordig wel nodig. Op haar best, zeg ik nadrukkelijk. Op haar best heeft de vrijzinnigheid het karakter van een avant-garde, een voorhoede. Of beter nog: een zijhoede. Want ik sla liever zijwegen in, ik dwaal liever op omwegen dan dat ik voorop loop. Een zijhoede dus, van mensen met een Pippi Langkousgeloof - die doet haar eigen zin - en een bijbehorende Pippi Langkoustheologie - richt de wereld in wiede wiede naar mijn eigen zin. Op haar best vormt de vrijzinnigheid een gemeenschap van mensen die uit de pas lopen, samen elk een eigen kant op. Op haar best biedt de vrijzinnigheid een vluchtheuvel voor datgene wat daarbuiten geen naam mag hebben. Een toneel waar de dingen uitgedrukt worden in woorden, in beelden, in klanken en niet zozeer in cijfers. Op haar best is zij een speeltuin voor het ongerijmde, het ongezochte, het stomme toeval. Een narrenschip dat schijnbaar doelloos ronddobbert op de golven van de wereld. Een vrijplaats voor onnut. En op zijn best is spreken over rendement vloeken in de vrijzinnige kerk.

Zo zie ik de vrijzinnigheid in de toekomst voor ogen. Een warm, vriendelijk, doorleefd geloof, dat zichzelf op de hak durft te nemen. Met een diepgaande, creatieve, ruimtescheppende theologie, die zichzelf zo nu en dan durft tegen te spreken. En als hart daarvan een voortdurende zoektocht naar zin én onzin, en dat alles gepaard met liefdevolle zorg en aandacht voor onze aarde en haar bewoners. Zullen we dat allemaal bereiken? Ik betwijfel het. Maar dat is ook niet waar het om draait. Het gaat erom dat we vrijuit verder blijven gaan, met plezier op weg blijven en ook de waarde ontdekken van het onderweg zijn zelf. En, bijna net zo belangrijk, dat we nu en dan eens blijven stilstaan. Bijvoorbeeld om een feestje te vieren.

Tot slot – ik kan het niet laten – eindig ik met een gedicht. Het te pas en te onpas met gedichten op de proppen komen is toch een erfenis van mijn stagetijd hier bij de VVP in Assen, onder de hoede van Foekje Dijk. Maar poëzie kan nu eenmaal vaak in een aantal verzen zeggen wat proza niet of nauwelijks onder woorden weet te brengen. Ithaka heet het gedicht, van Konstantínos Kaváfis. Ithaka, naar het thuiseiland van Odysseus, de Griekse held uit de Trojaanse oorlog. Pas na een lange zwerftocht, langs omwegen en dwaalwegen, kwam Odysseus weer aan op Ithaka. Hoe vaker ik dit gedicht lees, des te enthousiaster ik besef: ja, dit is precíes mijn vrijzinnigheid. Dít is vrijzinnigheid op haar best. Luistert u maar...

ITHAKA

Als je op je tocht naar Ithaka vertrekt,
Smeek dat je weg heel lang mag zijn,
vol avonturen, vol ervaring.
De Laestrygonen en de Cyclopen,
en de toornige Poseidon moet je niet vrezen;
zulke wezens zul je nooit vinden op de weg,
als je denken hoog blijft, als een uitgelezen
bewogenheid je lichaam en je geest bezielt.
De Laestrygonen en de Cyclopen,
de woeste Poseidon zul je niet ontmoeten,
als je ze niet met je meedraagt in je ziel,
als je ziel ze niet voor je ogen plaatst.

Smeek dat je weg heel lang mag zijn.
Dat er vele zomerse morgens zullen zijn
waarop je, met wat een voldoening, wat een vreugde
zult binnengaan in voor het eerst aanschouwde havens;
en dat je moogt vertoeven in Phoenicische stapelplaatsen,
en daar goede waren kopen kunt,
parelmoer en koralen, amber en ebbehout,
en zinnestrelende parfums van elke soort,
zo overvloedig als je kunt zinnestrelende parfums;
en dat je naar veel steden in Egypte gaan moogt
om te leren en te leren van de wijzen.

Houd altijd Ithaka in je gedachten.
Daar aan te komen is je bestemming.
Maar overhaast de reis volstrekt niet.
Beter dat die vele jaren duren zal,
en dat je, oud al, landen zult op het eiland,
rijk met alles wat je onderweg hebt gewonnen,
niet verwachtend dat Ithaka je rijkdom geven zal.
Ithaka gaf je de mooie reis.
Zonder dat eiland was je niet op weg gegaan.
Verder heeft het je niets meer te geven.

En als je het armelijk vindt, Ithaka misleidde je niet.
Zo wijs als je bent geworden, met zoveel ervaring,
zul je al begrepen hebben wat Ithaka's betekenen.

 

 

Deel dit

Zoeken

Contact

VVP Assen

secretaris:
J. van den Poll
tel. 0592 - 37 30 50
vvpassen@gmail.com

VVP Assen op Twitter

Agenda

24 Dec 2017
Doopsgezinde kerk

Kerstavonddienst VVP: Foekje Dijk


31 Dec 2017
Doopsgezinde kerk

Oudjaarsdienst : Foekje Dijk


04 Jan 2018
Overige

Bestuursvergadering


07 Jan 2018
Jozefkerk

Nieuwjaarsbijeenkomst


19 Jan 2018
Overige

Bestuursvergadering