Vereniging van Vrijzinnige Protestanten

VVP

De appel

De appel


MALUS

Een woord, in juisten vorm gesproken, is als gouden appelen op zilveren schalen
[Spreuken 25: 11, StV]

... en waar is Eva? Niet bij de appel in ieder geval! Dat Adam werd verleid met een appel is een hardnekkig misverstand. Daarover later.

De appelboom wordt wel omschreven als een kleine en warrig groeiende boom met talrijke zijtakken. En klein is relatief want de oorspronkelijke boom kon tot 15 meter hoog worden.

appel03
foto: Doris Anthony, Berlin
... en warrig is hij

 

Bij appels denkt men al gauw aan grote sappige Jonathans of Golden Delicious. Maar de appel die in Israel groeide was kleiner dan de exemplaren die wij kennen en lang niet zo lekker. Over de oorsprong van de appel is veel gespeculeerd. De meeste verwijzingen gaan naar Kazakstan en de hoofdstad Alma-Ata wordt dan ook 'grootvader van de appels' genoemd. Dat de appel groter werd en gevarieerder is pas iets van de laatste 200 jaar. En de gedachte dat appels vroeger groter en lekkerder waren werd misschien ook wel gevoed door de mythologie waar regelmatig begerenswaardige en zelfs gouden appels werden vermeld.

 

appel04                  appel05  
 
appel06
foto: Wilhelm Lauche

 

De appel had oorspronkelijk een bedenkelijke reputatie. Dat vinden we terug bij o.a. Vondel die in zijn 'Jozef in Egypte' dichtte:
In paradijzen nestlen slangen
De slangen hangen boven ’t hoofd
Daar goude en blozende appels hangen
Dies wacht uw vingers, wacht uw hand
Noch vat de Dood niet met uw tand

En schuld aan die reputatie was het verhaal van Eva. Maar de Bijbel noemt in dit verband nergens de appel: in alle vertalingen wordt gesproken van een vrucht: de vrucht van de boom van kennis van goed en kwaad. De Concordantie acht het waarschijnlijk dat het een abrikoos is geweest omdat die het meest met de beschrijving overeenkomt en in Palestina overvloedig voorkomt.
Aanvullend uit de volksmond: de adamsappel is zo genoemd omdat Adam van de genoten appel een stukje in de keel is blijven steken.

Maar de Bijbel noemt de appel diverse malen in bijvoorbeeld het Hooglied en dan in positieve zin. En ook de katholieke heiligen hadden soms van doen met de appel. Aan de apostel Mattheus wordt in sommige streken een rol als ooftschenker toegeschreven:
'Mattheus, Mattheus, geef ons appelkens en peerkens'.

De juiste woorden op het juiste moment zijn prachtig, net als gouden appels op een zilveren schaal   [Spreuken 25: 11, BGT]
Als een appelboom onder de bomen des wouds ...  [Hooglied 2: 3, StV]
De geur van uw adem zij als appels  [Hooglied 7: 8, NBG]
Ik zeide: Ik zal op den palmboom klimmen, ik zal zijn takken grijpen; zo zullen dan uw borsten zijn als druif trossen aan den wijnstok, en de reuk van uw neus als appelen.  [Hooglied 7: 8,StV]  (tikkie anders dus!)
Want je adem is zo zoet als een appel  [Hooglied 7: 10, BGT]

 

 

Deel dit

Zoeken

Contact

VVP Assen

secretaris:
J. van den Poll
tel. 0592 - 37 30 50
vvpassen@gmail.com

VVP Assen op Twitter