Als nieuw

Ik ging naar de winkel om
iets wat bestond te kopen.
Ze konden mij daar niet verstaan,
dus wees ik kleur aan, zweeg hoe hol,
boog ik hoe rond, trilde hoe licht,
bewoog ik hoogte, lengte, breedte.
Ze zeiden: wiewie wiewiewie
en legden heel hun toonbank vol
met veel wat ik niet wilde.
Ik moest naar huis terug. Ik moest
er woorden bij. Maar hoe te weten
of wat ik met mijn woorden zei
en zij in hun taal anders ook
in hun taal net zo heette.

Aan bovenstaand gedicht van Joke van Leeuwen moest ik denken toen ik me bezon op deze periode van het kerkelijk jaar: de veertigdagentijd, 40 dagen op weg naar Pasen. Tijd om nog meer stil te staan bij het leven en de manier waarop we dat vorm geven. Tijd, voor mij, om te proberen weer met nieuwe ogen naar de oude situatie te kijken.

En nadenkend over het woord ‘nieuw’ vroeg ik me af hoe het zou zijn wanneer alles om je heen nieuw voor je is. Want wanneer wij in deze periode opnieuw willen beginnen (bijvoorbeeld door tijdelijk dingen te laten of anders te doen) dan is dat natuurlijk een kunstmatig nieuw begin. In onze omgeving blijven de dingen bij het oude en daarom vind ik het ook zo moeilijk om de hele vastentijd mijn plannen voor die periode (niet snoepen, meer tijd voor bezinning, anders met de dingen en de mensen om me heen omgaan) vol te houden.

Maar dit gedicht is geschreven vanuit het perspectief van iemand die in een situatie terecht komt waarin veel werkelijk vreemd is voor haar. Wie weet dat de dichteres zelf als kind vanuit Nederland naar Brussel verhuisde (het gezin volgde haar vader die predikant was), ontkomt er niet aan dit gedicht vanuit die biografie te duiden. Een Nederlands meisje dat de Franse taal nog niet machtig is in een winkel in Brussel. Een bang avontuur is het voor een kind dat weggerukt is uit haar vertrouwde omgeving.

Hoe is het als alles nieuw is? Dat kan een spannende uitdaging zijn, het kan je de kans geven om alles eens helemaal anders te doen, maar net zo goed kan de angst je om het hart slaan. In elk geval dwingt het je om opnieuw je positie en je rol te bepalen. Maar dat kan pas goed wanneer je je de basisregels van je nieuwe omgeving hebt eigen gemaakt.

Soms zou ik willen dat ik het – bijvoorbeeld in deze kerkelijke periode – ook kon: de dingen en de mensen om me heen weer als nieuw zien en echt een nieuw begin maken zonder de ballast uit het verleden.

En tegelijk realiseer ik me dat dat verleden, met alle vertrouwdheid en geschiedenis die daarbij horen, ook een waardevol anker is in mijn bestaan. Zoveel mensen die gedwongen ontworteld worden (denk maar eens aan de vluchtelingenstromen overal te wereld) missen in hun leven iets essentieels, iets wat niet zomaar weer ergens anders op te bouwen is. En daarom koester ik mijn geworteldheid ook en ben ik dankbaar voor verbindingen die mijn leven verdiepen en die een basis vormen waarop ik telkens weer terug kan vallen.

Eigenlijk zouden we het alle twee moeten hebben en houden: de frisheid van het nieuwe en vernieuwende en de steun van alles wat vertrouwd is. Misschien dat dat wel mijn uitdaging is, om die twee polen present te laten zijn in mijn leven. Te beginnen in de tijd naar Pasen toe.

En dat vind ik ook mooi om met elkaar te delen: wat wil je bewaren en welke nieuwe dingen ontdek je nog?

Om dat te doen hebben we het trouwens wel nodig om dezelfde taal te spreken. Ook dat thema is in dit gedicht prachtig verwoord. En daarbij komt dan de vraag op wat dat betekent: dezelfde taal spreken. Soms hangt dat inderdaad af van iets simpels als woordkennis, maar vaak gaat het veel dieper: wanneer begrijpen we elkaar? Mensen praten dikwijls langs elkaar heen en andersom voelen we soms woordeloos aan wat een ander bedoelt.

Juist wanneer we met elkaar iets willen delen van wat ons raakt en draagt is het essentieel om op dezelfde golflengte te zitten. Niet altijd is dat vanzelfsprekend. Soms is het zelfs een pijnlijk proces en bijna altijd moeten we ons best ervoor doen. Maar uiteindelijk is die communicatie van hart tot hart wel datgene wat het leven diepte geeft en waarde. Wanneer we over grenzen heen elkaar leren te begrijpen. Wanneer we kunnen uitleggen wat ons inspireert, wanneer we elkaar kunnen bemoedigen en wanneer we elkaar zo kunnen aanspreken dat we door de ander de dingen om ons heen weer als nieuw kunnen gaan zien en zo steeds opnieuw de wereld herontdekken, eigenlijk op welk moment van het jaar dan ook!

Kim Magnée-de Berg
Interim-voorzitter

Deel dit