Altijd online?

Altijd online?

Al een tijdlang twijfel ik er over of ik nu wel of niet een smartphone zal aanschaffen. Aan de ene kant kan ik me het leven zonder internet niet meer voorstellen. Het is zo simpel om een hotel of vliegreis te reserveren, een adres op te zoeken of even op buienradar te kijken wanneer je het best naar de stad kunt fietsen. Via e-mail en skype onderhoud ik direct en snel contact met collega’s in Amerika. Ideaal! En je werk doen zonder behulp van internet bestaat eenvoudig niet meer. Op de universiteit lag onlangs het systeem een week ‘down’, en gingen mensen in arren moede hun kamer opruimen. Maar wil ik wel altijd online zijn? Wil ik wel op vakantie of tijdens een zondagswandeling in de verleiding komen om even mijn e-mail te checken?

Door internet is het straatbeeld enorm veranderd. In bus of trein, zittend op een terrasje, zelfs op de fiets: iedereen zit op een schermpje te turen. Het toppunt vond ik dat ik in de pauze van een uitvoering van de Johannes Passion, in de rij voor de toiletten, iedereen op zijn smartphone bezig zag;  al kan dat geweest zijn om te twitteren hoe mooi het concert  was.

Als religiepsycholoog interesseert me wat dat eeuwige online zijn betekent voor hoe mensen in het leven staan. Je krijgt daardoor nauwelijks meer de kans om ‘niets’ te doen, je hoeft je nooit meer te vervelen. Terwijl ‘niets doen’ eigenlijk heel belangrijk is. Het helpt je om je open te stellen, om je heen te kijken, de omgeving op je in te laten werken. Om inzicht te laten rijpen en creatieve invallen te krijgen. Belangrijke inzichten krijg je immers vaak onder de douche (al las ik pas dat er nu smartphones zijn die tegen water kunnen…).

‘Niets doen’ helpt om het vermogen tot receptiviteit – openstaan en ontvangen – te ontwikkelen. En dat is nodig voor religie en zingeving. Inspiratie en creativiteit gedijen bij niets doen. Geen wonder, dat mindfulness en meditatiecursussen tegenwoordig zo populair zijn. Dagelijks een kwartier of een half uur je gedachten leegmaken, loslaten en openstaan voor wat je voelt en waarneemt. Dat deed je vroeger vanzelf, op de fiets, wachtend in een rij voor de kassa – of tijdens het orgelspel en momenten van stilte in de kerkdienst.

Ach, met internet is het zoals met alle nieuwe communicatiemiddelen: er zijn voor- en nadelen. ‘Alles met mate,’ zoals mijn oma zei. Ik vermoed dat die smartphone er wel zal komen. Wel hoop ik dat ik de discipline zal kunnen opbrengen om hem in mijn tas te laten als ik ergens moet wachten.

Hetty Zock

Hetty is hoogleraar Godsdienstpsychologie & Geestelijke verzorging en bijzonder hoogleraar Geestelijke Verzorging namens het KSGV en de VVP. Beide aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Deel dit