Column: Advent

Column: Advent

Een nieuwe column van Arne Jonges over het nut van de Adventstijd. 

Het ritme van het jaar door de eeuwen heen wordt bepaald door feesten. Veel van die feesten hebben een oud, niet-christelijk verleden: Carnaval, St. Maarten, Sinterklaas en het eeuwig heidens groen laat het naar Kerstmis ruiken.

Dat groen heeft de tijd meer getrotseerd dan de christelijke vernis die er later overheen is gesmeerd. In de kerstboom herinneren de engeltjes vaag aan het verhaal van Lukas en in de vele kerstboodschappen weerklinkt nog iets van de engelenzang ‘Vrede op aarde’.

Feesten kennen een lange voorbereiding. Op elf november begint al de voorbereiding voor het carnaval in februari. Ver voor Kerstmis heeft menigeen het druk met het komende feest: met wie vieren we het dit jaar, wat doen we met het eten enz. enz. Er zijn her en der kerstmarkten en de tuincentra hebben uitstallingen van de nieuwe kersttrend. In de overvolle supermarkten verdringen mensen elkaar en overal jengelen voortdurend kerstliederen, het liefst de wat sentimentele en in het Engels. Zo blijft de vertrouwde melodie en wordt het christelijke wat weggemoffeld.

Gelukkig voor de uitbaters worden steeds meer kerstniemendalletjes bekend, ‘I am dreaming of a white Christmas’ en de rode neus van het rendier bieden uitkomst. Je kan zeggen dat het allemaal vervlakt en clichématig wordt, maar dat is het altijd geweest. Een feest heeft nu eenmaal een traditionele aankleding.

Er wordt vanuit kerkelijke kringen al meer dan een halve eeuw gemopperd dat het ‘echte’ kerstfeest verloren gaat, maar bedenk: de kerk heeft het feest niet uitgevonden en heeft alleen maar gebruik gemaakt van een feest dat er al was. Dat doet de overwegend post-christelijke cultuur nu ook. Er blijven wat spaarzame verwijzingen naar licht en vrede en dat is het. Er is niets tegen feesten. Je ziet dat mensen in alle culturen zelfs in de meest erbarmelijke omstandigheden en met minimale middelen toch proberen een traditioneel feest te vieren.

Ook in de kerk zullen we het feest traditioneel vieren. Ook daar bereiden wij ons voor, vier zondagen lang. Het verhaal van de kerstnacht staat haaks op ‘feest’: voor een kind en zijn moeder is geen plaats in de herberg. De boodschap van ‘vrede op aarde’ staat zo scherp tegenover onze chaotische wereld vol vluchtelingen en oorlogsgeweld. Er bestaat de neiging die tegenstellingen zo uit te vergroten dat het feest ongepast wordt. De grote groep mensen die op de kerstavond nostalgisch een stukje van een verloren jeugd proberen terug te zoeken, moet worden duidelijk gemaakt dat het daar niet om gaat.

Of toch niet? Kunnen we ze niet een feestelijk stukje verleden laten terugvinden en toch ook iets van het ongemak van het evangelieverhaal laten voelen? Is het feest van hoop in een donkere wereld niet legitiem? Luther stelde dat het geloof nooit over dingen in het verleden gaat, maar over toekomstige. De profetenwoorden die in deze tijd gelezen worden over hoop en verwachting, over vrede en gerechtigheid, al die woorden zijn ontstaan in tijden van barre nood te midden van oorlog en geweld. ‘God-met-ons’ en er is geen god te bekennen…

Als we het Kerstfeest als een soort geboorteherdenking vieren, gaan we er aan voorbij. Dan gaat het om dingen uit het verleden. Iedere week een extra kaars in een steeds donkerder wereld… De hoop levend houden, het geloof in de mensen en wereld staande houden, het vertrouwen winnen in de kracht van liefde en vrede. Dat alles is de oefening van de Advent, zodat als alles duister is een vuur wordt ontstoken dat nooit meer dooft...

Arne Jonges
Emeritus voorganger uit Den Haag

Deel dit