Column: De voorganger en het stadskonijn

Column: De voorganger en het stadskonijn

In het begin staken er vaak alleen een paar nieuwsgierige oren boven een graspol uit, inmiddels struinen ze zorgeloos over de zoden.

Twee stappen buiten onze flat en ik zie ze al door het plantsoen huppen: konijnen. Ik ben opgegroeid op het platteland, maar ik heb er nog nooit zoveel gezien sinds we in de stad wonen. Het is alsof het plot van Watership Down zich voor je voeten ontvouwt. Dat verhaal waarin een aantal langoren na een doembeeld moedig hun vertrouwde leventje achterlaten en elders een nieuwe toekomst opbouwen. Over overlevers en pioniers gesproken. Maar wat bezielt die konijnen nou om juist hier in de stad een pioniersplek op te zetten? Daar verwacht je ze niet.

Met het stadskonijn voel ik een bijzondere klik. Want een twintiger verwacht je in geseculariseerde tijden bijna net zo min in de kerk als een konijn in de stad. Hoewel ietwat markant binnen onze omgeving, trekken we beiden eigenzinnig ons plan. En waarom ook niet? De omgeving wijkt af, maar er valt weinig van te vrezen. Het stadskonijn kent nauwelijks natuurlijke vijanden en ik als jonge voorganger ook niet. Want met het krimpen van de kerk verdween ook de drijfveer tot een agressief atheïsme. Godzijdank zijn de scherpste randjes van de tegenstelling gelovig-ongelovig in Nederland verdwenen. Dat ondervind ik aan den lijve. Als ik iemand bijvoorbeeld vertel dat ik predikant ben, krijg ik vrijwel altijd een enthousiaste reactie terug. Je kunt je afvragen: zijn we misschien in een post-seculiere samenleving aangekomen? Geloven is zo gek niet meer en in volstrekt ongeloof leeft bijna niemand. Inmiddels bevindt de meerderheid zich in een vaag gebied tussen die beide polen, ergens tussen hemel en aarde. Precies daar, op dat mistige veld, plant ik mijn pioniersvlag. Want daar ligt vruchtbare grond voor de bouw aan een betere wereld. Ik wil er pionieren door verhalen samen te brengen die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. De herkenning nasporen in de vervreemding, rusteloos op zoek gaan naar diepteverbanden. Dat vraagt om nieuwe woorden en net als Watership Down om flink wat verbeeldingskracht.

Klaas Douwes, predikant Regentessekerk Apeldoorn

Deel dit