Column: De vrijzinnige kant van Augustinus

Column: De vrijzinnige kant van Augustinus

Kun je Augustinus vrijzinnig noemen? De kerkvader staat toch bekend als strict? Maar Karl van Klaveren vindt dat de bekende theoloog veel mooie dingen heeft gezegd. 

Augustinus geldt als een struikelblok voor wie vrijzinnig geloven. Ten onrechte. Want in zijn jonge jaren was hij een zoeker pur sang. Iemand die niet zomaar iets voor waar aannam. Hij leefde als een bohemien. Blijkbaar twijfelde hij ook daar aan. Want in zijn Belijdenissen schrijft hij: "Als jongeman bad ik tot God: Geef me kuisheid en matigheid, maar nu nog even niet." Later rekende Augustinus zo radicaal af met dat verleden, dat hij en passant een hele cultuur opzadelde met een verknipte visie op seksualiteit. Toch geldt hij ook als een uitzonderlijk wijs man. En als een van de grootste filosofen van de wereld. Beide - verknipt en wijs - kunnen blijkbaar naast elkaar bestaan. In elk geval was hij geen 'flat character'. Dat is ook zo boeiend aan hem. 

Als het om de vrij(zinnig)e kant van Augustinus gaat, is zijn meest beroemd geworden woord misschien wel: "Heb lief en doe wat je wilt" (Ama et fac quod vis). Maar er zijn meer mooie gedachten aan zijn geest ontsproten. Diep menselijke wijsheden zoals: “Als je nadenkt over je angsten, worden ze omgevormd tot voorzichtigheid”. En: "Een vriend is iemand die alles van je weet en toch van je houdt." Maar we vinden bij hem ook ruimdenkend theologisch gedachtegoed: "Hoevelen die binnen de kerk zijn, zijn daar buiten, en hoevelen die er buiten zijn, zijn binnen." En mystieke ideeën die zijn verwoord in prachtige, bijna poëtische taal: "God heeft zout in onze monden gelegd, opdat wij naar Hem zouden dorsten" En: "U heeft ons voor uzelf geschapen, God, en rusteloos is ons hart tot het rust vindt in U". 

Maar de allermooiste tekst van Augustinus blijft wat mij betreft toch de volgende, die je ook als een gedicht zou kunnen lezen:

 Veel te laat heb ik jou lief gekregen,
schoonheid wat ben je oud, wat ben je nieuw.
Veel te laat heb ik jou liefgekregen.

Binnen in mij was je, ik was buiten,
en ik zocht jou als een ziende blinde
buiten mij, en uitgestort als water
liep ik van jou weg en liep verloren
tussen zoveel schoonheid die niet jij is.

Toen heb jij geroepen en geschreeuwd,
door mijn doofheid ben jij heengebroken.
Oogverblindend ben jij opgedaagd
om mijn blindheid op de vlucht te jagen.
Geuren deed jij en ik haalde adem,
nog snak ik naar adem en naar jou.

Proeven deed ik jou en sindsdien dorst ik,
honger ik naar jou. Mij, lichtgeraakte,
heb jij doen ontbranden. En nu brand ik
lichterlaaie naar jou toe, om vrede.

 Huub Oosterhuis heeft deze woorden op sublieme wijze vertaald. Ze laten zien hoe modern en mystiek Augustinus was. Maar ook hoezeer hij een schouwer was van de diepten van de menselijke ziel. Schoonheid werd door hem gezien als een ander woord voor God. Geheel in de traditie van Plato, die hij liefhad. Maar ook van de Bijbel. Want het mantra dat in het eerste scheppingsverhaal klinkt ("En God zag dat het goed was") is ten diepste ook op die gedachte gebaseerd. Tov, dat Hebreeuwse woord uit Gods hart, betekent namelijk niet alleen 'goed', maar ook 'mooi, schoon'. 

Voor wie meer wil lezen over deze andere Augustinus is er een mooi boek van de katholieke kerkhistoricus Paul van Geest, Stellig maar onzeker (Damon 2007), dat laat zien dat 'God' ook voor deze kerkvader ten diepste een onzegbaar mysterie was.

Karl van Klaveren
Predikant van de Houtrustkerk in Den Haag en de Adventskerk in Zoetermeer

Deel dit