Column: God zei denk

Column: God zei denk

Volgens Klaas Douwes is de zevende dag helemaal geen Rustdag, maar een Denkdag!

Nog voor de zondeval was er de gedachtesprong. Vanaf het begin had hij de mens beslopen, om op een morgen vastberaden toe te slaan. Als een duveltje uit een doosje.

‘Welke dag is het, God?’
Al voor dag en dauw was Adam uit de veren. Had hij mouwen gehad, dan had hij ze ferm opgestroopt, zo gretig wilde hij aan de slag, iets van de wereld maken. Eva stond achter hem.
‘Vandaag? Eens kijken. Zie ik dat goed? Ja! Vandaag is het Rustdag.’
Pauze.
‘Rustdag? Bedoelt u dat de wereld af is?!’
God begon te bulderen van het lachen.
‘Af? Ik ben zelf nog een werk in uitvoering, laat staan dat...’
Gods laatste woorden gingen in lachen ten onder. Adam keek slechts beduusd, maar herpakte zich snel.
‘Goed, dan gaan we rusten. Kom je mee, Eva?’
Maar Eva kwam niet. Voor het eerst was de mens in gedachten verzonken. Eva had een fruitvlieg zien fladderen. Haar ogen volgden de fladderaar van boom naar boom en – pardoes – haar gedachten sprongen mee. Het duveltje was uit het doosje.
‘Eva?’
Pauze.
‘EVA!’
‘Huh? Ja?’
‘Eva, waar was je?’
‘Ik was... Ik denk... Dat ik in gedachten was...’
‘Waarin?’
‘In gedachten. Probeer het zelf! Sta eens stil. Zie je dat fruitvliegje daar? Volg hem maar een tijdje. Dan beland je er vanzelf.’
En ook Adam nam er acht van. Hij volgde de fruitvlieg, maar waar die op een gegeven moment linksaf sloeg, vlogen Adams gedachten – pardoes – rechtdoor. En naar boven, schuine bocht naar rechts, met een paardensprong terug, ineens weer verderop, om na een hink-stap-sprong in de lucht te blijven hangen en...
‘Adam?’
Pauze.
‘ADAM!’
‘Sorry, ik was helemaal weg!’ Adam had een glimlach van oor tot oor.
‘Dat soort gedachten bedoel ik,’ zei ze.
God had het hele schouwspel gadegeslagen. Zwijgend. Zij genoot. Het was alsof ze haar evenbeeld had gezien. Twee mensen, ieder een God in het diepst van hun gedachten.
‘Zullen we?’ zei God.
En ze gingen.
De rest van de dag lagen ze alle drie naast elkaar op het gras. God, Adam en Eva. In de blakende zon. Glimlachend. Ogen dicht. Ieder in eigen gedachten verzonken. Als in een paradijs.

Die Rustdag, dat was me toch een vondst, godzijdank.

* * *

God zei: ‘Denk,’ en er werd gedacht. God zag dat het denken goed was (al dachten Adam en Eva daar zo het hunne van), en Zij scheidde het denken van het doen. En God zei: ‘Overal op aarde moeten denkers zijn, grote en kleine.’ En zo gebeurde het. De gedachte bracht denkers voort, in allerlei soorten en maten: mijmerende dichters, stille dromers en in het bijzonder verstrooide studeerkamertheologen. God dacht dat het goed was. Het werd ochtend en het werd avond, de zevende dag.

‘En morgen,’ zei God, ‘morgen is het maandag. Laten we dan maar weer wat aan onze tuin gaan doen.’

Klaas Douwes
Predikant van de vrijzinnige Regentessekerk in Apeldoorn

 

Deel dit