Column: Ieder mens is een mysticus

Column: Ieder mens is een mysticus

Het mystiek ervaren van de dingen kan iedereen leren, zo denkt Wim Jansen. Dan kan het zomaar gebeuren. 

Het is heel waardevol om mystieke ervaringen te delen. Dat kan anderen inspireren en het roept bij velen herkenning op. Tegelijk kan het ook averechts werken, namelijk vervreemdend voor mensen die niet zo religieus of mystiek zijn aangelegd. Alsof het een privilege betreft dat is voorbehouden aan enkele visionaire bofkonten. Maar mystiek is voor iedereen, gelovig of niet, en is ook niet afhankelijk van religie.

Het bijzondere in het gewone
Voor mystiek minder bedeelde buitenstaanders moeten al die verhalen wel overkomen alsof er ergens een God willekeurig mooie belevenissen zit uit te delen, waarbij zij dan zelf jammerlijk over het hoofd worden gezien. Als wij te zeer de nadruk leggen op de ervaring krijgt die onbedoeld iets van spektakel en zelfs mirakel. Daarmee wordt het misverstand in de hand gewerkt van ‘de meneer in het heelal’ die er zo zijn lieverdjes op na houdt aan wie hij (!) nu en dan hoogstpersoonlijk verschijnt. In het verlengde daarvan kan het er dan zomaar insluipen dat wij, met onze mystieke ervaringen, toch wel heel bijzondere mensen zijn.  
Dat kan niet de bedoeling zijn.

Het misverstand wordt in de hand gewerkt door het bijzondere van de ervaring uit te vergroten. Alleen al door iets expliciet een mystieke ervaring te noemen benadrukken we dat bijzondere –  terwijl het gaat om het herkennen van het bijzondere in het gewone. En dat luikje kan voor iedereen opengaan!

Mystieke ervaring of mystiek ervaren?
Als adolescent kreeg ik het gedicht Paradise regained van Marsman onder ogen. Het begint aldus:

De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van de morgen
scheert de wind als een antilope
voorbij…

Toen ik het voor het eerst las dacht ik dat de dichter een spectaculaire, haast apocalyptische ervaring beschreef. Of opriep. Dat ben ik lang blijven denken… tot ik op een morgen de zon vuurrood en schitterend zag opkomen boven de zee. Toen drong het tot mij door dat in dit gedicht de verrukking om een ‘gewone’ zonsopgang wordt uitgedrukt. Net zoals ik later tijdens een vakantie in de Provence de blauwe bergen in het morgenlicht herkende.

Een doorbraak van bewustwording. Waarvan? Van iets dat er altijd al is. Van het Paradijs in wat ons dagelijks wordt geschonken. Het plotseling zien van het bijzondere in het gewone. 
Het mystiek ervaren van het licht.   

Als kind werd mij het bekende verhaal van Jezus’ wonderbare broodvermenigvuldiging verteld als een van het normale afwijkend gebeuren. Een mirakel. Ook voor dit verhaal geldt echter dat het juist laat zien hoe in de ‘gewone’ natuur altijd vermenigvuldiging van het zaad plaatsvindt. Het zogenaamde wonderverhaal is dus een eyeopener voor het bijzondere in het gewone.     
Het mystiek ervaren van de natuur.

Het gaat niet om uitzonderlijke mystieke (bijvoeglijk naamwoord) ervaringen maar om het mystiek (bijwoord) ervaren van het gewone leven. 
Daarom spreek ik liever over ‘mystiek ervaren’ dan over ‘mystieke ervaringen’.  

God is er altijd
Zo zie ik ook God of het goddelijke als een integrale, onderliggende werkelijkheid in ons gewone, dagelijkse leven. Niet als een wezen dat zich naar je toe of van je afkeert, maar een constante aanwezigheid… die je je al dan niet bewust bent. 
Het gaat om de bewustwording van deze werkelijkheid. Die een innerlijke, werkende werkelijkheid is, sterker dan alle uiterlijke omstandigheden door de dag heen. 
Het leven kan tot een leerschool worden van deze bewustwording.

Dat goddelijke is er altijd. In alles. Niets dat niet goddelijk is, dichtte J.C. van Schagen, in navolging van Spinoza. Of zoals Augustinus het zei in zijn meer persoonlijke godsvoorstelling: God is er altijd.  
En ik voeg eraan toe: voor iedereen, religieus of niet.

God is er allang, we mogen het alleen nog leren zien.
En daar hebben we geen religie voor nodig. 
Die kan hooguit helpen – maar soms ook van de wal in de sloot…  

Democratisering
De aanwezigheid van het goddelijke is een gegeven. We kunnen dus nooit zeggen dat we het zelf kunnen oproepen of organiseren. Het is een genade. 
Zeker, maar wel  een genade voor iedereen, zoals volgens de evangeliën de zon opgaat over bozen en goeden en het regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Iedereen kan het leren, het mystiek ervaren van de dingen. Ik wil het dan ook weghalen uit de sfeer van bijzondere ervaring – spektakel en mirakel – en het integreren in het gewone leven. Het moet niet, zoals nu vaak het geval is, in handen blijven van enkele bevlogen ervaringsdeskundigen. Waartoe ik overigens ook mezelf reken. 

Wat is dan onze rol? De rol van wie we gewoonlijk aanduiden als mystici?
We zullen niet nalaten anderen te vertellen over die verborgen werkelijkheid. 
Zoals Marsman de dageraad laat zien in zijn gedicht. 
Zoals schilders het licht laten zien.

Soms gebeurt het, als ik mensen help om zo te kijken naar hun ervaring, dat ze verbaasd uitroepen: O, maar dan ben ik ook een mysticus…
Precies!
Ieder mens is een mysticus.

Wim Jansen is theoloog, dichter en schrijver. Deze column verscheen eerder op de website www.ongrond.nl 

Deel dit