Column: Lucebert, licht en donker

Column: Lucebert, licht en donker

We waren geschokt door Luceberts antisemitische verleden. Kunnen we nu nog van zijn gedichten genieten?

Lucebert. Zijn naam betekent ‘licht’. Deze grote Vijftiger, bekend van de dichtregel 'Schoonheid, schoonheid heeft haar gezicht verbrand', heeft gezichtsverlies geleden.

Wat niemand had verwacht, bleek waar: als jongen van negentien was hij een overtuigd aanhanger van Hitler en het antisemitisme. In 1943 schreef hij aan een vriendin: 'De Joodse sjacherige zwetsaard heeft ons Nederduitsers erg, erg besmet, in plaats van een rustig kalm, langs stille grachten wandelende en in middags onbeschenen kamers peinzende stam, zijn we een klap en kletsvolkje, een grote troep machtjoden geworden.'

Hoe valt dit te rijmen met zijn latere verzet tegen kolonialisme en apartheid?

Simpel, denk ik: Lucebert ging anders denken. Hij koos na de oorlog niet toevallig een nieuwe naam. Als dichter heette hij Lucebert. Een naam die herinnert aan zijn verlichting, maar ook aan Lucifer, de vorst der duisternis.

Lucebert heeft zijn verleden altijd met zich meegetorst en verwerkt in zijn poëzie:

Ik ben geen lieflijke dichter
ik ben de schielijke oplichter
der liefde, zie onder haar de haat
en daarop een kaaklende daad

Zijn ommekeer blijkt ook uit een incident dat de Vijftigers elkaar vertelden. Ze zaten in een café wat te drinken, zo vertelt Andreas Burnier: 'Plotseling zei [een dronken Duitse matroos]: ‘Het is jammer dat Hitler niet alle Joden heeft kunnen uitroeien.’ Hij haalde een mes tevoorschijn, knipte het open en zei: ‘Ik zou er graag een paar voor mijn rekening nemen.’ ‘Waarom vind je dat?’ vroeg Lucebert, kalm als altijd, terwijl iedereen de adem inhield. ‘Nou, het is een rotvolk,’ zei de zeeman. ‘Ach’, zei de Ariër Lucebert, ‘ik ben toevallig een Jood, maar ik ben het helemaal niet met je eens.’ Wij voelden allemaal hoe de geweldige persoonlijkheid van Lucebert de zeeman, mes en al, overweldigde. Even later vertrok hij geruisloos.'

Het is tekenend voor Lucebert, dat hij boete deed in woord en daad, en niet in een publieke biecht. Zijn gedichten zullen vanaf nu anders worden gelezen. Want niet alleen Europa, maar ook hijzelf verbrandde in de oorlog zijn gezicht. Ja, dat het gemak waarmee mensen vallen voor politieke verlossers en de waan van het nationalisme ons een les mag zijn.

Karl van Klaveren
Predikant van de Houtrustkerk in Den Haag

Wilt u op de hoogte blijven van nieuwe artikelen? Abonneer u nu op de nieuwsbrief

Deel dit