Column: Chaos met Pinksteren

Column: Chaos met Pinksteren

Is Pinksteren het feest van de chaos? Het klinkt niet zo aantrekkelijk, toch is het fijn dat er in onze wereld chaos is, zo schrijft Klaas Douwes. 

Het is het vurigste feest op de liturgische kalender: Pinksteren. Maar tegelijk lijkt Pinksteren vaak het minder populaire broertje van Kerst en Pasen te zijn, een nakomertje. Dat is jammer, want het is een prachtfeest van creativiteit en bezieling, van verwondering en geestverruiming, van toenemend begrip en verstaanbaarheid.

Als het aan mij zou liggen zou Pinksteren het openingsfeest worden van het kerkelijk jaar. Pinksteren heeft namelijk alles te maken met openen, met beginnen, met inzetten en aan de slag gaan. Kortom: met het ontsteken van het vuur.

Pinksteren is het begin geweest van de kerk. En dan bedoel ik niet eens zozeer de kerk als instituut of organisatie, maar veeleer als een beweging van mensen die zich aangevuurd weten. De kerk begon op Pinksteren als een bende enthousiastelingen die begeesterd waren geraakt, nadat hun leraar Jezus uit de as was herrezen en in rook was opgegaan. Het begon allemaal op Pinksterochtend met een gemeenschap van mensen die de warmte en het vuur van God meenden te ontwaren en die de vonk door wilden geven, als een kostbaar geschenk. Zij zagen het als hun roeping om niet alleen de goddelijke vonk in zichzelf te koesteren, maar om het geestesvuur verder te verspreiden en zo de hele aarde te inspireren. Zo werd Pinksteren het feest van de uitstorting van de Geest.

Een ‘heilige geestesadem’

Toen de eersten, weliswaar zonder Jezus maar vol van Geest, erop uit trokken om de wereld te veranderen, gaven zij de aanzet tot wat later ‘christendom’ genoemd zou worden. Maar Pinksteren en de Geest hebben niet alleen met dát begin zo’n tweeduizend jaar geleden te maken. Zij hebben ook alles te maken met het begin van de wereld. Tenminste, volgens het bijbelse verhaal. Want bij het begin waaide de Geest al rond, zo vertelt het scheppingslied in Genesis 1.

In de poëtische Naardense vertaling klinken de openingsverzen als volgt: ‘Bij begin is God gaan scheppen,- de hemelen en het aardland. Het aardland is in z’n geschieden geworden woestheid en warboel, en duisternis op het aanschijn van de oervloed,- en geestesadem van God wervelend over het aanschijn van de wateren.’ Zowel aan het begin van de schepping als aan het begin van de kerk zien we dus een creatieve geest waaien, een ‘heilige geestesadem’. Maar dit is niet het enige verband tussen beide vertellingen.

Er is nog een overeenkomst tussen Pinksteren en het scheppingslied: beide vertellingen zijn enorm talig. Op Pinksterochtend beginnen de leerlingen, nadat ze vervuld zijn van de Geest, honderduit te praten en iedereen kan hen verstaan in zijn of haar eigen taal. In het scheppingsverhaal draait het eveneens om woorden. De hele schepping voltrekt zich immers louter door Gods spreken. En God heeft er maar een paar woorden voor nodig: Licht, dag, nacht, hemel, land, zeeën...

Een handvol steekwoorden doet de hele kosmos oprijzen uit de chaos. En telkens weer ziet God: ‘Ja, het is goed.’ Maar als wij mensen nu, op dit moment, naar de schepping kijken, rollen ons heel andere woorden over de lippen: ‘Tsja, komt dit goed?’ De wereld lijkt in brand te staan en niet in de goede zin van het woord. Of het nu het klimaat, een pandemie of geweld is, we vragen ons voortdurend af: hoe stellen we weer orde op zaken?

Een poging om orde te scheppen

Het woord orde noemde ik hier vlak boven terloops ook al, alleen dan met het Griekse woord: kosmos. Dit woord staat vaak synoniem voor de hele wereld. In het bijbelse verhaal over de schepping van de kosmos lijkt het ook helemaal daar om te gaan, om orde te scheppen in de woestheid en warboel. Of met andere woorden: om de chaos tot kosmos te maken.

Scheppen is in Genesis vooral een kwestie van ordenen, onderscheiden en opnieuw verbinden van de woestheid en warboel die er al was. Het scheppingsverhaal gaat dus niet over een creatie vanuit het niets, maar over het maken van een nieuw begin te midden van alles wat er al is. In het scheppingsverhaal lukt God dat in een paar woorden, maar de menselijke geest heeft heel wat meer woorden nodig om soep te maken van de oervloed. Net als God proberen wij mensen ook telkens weer orde te scheppen in de chaos van het dagelijkse bestaan en betekenis te geven aan het wonderlijke universum waarin we leven. Beetje bij beetje probeert de mens de werkelijkheid te doorgronden, te snappen en te ordenen naar eigen inzicht, in eigen woorden. En in alle bescheidenheid komen we al een heel eind. Daarvoor gebruikt de mens tegenwoordig hele nieuwe woorden, zoals bijvoorbeeld oerknal, quantumfluctuatie, ionisatie, condensatie, fotosynthese, mutatie en domesticatie.

Voor wie niet bekend is met deze woorden klinkt het nog steeds als een warboel. Of, zoals sommigen in het Pinksterverhaal op de overenthousiaste leerlingen reageerden: als dronkemansgebral. Maar deze termen geven weer hoe de mens een poging waagt om iets van orde te scheppen in de schijnbare wanorde.

Samenspel van orde en chaos

Wat heeft het ordeningsverhaal van het scheppingslied nu met Pinksteren te maken? Waar ergens ontwaren we de Geest te midden van dit spel tussen orde en wanorde? Ik vermoed dat die precies – of nauwkeuriger: ongeveer – ergens daartussen wervelt, tussen orde en wanorde, tussen chaos en kosmos. Al heen en weer waaiend houdt de Geest de beide polen in balans, zonder dat de spanning tussen de twee verloren gaat. En dat is wel nodig, want het één kan niet zonder het ander.

Probeert u zich bijvoorbeeld maar eens volstrekte chaos in te beelden. Dat is niet meer dan ruis en gruis zonder duur en structuur. Daar zit geen duurzaam leven in, want alles is dan alleen maar één onbenoembare woeste warboel. Een wereld zonder enige orde is als een laveloze dronkenschap.

Maar stelt u zich daartegenover eens volstrekte orde in, waarin alles helemaal stabiel is. In zo’n wereld bestaat er geen enkele verandering en geen enkele vernieuwing. Ook daarin zit dus geen leven, want volstrekte orde is – letterlijk – één dooie boel. Een wereld zonder enige chaos is een wereld zonder creatieve energie. Leven ontstaat daarom pas daar waar orde en chaos op elkaar inspelen en blijven botsen. Voor het bestaan is het weliswaar nodig dat er orde wordt geschapen uit de chaos, maar die orde zal telkens weer door chaos worden uitgedaagd.

Het gaat om een orde die niet versteent, maar zich blijft vernieuwen door een telkens weer verrassende en ontregelende wanorde. In dat samenspel van kosmos en chaos ontstaat creativiteit, vernieuwing en bezieling. Door die dynamiek knettert het bestaan, ontvonkt de Geest, laait de Pinkstervlam op en gaat het vuur van de inspiratie branden. In die geest hoop ik dit jaar op een licht ontvlambaar Pinksterfeest.

Klaas Douwes
Predikant van de Regentessekerk in Apeldoorn

Deel dit