Column: Poezenharen en de verwachting van iets nieuws

Column: Poezenharen en de verwachting van iets nieuws

Het lukt voorganger Aries van Meeteren nog niet echt om in de kerststemming te komen. Zijn poezen bieden hem inspiratie. 

Ze vallen me opeens op, tijdens het stofzuigen. Poezenharen. Onder de radiatoren, achter de tafelpoten en op andere plekken uit het looppad liggen kleine plukjes pluis. Janneke en Sofie werken onmiskenbaar weer aan hun wintervacht. Dat mag ook wel. Het is bijna december als ik dit schrijf. Het is het pluis dat me bij de naderende feestdagen bepaalt. Want zeg nou zelf, het novemberweer is nog niet echt winters te noemen. En de winkeliers aarzelen zichtbaar tussen Sint, Kerst en het WK.

Waar ik nog in een soort eindeloze herfst lijk te hangen, zijn de poezen al een seizoen verder. Het is de natuur, ik weet het. Maar ik zou nu als predikant bezig moeten zijn met advent en zelfs de nadere kerstdagen. Maar het lukt me nog niet echt. Ik zit teveel gevangen in de waan van de dag, de tredmolen van de dagelijkse dingen. Een soort sleur die me vast houdt in een soort eindeloos heden. Vooruitkijken is er niet bij. Laat staan verwachten.

Wat valt er te verwachten? Er nadert een recessie, die volgens sommige zwartkijkers best wel even kan aanhouden. Een economische winter. Lekker dan. Ik lees verhalen van mensen die de gasrekening niet meer kunnen betalen en de CV maar uitlaten, waardoor het binnen 15 graden is. En dan moet het nog koud gaan worden. Dan kijk je niet echt uit naar de feestdagen, kan ik me zo voorstellen. En wat te denken van de opgelopen spanning tussen oost en west? Je kunt wel heel hard ‘vrede op aarde’ zingen, maar wat helpt het? En wat verwacht ik voor mezelf? Tja, geen idee.

Nee, Kerst zie ik nog niet zo voor me.

Maar dan komt een mailtje binnen dat het decemberrooster van Rijnmond binnen is. Omstreeks diezelfde tijd lees ik in de appgroep van het bestuur dat de boom is besteld en de kerstbundels zijn gearriveerd. Ik hoor van Anoeska hoe op de BSO alle kinderen enorm bezig zijn met Sinterklaas en kerst en ik herinner me hoe ik daar vroeger ook zo vol van kon zijn. Ergens diep van binnen resoneert iets. Misschien is ‘verwachting’ een groot woord. Maar er gebeurt wel iets.

Ik sprokkel tekens, merk ik. Tekens die horen bij ‘iets’ waar de feestdagen ons bij willen bepalen. Ik zuig ze op als poezenharen in de hoop dat ik iets meepik van de nieuwe tijden waar ze naar vooruitwijzen. Van het uitzien naar dat wat het dagelijkse overstijgt en iets nieuws in gang zet. Want er komt steeds iets nieuws. Alles stroomt. Ook als we niet opletten, er niet mee bezig zijn, omdat we onze handen al vol hebben aan wat er vandaag allemaal moet.

Advent wil ons uit de sleur halen en over de grenzen van vandaag laten kijken. Advent is er om de verwachting in ons wakker te kussen. Waar hopen we op? Voor onszelf, onze omgeving en, vooruit, de wereld? En kan die hoop iets in gang zetten? Iets geboren laten worden? Gedachten die advent wil losmaken. Soms lukt dat. Eventjes. Als bij het zien van poezenharen onder de radiator.

Aries van Meeteren
Voorganger bij de Kerk met de Beelden

 

Deel dit