Column: Theologie studeren in een leren broek

Column: Theologie studeren in een leren broek

Wat neem je mee van de corona-crisis, vraagt Greta Huis zich af. Angst, een streng godsdbeeld of gewoon fijne herinneringen? 

Theologie studeren in een leren broek

'God heeft hier een bedoeling mee hoor', zei een dorpsgenote tegen me in de tweede week van onze ‘lock down’, dus eind maart, daarbij verwijzend naar het corona-virus. In Loppersum waar ik woon is algemeen bekend dat ik voorganger ben en theologie heb gestudeerd. En dan krijg je wel eens een christelijke visie te horen, een prikkelende vraag of uitdagende opmerking over religie.

Ik ben ook opgegroeid in Loppersum. Na de School voor Journalistiek ben ik theologie gaan studeren. Toen dat bekend werd kwam er eens een dorpsgenoot, ook zeer orthodox, bij mijn ouders aan de deur om hen te vragen wat zij aan mijn wilde haren gingen doen nu ik theologie studeerde. Hij had me wel eens in leren broek achter op de motor van verschillende jongemannen gezien, zo vertelde hij. Van mijn stagegeld had ik namelijk een leren broek gekocht. Dat mocht wel van mijn moeder, maar dan wilde ze wel mee om het te kopen. Dan zou het tenminste een niet al te ordinaire exemplaar worden. En zo geschiedde. Om de opmerking hebben we gelachen.  

'Dat wait ik ja nait', was mijn reactie na de opmerking van de vrouw. In het Nederlands zou je het kunnen vertalen met zoiets als: 'Nou, dat weet ik niet hoor.' Bewust van haar zeer orthodoxe achtergrond wilde ik haar niet kwetsen maar ook niet voorbij gaan aan mijn visie. Ze ging er niet op in en we gingen elk onze eigen weg.

Het zette me wel aan het denken. Ook omdat ik enkele dagen later, vergelijkbaar met de opmerking van de vrouw, een gedicht kreeg voorgedragen van een kennis van een kennis. In mijn beleving tenenkrommend. In zijn ervaring sloeg de inhoud ervan precies de spijker op zijn kop. De mens als zondaar wordt nu een lesje geleerd door God. Huiveringwekkend zo’n godsbeeld. Worden dergelijke godsbeelden ‘sterker’ door de situatie waarin we ons bevinden? Wat ik bedoel te zeggen: gaan meer mensen nu in dergelijke godsbeelden geloven of intenser? Een schone taak voor religiewetenschappers om dat te onderzoeken. En minstens zo belangrijk een rol voor vrijzinnigen om te laten horen dat er ook andere manieren zijn om met het corona-virus om te gaan.

Want hoe je het ook wendt of keert, je moet wel wat met dat virus en de ziekte die het kan veroorzaken. Ziekte in het algemeen roept voor heel veel mensen, wel of niet religieus, indringende levensvragen op. De (monotheïstische) godsdiensten hebben eeuwenlang gegrossierd in het zin geven aan ziekten. En een christelijke variant daarvan echoot nog steeds na bij orthodoxe christenen, zoals bij de mensen die ik sprak.

Ik was mede daardoor, denk ik, verbaasd vanwege de verrassende en openhartige mening van James Kennedy, columnist voor Dagblad Trouw. Hij is historicus, theoloog en lid van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt. Kennedy schrijft: 'Het corona-virus maakt van mij geen beter mens. Daar had ik stiekem wel op gehoopt: meer tijd om de diepte in te gaan, spiritueler te worden, het gewicht van het leven en van het sterven te voelen en er écht te zijn voor de ander. Maar in plaats daarvan ben ik vooral bezig om te kijken of we deze zomer nog ergens een leuke vakantie kunnen boeken. Het is de rusteloosheid die bij mij de bovenhand voert. Erger nog: ik bemerk een versmalling van mijn blik en bestaan.'

De visie van Peter-Paul Verbeek, hoogleraar filosofie van mens en techniek over het coronavirus is het tegenovergestelde: 'Ik had het liever niet gehad, maar als het er dan toch is, vind ik dat we het maar recht in de ogen moeten kijken. Juist nu wordt helder wat echt waardevol is.' Beide opmerkingen zijn meer dan de moeite waard om over na te denken.

In het begin hadden we in de provincie Groningen waar het aantal besmettingen ontzettend laag was, meer dan elders in Nederland de rust en de ruimte (letterlijk en figuurlijk) om te reflecteren. Voor mensen met corona of hun dierbaren, of mensen met grote zorgen om het te krijgen en voor mensen midden in de economische sores of hun dierbaren is het vanzelfsprekend anders. Ook de mensen die wekenlang geen bezoek konden brengen aan dierbare echtgenoten en familieleden. Zij werden beheerst door grote zorgen. De tijd en ruimte hebben om te reflecteren is daarom wellicht een zekere luxe.

Maar tegelijkertijd is nadenken ook nodig. Om je te helpen met de situatie om te gaan. In telefoontjes, mailtjes en afstand-gesprekjes met elkaar doen we dat ook voortdurend, proberen we te duiden van wat ons overkomt. Zoals dat mailtje dat ik ontving van een gemeentelid nadat minister-president Mark Rutte had aangekondigd dat de basisscholen weer open zouden gaan: 'Al die dagen die jullie tezamen in huis en tuin doorgebracht hebben zullen vast een dierbare herinnering blijven.' Dat mailtje deed me extra beseffen hoe bijzonder al die thuisweken waren.

Elke werkdag waarop er geen school was begonnen we met een stevige wandeling naar ‘het wildrooster’. Een route van zo’n 1½ kilometer langs een prachtig paadje tussen akkers tot een wildrooster bij een boerderij. En dan weer terug. Ik wandelde en mijn dochter van vijf fietste. Één ochtend hebben we zeven hazen gespot, een andere keer werden in een wei de lammetjes van de moeders gescheiden, op zonnige ochtenden konden we kikkervisjes in de sloot ontwarren en we hebben gezien hoe de mais groeit als ‘kool’. Eigenlijk waren de wandelingen ook bijzonder omdat ze dat vaak niet waren maar ‘gewoon’ een heerlijke wandeling. Dus ja, die wandelingen zullen vast een dierbare herinnering blijven. Heb jij ook dierbare herinneringen aan deze periode? Ik hoop het! Want mooie herinneringen dragen ook bij aan het omgaan met de huidige situatie en geven moed, kracht en energie. Ook wanneer het een herinnering aan een leren broek van vroeger betreft. 

Greta Huis
Pastoraal werker van de VVP Groningen

Deel dit