Column: Vrijzinnigen zijn oud

Column: Vrijzinnigen zijn oud

Vrijzinnigen zijn vaak oud. Is dat iets goeds of iets slechts? Zeker in deze dagen van herinneren ziet Jasper van der Horst er de voordelen van in.

Vrijzinnigen zijn oud

Vrijzinnigen zijn oud. Dat hoor ik nogal eens, als argument om niet bij vrijzinnigen te willen horen. Oud, dat wil zeggen dat er geen toekomst in zit. Het is een uitstervend ras, een aflopende zaak. Ik ben zelf natuurlijk het levende bewijs van het tegendeel. Als veertiger hoop ik nog een hele tijd mee te gaan. Trouwens, ik ken genoeg tachtigplussers die er nog lang niet zat van zijn, die net als ik hopen nog heel lang mee te gaan. En zou het niet zo kunnen zijn dat vrijzinnigheid beter past bij ouderen dan bij jongeren? Dat het vooral iets is voor mensen die in de tweede helft van hun leven zijn beland? Als dat waar is, hebben we heel veel potentie. Er zijn oneindig veel mensen die in de komende tijd de veertig gaan passeren.

Intussen is het wel waar, bij vrijzinnigen tref je relatief veel ouderen. Dat is een groot voorrecht. Ouderen hebben namelijk een enorm verleden, met herinneringen die heel ver teruggaan. Daar werd ik onlangs weer positief door verrast. Op zondag 1 mei, vlak voor 4 en 5 mei, zouden we stilstaan bij oorlog en vrijheid. Ik heb in Assen alle leden benaderd die zijn geboren vóór 1940. Dat bleken er nog best veel te zijn. Ik heb gevraagd waar zij woonden in de oorlog en wat ze in die jaren hebben meegemaakt. Toen kwamen de verhalen.

Ze hebben de bommen zien vallen, op Rotterdam en in andere grote steden, bij vliegveld Leeuwarden, bij treinsporen in Groningen en Twente. Ik kreeg verhalen uit alle hoeken van het land. Ook dat was verrassend, de vrijzinnigen in Assen komen echt overal vandaan. Terwijl de een in de rij stond bij de gaarkeuken in een Hollandse stad, woonde een ander op het Drentse platteland, waar eten genoeg was. Het kost niet veel moeite om herinneringen naar boven te halen. Als je als kind ingrijpende dingen meemaakt, dan blijft je dat je leven lang bij. Bovendien haalt de oorlog in Oekraïne herinneringen naar boven. Het prikkelt de zintuigen, het is nu weer net als toen: het lawaai van de wapens en beelden van mensen op de vlucht. Het gevoel komt terug, van spanning en onzekerheid. Zelfs de geuren van toen komen weer tot leven.

Het is niet direct gezellig of aangenaam, om te praten over oorlog. Het is niet fijn om te merken dat oude wonden er nog zijn. Overigens is er niet alleen maar verdriet, ik heb ook echt leuke verhalen gehoord. Sommigen herinneren zich hun jeugd in de oorlog als een prettige en gezellige tijd. Of als iets bijzonders, juist omdat het af en toe moeilijk en spannend was.

Vrijzinnigen zijn oud. Zou het niet een sterk argument kunnen zijn om er bij te willen horen? Ik ervaar het als een voorrecht, omringd te zijn door zoveel oudere vrijzinnige mensen. Zij kunnen zich uitspreken, als we met elkaar in gesprek zijn. Ze kunnen delen wat er in hen omgaat. En ik kan van ze leren. Ik geef mezelf de kans mijn blik te verbreden. We kunnen niet veranderen wat er op dit moment gebeurt in de wereld, maar hun oude verhalen bieden nieuwe perspectieven.

Jasper van der Horst
voorganger Vrijzinnig Assen

Deel dit