Een levende kerststal

Een levende kerststal

We leven in de adventstijd, een tijd van voorbereiding op Kerst. In de periode van vier weken voor Kerst wordt elke zondag in de kerk een kaarsje ontstoken. Daarom heten deze zondagen de eerste, tweede, derde en vierde zondag van de advent. Langzamerhand maken de lange donkere dagen plaats voor het weer lichter worden op aarde. Advent is de tijd van verwachting, een nieuw begin. Maar hoe goed kennen we eigenlijk het kerstverhaal?

De meeste mensen kennen denk ik nog wel het traditionele kerstverhaal van Jezus in de kribbe en engelen die zingen. Vaak zie je ook bij kerstmarkten een levende kerststal om dat verhaal uit te beelden. Om jongeren soms wat in verwarring te brengen vind ik het altijd leuk om een kerstquiz met hen te spelen. Wat weten de jongeren nu echt van het Bijbelse kerstverhaal?

 Enkele vragen van zo’n kerstquiz zijn voorbeeld:

1. Jozef en Maria moesten voor een volkstelling naar Bethlehem. Dit was een opdracht van keizer:

a. Augustus b. Julius Caesar c. Tiberius d. Nero

2. Kerst en Epifanie horen bij elkaar. Epifanie is:

a. het feest van de openbaring van God b. één van de drie koningen c. de moeder van Maria d. het zonnewendefeest

3. Het eerste instrument dat het lied ‘Stille nacht, heilige nacht’ begeleidde, was:

a. een harp b. een gitaar c. een orgel d. een accordeon

4. 25 december werd gekozen als datum voor eerste kerstdag, omdat:

a. Jezus op die dag geboren is b. die dag binnen het kerstbomen-seizoen valt c. het kerstfeest zo een heidense traditie kon vervangen d. de Bijbel zegt dat je op die dag Kerst moet vieren.

Sommige vragen zijn natuurlijk inkoppertjes, maar bij andere vragen krap je je toch wel even achter de oren. Een altijd weer terugkerende vraag in verschillende kerstquizzen is de volgende: ‘komen de os en de ezel uit de kerststal wel of niet in de bijbel voor?’

De antwoorden ’ja’ en ‘nee’ zijn allebei goed!

Maar hoe zit het precies?

Wel, in het verhaal over de geboorte van Jezus komen de os en de ezel helemaal niet voor. Zelfs de ingesleten overtuiging dat Jezus in een stal is geboren, valt niet uit de bijbel af te leiden. Men heeft dit afgeleid uit het gegeven dat hij in een kribbe werd gelegd, maar aangezien deze voederbakken ook in grotten en in het open veld stonden, kan het heel goed zijn dat Jezus niet in een stal is geboren. Het feit dat de herders als herkenningsteken niet een stal maar een ‘voederbak’ (Lucas 2,12) kregen aangewezen, lijkt het zelfs waarschijnlijker te maken dat het om een plek in de vrije natuur ging.

Los van de vraag of je de (zeer verschillende!) geboorteverhalen van Jezus bij Matteüs en Lucas sowieso wel historisch moet opvatten, komen de os en de ezel er in ieder geval niet in voor.

Toch zijn ze wel degelijk rechtstreeks uit de bijbel de kerststal in gelopen.

In de eerste verzen van Jesaja klaagt de profeet in de naam van de Heer het volk Israël van zijn dagen aan, omdat ze zich gedragen als kinderen die in opstand komen tegen degene (de Heer!) die hen heeft opgevoed en grootgebracht.

‘Een rund herkent zijn meester, een ezel herkent zijn voederbak, maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid’ (Jesaja 1 vers 3). Zelfs het schorriemorrie (dit woord is afgeleid van de hebreeuwse woorden voor os en ezel!) heeft vaak nog beter door wie de meester van het leven is dan het volk dat in de tempel of in de kerk vooraan zit!

In de kerststal zit dus meer symboliek dan we op het eerste gezicht zouden denken. En is dat niet een mooie manier om de kerstverhalen, hoewel we ze al zo vaak hebben gehoord, toch weer als nieuw tot ons te laten doorklinken? Dan wordt het een echt levend verhaal wat ons ook vandaag nog iets te zeggen heeft!

Gezegende feestdagen!

Ds. Henri Frölich

p.s. de goede antwoorden op de vragen zijn: 1a, 2a, 3b, 4c. 

Deel dit