Het probleem Pinksteren

Het probleem Pinksteren

Het probleem Pinksteren

Over Pinksteren schrijven is onvermijdelijk eerst uitleggen wat er nu precies met Pinksteren te vieren valt. Veel mensen zegt het tegenwoordig weinig. Van de drie grote Bijbelse feesten Kerst, Pasen en Pinksteren geeft de laatste bij veel gelovigen de meeste moeite.

Als we het Pinksterverhaal zo naar onze tijd willen vertalen dat we het ook echt als een feest waarderen, is minstens nodig dat we beseffen wat er te vieren valt.

De geboorte van Jezus vieren met Kerst, daar hebben we niet zo’n moeite mee. We weten allemaal van geboorte af en hebben daar beelden bij. Met Pasen de opstanding uit de dood vieren, doen we bijvoorbeeld met ervaringen en beelden van een lente met nieuw leven na een koude sombere winter. Met Pinksteren vieren we de uitstorting van de Heilige Geest en het ontstaan van de kerk. Daarmee wordt er wel een heel groot beroep op ons denkvermogen gedaan.

Voor wat het stichten van de kerk betreft gaat het nog. Probleem is echter wel dat de kerk niet op het Pinksterfeest is gesticht. Die is trouwens niet op een bepaalde dag gesticht. De kerk is in de loop van de eerste eeuwen in stilte ontstaan. In het Nieuwe Testament is alleen sprake van de ‘synagogale gemeente’. Dat is de christelijke gemeente. Maar dat terzijde.

Volgens het boek Handelingen vond er met Pinksteren 2000 jaar geleden een bijzondere gebeurtenis plaats. Op het tempelplein in Jeruzalem was een internationaal gezelschap aanwezig voor de godsdienstige viering van de oogst, het Joodse Pinksterfeest, vijftig dagen oftewel zeven weken na Pasen. Gelovigen waren bijeengekomen in een huis. Plotseling, zo staat er in hoofdstuk twee, kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag die het hele huis vulde. Er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden en op een ieder van hen zetten. Ze werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.

Dat het geen makkelijk te verwerken voorstelling is bewees een jochie tijdens een kindernevendienst waarin het Pinksterverhaal uit een kinderbijbel werd voorgelezen. “Vlogen die haren van die mensen dan niet in de fik?” vroeg hij nuchter.

Wat zegt het verhaal, wat heeft het ons te zeggen en wat heeft het eeuwen door voor mensen betekend? Daar zullen meerdere antwoorden op mogelijk zijn.

Ik geloof dat we dat gebeuren ook maar gewoon het gebeuren moeten laten, zonder allerlei (theologische) verhandelingen en bespiegelingen. Laat de heilige Geest maar waaien. Laat het maar aankomen op ons gevoel, op onze ervaring. Dan gaan beelden meer tot ons speken, dan gaan we onderscheiden waar het werkelijk op aankomt.

Ik herken Pinksteren als ik iets van de werking van Gods Geest waarneem. Dat mensen als bij verrassing voor elkaar opengaan bijvoorbeeld. Dat ze in elkaar, al is het maar voor een ogenblik, iets van die liefde van Christus mogen herkennen die mensen ten diepste recht doet. Dat zijn dingen die we niet kunnen beredeneren, nog minder naar ons kunnen toehalen, maar die zomaar kunnen gebeuren, niet alleen met Pinksteren, maar elke dag opnieuw als wij open durven staan voor elkaar.

Kerk zijn heeft daar toekomst waar de Geest van Pinksteren mensen weer teruggeeft aan hun diepste wezen en van daaruit aan elkaar.

Gods geest maakt dat wij leeftocht hebben tegen alle neergang in en dat we verder kunnen op de weg die we gaan.

Een mij onbekende dichter schreef:

 

Het Pinksterfeest

dat is de Geest;

dat is het vuur dat niet vergaat,

dat is het woord dat leven laat.

Dat is de adem die ons draagt

dat is de liefde die ons vraagt

om mens te zijn in weer en wind

en om te zoeken, wat verbindt.

Zo’n Pinksterfeest mogen we vieren. Ik wens u ontspannen Pinksterdagen.

Ds. Dick Peters

Deel dit