Spiegelverhalen

Spiegelverhalen

Als je voorgaat in diensten komen de bekende bijbelverhalen regelmatig terug. Met Kerst, Pasen en Pinksteren bijvoorbeeld  staan dezelfde teksten op het rooster en vaak is het moeilijk dan weer een nieuwe, inspirerende en creatieve overdenking op papier te zetten.

Zeker als je voor de zoveelste keer bijvoorbeeld leest over de opstanding, de reactie van de leerlingen van Jezus, de verschijningsverhalen en noem maar op. Het schijnt dat veel predikanten ook hun eigen stokpaardjes hebben en dat al hun preken ongeacht de te lezen bijbelteksten terug te brengen zijn tot zo'n drie hoofdthema's. Als ik voor mezelf spreek zit daar misschien best wat in. Je leest een bijbeltekst, analyseert deze, kijkt wat er in de literatuur over geschreven is en probeert tot een vertaalslag te komen naar de tijd waarin wij nu leven. Dat bijbelteksten weerbarstig kunnen zijn, dat er een enorme kloof zit tussen de tijd en de cultuur waarin ze zijn opgeschreven en onze moderne tijd is natuurlijk algemeen bekend en bij onze beweging van vrijzinnigen zijn we ons daar misschien nog wel meer van bewust. Het gaat om een vertaalslag en die is in iedere tijd weer anders. Ik merk dat ik in mijn overdenkingen vaak kies voor een pastorale insteek, zoals dat dan zo mooi heet. Voor mij is pastoraat het aangaan van een relatie met elkaar om samen een weg te zoeken in geloofs- en levensvragen. Het is dus geen eenrichtingsverkeer van een predikant die zijn verhaal doet. Een overdenking biedt een bepaald perspectief en vraagt dus eigenlijk ook om een reactie. Daarom vind ik het zelf ook altijd waardevol om na de dienst samen koffie te drinken, dan komen vaak de gesprekken op gang en een overdenking  of dienst vind ik geslaagd als er na afloop tijdens de koffie nog wat over na wordt gepraat. Een vraag, een opmerking een blijk van herkenning of juist een heel ander perspectief geeft voor mij aan dat ik op de goede weg zat. Dat blijft voor een predikant, voor mij in ieder geval wel, altijd een spannend proces. In een dienst stel je je hoe dan ook kwetsbaar op, denk ik. En hoe mensen wel of juist niet reageren geeft mij input voor het voorbereiden van een volgende dienst.

Om te voorkomen dat je te veel op je eigen gebaande paden blijft, kun je gelukkig tegenwoordig putten uit heel veel verschillende bronnen. Tegenover de al zo bekende steeds terugkerende bijbelverhalen vind ik het heel leuk en uitdagend om eens een spiegelverhaal te lezen. Dat geeft soms verrassende en inspirerende nieuwe inzichten. Een meester in het vertellen van kleine, grappige maar soms zo diepzinnige verhalen is Toon Tellegen, bij velen waarschijnlijk wel bekend. Hij is een Nederlandse schrijver, arts en dichter die vooral bekend is om zijn kinderboeken. Vooral zijn dierenverhalen rond de mier en de eekhoorn zijn erg geliefd en worden ook door volwassenen graag gelezen vanwege de amusante, bizarre situaties en filosofische diepgang. Mijn column wil ik graag afsluiten met een spiegelverhaal van zijn hand, dat prachtig illustreert dat je het bekende bijbelse paasverhaal soms ook weer met hele nieuwe ogen kunt lezen!

Henri Frölich, predikant VVP Noord-Holland

Er zat een rups langs de weg.

En hij zat heel erg stil.

Hij zei niemand gedag.

Zo kenden de dieren hem helemaal niet.

Normaal was rups altijd degene die HALLO schreeuwde

nog voordat je hem had gezien.

Hé wat is er rups, zei sprinkhaan,

HE WAT IS ER, riep hij, GEEF EENS ANTWOORD!

Maar de rups bleef zitten, stil, en zei nog steeds niks.

Kun je niet opstaan rups, zei mier,

wacht maar ik help je wel even.

En hij stak zijn handen onder rups zijn armen

en hees hem overeind

maar op zijn eigen benen staan dat deed rups niet.

Mier liet hem maar weer zakken,

en zo zat hij daar weer stil, en zei niks, die rups.

Ook het duwen van de tor,

en het kietelen van de meikever,

en het blazen van de krekel,

en het smeken van de bij,

en het spugen van de vlieg,

en het schelden van de duizendpoot,

hielp helemaal niks.

Toen kwam het lieveheersbeestje voorbij.

Eerst keek hij maar eens goed.

Hij zei niks en hij deed niks.

Hij ging alleen maar zitten.

Naast rups. Langs de weg.

Zo zat hij daar een dag.

En een nacht.

En nog een dag.

En na drie dagen hoorde hij zachtjes kraken.

Dat was de rups… die open ging.

Aha, zei het lieveheersbeestje.

Ik wist wel dat je het in je had.

Toe maar… wees niet bang

En in het licht van de eerste zonnestralen,

sloeg de vlinder zijn vleugels uit.

 

Deel dit