Wie God zoekt ...

Wie God zoekt ...

‘Wie God zoekt, veronacht Zijn Schepping.’ Het klinkt als een zin uit de Statenvertaling, maar het was een zin die ik hoorde in een droom – ik herinner vaak mijn dromen, al weet ik niet meer wie en waarom deze woorden tot mij werden gesproken. Maar de woorden bleven mij bij.

Het klinkt nogal heftig, zeker met dat woord ‘veronacht’. Ik zou deze zin ook niet zo snel uitspreken, maar mijn onderbewustzijn in een droom blijkbaar wel. Het zijn dus wel degelijk mijn eigen woorden en de betekenis ervan snap ik ook heel goed en vind ik ook erg mooi.

God zoeken; mensen doen het al eeuwen. Heel veel mensen zijn er ook van overtuig dat ze Hem hebben gevonden, dat ze weten wie Hij is. Er zijn bibliotheken over vol geschreven.

God zoeken is een tijdrovende bezigheid. Je moet studeren, je moet onderzoeken, overdenken, filosoferen, bidden en wie weet wat nog meer. Maar leveren al die inspanningen ook iets op? De één zegt dit over God, de ander dat. Het lijkt wel alsof iedereen elkaar tegenspreekt en dat er gesproken wordt over verschillende beelden van God. En zou iemand het bij het rechte eind hebben? Ik betwijfel het…

Is de zoektocht naar God zinloos? Misschien wel, want al die studie leidt ons weg van één ding: Zijn Schepping. De Schepping zien wij om ons heen, ervaren wij, zien wij. Daar leven wij in. Het is iets concreets. In de Schepping leven wij met anderen.
De zoektocht naar God is misschien wel een vlucht uit de Schepping. Het is een arbeid die zich niet richt op de zorg voor de medemens. Het is een veronachtzaming van de Schepping. Want terwijl we het antwoord op de vraag wie God is altijd schuldig zullen blijven, staat de Schepping met vraag en antwoord klaar. Daar moeten we ons richten.

De Schepping is ons gegeven – of die nu door God is geschapen of niet. Daar moeten we het mee doen. Daar moeten we leven en dat kunnen we ook zonder de kennis over God.

Erik Jan Tillema

Deel dit