Column: Het sacrament van de koffie

Column: Het sacrament van de koffie

Kerkdiensten kunnen in aangepaste vorm weer plaatsvinden, maar het is ook belangrijk dat erna weer koffie wordt gedronken, zo schrijft Alke Liebich.

Als ik als dominee geen contactberoep heb, dan weet ik het niet meer. Contact is mijn core business: religie komt onder meer van religare, (opnieuw) verbinden in het Latijn.

Als dominee hef ik mijn handen op met de handpalm naar beneden – dat kennen we als zegengebaar. Dat gebaar op afstand heeft zijn oorsprong in lichaamscontact: de handen zegenend op het hoofd leggen. Ik raak dus aan – overdrachtelijk dan. En daar zijn wij doorgaans tevreden mee, met deze ‘doen-alsof’-aanraking. Sterker nog, kerk en kerkdienst is ontzettend goed in ‘doen-alsof’.

We zijn eraan gewend met symbolen te verwijzen en aan een half gebaar genoeg te hebben. We verwijzen naar het onnoembare, ongrijpbare, met ontoereikende middelen. Nu moeten wij in coronatijd nieuwe middelen zoeken, nieuwe symbooltaal leren spreken. Dat is even wennen, maar onmogelijk is het niet. De Onnoembare is nog steeds dezelfde, alleen onze omstandigheden zijn veranderd. Onze symbooltaalvaardigheid moet misschien iets leniger worden, maar geeft toch goede hoop op een nieuwe gebarentaal. Die corona-proof kan verwijzen naar het en de Onnoembare.

Het enige waarover ik me zorgen maak is de kerkkoffie. Die lijkt zo overbodig, ondergeschikt, werelds. Mist een theologische lobby. Kan op schamper commentaar rekenen: als de koffie het belangrijkste is kan de kerk niet veel wezen.

Oh ja? Koffie na de kerk is méér dan koffie, het is het sacrament van de koffie. De betekenis ervan kan moeilijk worden onderschat. De kerkkoffie, dat is het gebaar van de gedane arbeid, van de uitgestoken hand met het bakje troost na het laatste Amen.

Zo welkom na een preekbeurt elders, waar je als voorganger soms bijna niemand kent. Maar waar je met de koffie of thee in de hand eindelijk de ruimte kan overbruggen die tussen preekstoel/podium en gemeente – die nooit op de eerste rij zit - zo voelbaar kan zijn. Kerkkoffie is de beweging van de kerkgangers naar elkaar toe, zo nodig en helpend voor een gemeenschap, na een uur lang elkaars rug en nek te hebben gezien.

Het sacrament van de koffie is geen sacrament van de kerk of afhankelijk van de dominee. Het is van de gemeenschap, van de koster, het ontvangstcomité, de koffiedienst. Van de organist, die van achter zijn hokje, toren of balkon tevoorschijn komt, en eenmaal onder het kerkvolk reacties en waardering in ontvangst neemt. Het sacrament van de koffie heeft geen voorganger nodig, het ontvouwt zich in elke gemeenschap weer anders.

En deze kerkkoffie staat onder corona-druk. Natuurlijk is de kerkkoffie theologisch en historisch niet zo diep geworteld als doop en maaltijd, maar te belangrijk om zomaar op te geven. Een status als sacrament zou helpen. Ik ben voor.

Alke Liebich is voorzitter van de VVP Nederland en voorganger van de Johanneskerk in Amersfoort

Deel dit