Column: Koningsdrama's

Column: Koningsdrama's

Koningsdrama's. Bij een politieke partij, de president van Amerika, zelfs bij de Belastingdienst. Hoe houden we oog voor het menselijke als onze blik naar boven is gericht? 

In deze tijd zijn we getuige van een aantal koningsdrama’s. Niet van mensen die letterlijk koning zijn, maar die zich koning wanen. Natuurlijk bedoel ik allereerst het drama rond de oprichter van de politieke partij die onlangs instortte. Het lijkt of iemand die uit het niets furore maakte in de politiek en de wind vol in de zeilen voelde, het zicht op de werkelijkheid verloor. Die niet toeliet dat mensen hem bijsturen, maar die zich laat meezuigen in allerlei theorieën die hem van zijn steunpilaren vervreemden.

Een andere koningsdrama speelt zich af in de VS waar de huidige president zich onaantastbaar waande, maar de verkiezingen verloor.

Beide situaties laten zien hoe moeilijk het is om als mens met macht en invloed om te gaan. ‘Als mens’, zeg ik, want het gevaar is dat je je in een hoge positie ‘als god’ gaat wanen: boven anderen en ‘mijn wil is wet’.

Bij de politieke partij speelt deze week dat het moeilijk is om als oprichter van iets, de zaak over te dragen aan anderen. Starten is een andere kwaliteit dan aan de gang houden.  Het is niet de eerste keer dat de starter van een bedrijf of organisatie, zèlf het voortbestaan van dat bedrijf of die organisatie bedreigt door het niet los te kunnen laten.

Maar belangrijker is dat een mens die zich god waant, de menselijke werkelijkheid uit het oog verliest.

Het onderzoek naar de Toeslagenaffaire was onthullend en schokkend. Daar zijn geen mensen die zich god wanen, maar wel zo opgingen in de taak op een hoge positie binnen het systeem, dat menselijke geluiden niet meer tot hen doordrongen.

‘Ik mag me niet bemoeien met individuele gevallen, dat is mijn taak niet’, was een van de barrières tussen de minister of hoge ambtenaar en de schreeuw om hulp van benadeelden die niet werd opgepikt. Te laat drong de ellende door, pas toen er tóch geluisterd werd naar de slachtoffers.

Hoe hoger de mens, hoe hoger de blik is gericht.

Het maakt personen op hoge posities die zelf mens blijven en de mens blijven zien zo bijzonder.

In religieuze taal: een mens kan zich god gaan wanen en daardoor de mens niet meer zien.

Daarom is het zo corrigerend om te lezen en te ervaren dat God zich in de mens toont, in de geringste.
 
Menso Rappoldt
Predikant van de Grote Kerk in Emmen

Deel dit