Corona-bemoediging: Tijd van inkeer

Corona-bemoediging: Tijd van inkeer

Het corona-virus heeft veel invloed op ons leven, zo stelt Tina Geels. Het zorgt er onder andere voor dat we nu kunnen reflecteren op de wereld om ons heen. 

Het coronavirus confronteert ons keihard met onszelf, een wereld vastgelopen,
afgemat en uitgeput. Iedereen heeft het er over.

Zo deelden we onze gevoelens ook van de week bij de Lutherse kerk. Een van ons zei: 'Als een trein die ineens stil staat, niemand weet waarom maar gaat wel met elkaar in gesprek. Het maakt veel los, ook nieuwe solidariteit.'
Een ander zei: 'Ik vind het ook eng, ik weet niet hoe ik hiermee om moet gaan.'
 
Ik was benieuwd hoe de jongeren er mee bezig waren. Zij waren vooral laconiek. Het zal wel weer voorbij gaan. Scholen dicht was toen nog niet aan de orde. Hun reacties, ook nu nogal heftig, raakten mij. Ze zijn vol hoop en goede moed.

Die nacht kwam het beeld bij me op van de raaf die met een groen takje terugkomt bij de ark van Noach, na 40 dagen ronddobberen op het water van de woeste vloed. Het is een heel oud verhaal. Het donkere water staat symbool voor chaos, losgeslagen zijn zonder richting. Ongegeneerd hamsteren in tijden van nood hoort daar ook bij.

Mensen doen maar wat… ook nu. Geven zij zelf ook toe in het NOS journaal.
De oude beelden van de boot, de ark en de vloed- het groene  takje in de snavel
van de raaf, gaat over ons. Juist nu-  

Daarom leg ik de woorden uit Psalm 91 ernaast.

De nacht valt met haar spoken, wees niet bang.
Nieuwe morgen, weer een dag – wees niet bang.
Koorts gloeit aan in de middag, pest waait rond in het donker,
wees niet bang… god van me op jou bouw ik.

Woorden waar je bij op adem kunt komen, waar je even bij kunt schuilen.
Woorden, niet verzonnen maar geleefd. Woorden die zoveel mensen houvast hebben gegeven voor onderweg, voor als de controle wegvalt.  In de samenleving buiten maar ook binnen in ons kan de wildernis je ongelukkig maken.

Heb je geen richting in je leven, leef je maar van dag tot dag op goed geluk?
Of, weet je het allemaal niet meer zo precies, ga je dingen vergeten? Ook onze binnenwereld kan van slag zijn. Niet netjes je emoties op een rij maar alles door elkaar. Chaos, daarom maar liever eenvoud, duidelijkheid- buiten om mij heen.
Ook onze binnenwereld wordt gespiegeld in die oude verhalen van toen.

Woestijn als beeld van leegte en dood- maar ook als beeld van nieuw begin.
Grondtoon in heel de Bijbel-  Steeds met veertig als terugkerend refrein:
in de leerschool van het leven. De verhalen hebben vanouds al die lagen in zich waar wij hier nu naar verwijzen. sociaal en persoonlijk, buiten en binnen.
Het is zo één groot verhaal van bevrijding geworden.

Veertig met Noach en de vloed, het groene takje als nieuw begin van leven. Mozes met zijn groep zwervers door de woestijn op weg naar een leven in vrijheid, het beloofde land.

Dit allemaal klinkt mee als we Jezus volgen op zijn weg in de wildernis, ook als leerschool bedoeld. Na veertig dagen en veertig nachten is hij uitgeput. Kwetsbaar als hij dan is, wordt hij op de proef gesteld met rare vragen. Kom doe nog eens een kunstje, als je de zoon van God bent. Je weet het toch zo goed, nou dan!

Verloren, spookbeelden waarmee Jezus onderuit wordt gehaald. Hopeloos alleen, verlaten in de wildernis buiten en in hem. Zo eng dat je je van alles in je hoofd gaat halen. De nieuwe wildernis is oud, we kennen haar allemaal, diep in ons. De verzoekingen waar Jezus aan bloot staat gaan ook over jou en mij.
Elkaar wegzetten in een beeld wat niet klopt: je weet het toch zo goed.
Stemmen van mensen om je heen, stemmen ook in jezelf. Je wordt onderuit gehaald en je hebt geen verweer.
Angstig kijk je om je heen …

De wildernis is nieuw, dichtbij in de wereld om ons heen.  Op de eilanden in Griekenland, waar de wanhoop toeneemt. Wat is daar nog hun houvast, een teken van nieuw leven? En nu dichtbij huis iedereen heeft het erover. Wat moet je doen?
Relax zeggen de jongeren, en ze zijn supergoed op de hoogte. Ze zijn zelf als dat ene groene takje in de snavel van de raaf….

Plagen waaien aan je tent voorbij …
Hij beveelt uit de hemel zijn boden, dat zij waken over al je wegen, dat zij jou op handen dragen.  Het is als een gebed ook voor elkaar.

Daarom word je uitgenodigd om een geestelijk leven opnieuw serieus te nemen.
Deze tijd van inkeer is een kans: hoe wil ik mijzelf verhouden tot wat er allemaal gebeurt? Waar sta ikzelf?
En misschien ben je zelf een groen takje voor een ander zonder dat je het beseft.
Een teken, een bode, een engel onderweg. Open durven staan, met lege handen,
maakt de kans groter dat je zelf de tekens gaat verstaan.

Ik denk aan ons vertrek uit het klooster een paar weken geleden. In de storm van die nacht was een flinke dennenboom precies tussen twee van onze auto’s omgewaaid. De foto staat in de laatste Nieuwsbrief. Een engel op ons pad, vond mijn medepassagier onderweg naar huis. Ja, er was iets bijzonders aan dit voorval maar ik vul dat niet verder in. Wel was ook ik even aangeraakt door dat 'meer', wat mijn leven voedt en draagt.
De tekens onderweg zijn talrijk, teer en klein in de chaos van ons bestaan. Als een groen takje in de winter van de vloed, als een stem van hoop. Een engel als een bode, als een boodschapper van de overkant.

Nee, het geloof gaat onze kwetsbaarheid niet oplossen. Geloof als tovertruc, zeker niet. Geloof als vertrouwen in elkaar, als nieuwe solidariteit, gaat ons wel helpen een pad te vinden in de nieuwe wildernis. Geloven is dan vertrouwen in de dingen die er (nog) niet zijn. Dat is men wel ooit God gaan noemen, iets aan onszelf voorbij. Niet als concept maar als weten diep van binnen, dat wij aan elkaar gegeven zijn.

Geen veilig pad om langs te gaan
geen plek geen been om op te staan
geen rost om op te bouwen,
geen bron die uit de rotsen breekt
geen bloed dat stuwt, geen hart dat speekt,
geen ziel om in te schouwen.
Geen gulden regel, rond getal
geen laatst gericht in dit heelal
onwrikbaar onbewogen.
Maar mensen die verminkt en klein
ontheemd, ontkend toch mensen zijn
roepend om mededogen…
uit: (zangen van zoeken en zien 176: 2, tekst Huub Oosterhuis)

Geen veilig pad wel een kompas, dat ons oog traint voor een groen twijgje in de winter…

Tina Geels
Voorganger van de Vrijzinnigen in Delft

 

Deel dit