De ratrace en de buitenstaander

De ratrace en de buitenstaander

We hebben het allemaal steeds drukker. Door onze calvinistische levenshouding? Of moeten we dan misschien de Bijbel eens wat beter lezen?  

Het is 1992 als ik op tv voor het eerst de cabaretvoorstelling zie: ‘De zon gaat zinloos onder, morgen moet zij toch weer op’. Een briljante show van Herman Finkers, waarin hij raak de gestreste tijdgeest van toen weet te typeren.

Het is een op het eerste gezicht chaotisch geheel waarin de cabaretier van de ene sketch naar de andere holt. Ik herinner me nog zinnetjes als ‘Zo dat hebben we ook weer gehad. Schiet mooi op. Nou, foei. Druk druk druk.’

door Aries van Meeteren

Finkers’ ‘druk druk druk’ is direct omarmd. Vanaf 1992 duikt de uitdrukking met enige regelmaat op in krantenadvertenties. Zo brengt een Zweedse autofabrikant een zakenwagen onder de aandacht met de tekst: ‘In ons land stáán de zaken niet, ze rennen. U begrijpt al waar we heen willen. Vraagt u iemand hoe het gaat of hoe de zaken staan, dan luidt het antwoord steevast: druk, druk, druk.’

Ook andere reclames in die jaren benoemen met Finkers’ woorden dat we druk zijn. Het zijn de hoogtijdagen van de privatisering, een bijna oneindig lijkende economische groei en het geloof dat de nieuwe wereldorde voortaan liberaal zal zijn.

Onzekerheid
Druk zijn we sindsdien nog altijd. Misschien nog wel drukker. Meer nog dan in de jaren negentig zijn werk en privé vermengd geraakt met dank aan de ‘smartphone’ en de sociale media. En uit angst om iets te missen, rennen we nog harder dan we al deden. Zeker voor mensen die werken als zzp-er kan het lastig zijn om daarin op tijd een rem te vinden. Want wie een werkgever te vaak ‘nee’ verkoopt wordt voor een volgende klus misschien niet meer gevraagd. Dat geeft stress in tijden van economische onzekerheid.

De drukte die ik om mij heen zie, heeft volgens mij veel te maken met angst om buiten de boot te vallen. Om niet mee te komen. En daar kunnen mensen aan opbranden.

Is ‘druk druk druk’ een symptoom van alleen onze tijd? De socioloog Max Weber (1864-1920) ziet het ook al in de zeventiende- en achttiende eeuw. Hij meent dat vooral het protestantisme, met een beroep op de Bijbel, zou aanzetten tot hard werken en zoveel mogelijk nieuw kapitaal vergaren. Zijn idee is dat met name puriteinen dachten dat ze zo hun goddelijke roeping volgden. Succes gold bovendien als teken dat God hen na hun dood genadig zou zijn. In de loop van de tijd bleek God trouwens steeds minder nodig als aansporing tot vlijt. De belofte van dikke winst werkte ook.

Woekeren
Maar, denk ik, hoezo is ‘druk druk druk’-zijn een Bijbelse deugd? De Tien Geboden dammen onze neiging tot bezig blijven toch juist in door een rustdag te introduceren? En Jezus geeft in de Bergrede zijn toehoorders mee dat ze zich geen zorgen moeten maken voor de dag van morgen. ‘Kijk eens naar de vogels in de lucht. Ze werken niet op het land en ze bewaren geen graan in een schuur. Jullie Vader in de hemel geeft ze te eten.’ (Mt. 6,26).

Ook Martha krijgt te horen dat ze niet moet overdrijven met haar zorg voor het eten en drinken en net als haar zus Maria ook aandacht moet hebben voor de meer immateriële dingen in het leven (Lc. 10, 41-2).

Weber haalt er onder meer de gelijkenis bij van de koning en de ponden (Lc. 19,11-27), waarin Jezus zou aansporen om te woekeren met wat ons aan kapitaal is toevertrouwd. In het verhaal is sprake van iemand die een tijdje naar een ver land gaat om daar koning te worden. Tot zijn terugkomst moeten zijn knechten handeldrijven met zijn bezit. Ze krijgen elk 10 ponden. Eén knecht doet niets met het geld en met hem loopt het slecht af. In een andere versie van de gelijkenis (Mt. 25, 14-30), waarin sprake is van talenten in plaats van ponden, komt de knecht zelfs terecht in de buitenste duisternis. Het bracht een door Weber geciteerde puritein tot de uitspraak: ‘You may labour in that manner as tendeth most to your success and lawful gain. You are bound to improve all your talents.’

Het is een klassieke uitleg van de gelijkenis in het licht van ons ‘druk druk druk’-zijn: werken als heilige plicht. We moeten zelfs ‘woekeren’ om succesvol te zijn. Steeds harder, verder, hoger. Want anders... Ja, wat anders? In het verhaal is sprake van een nogal boosaardige heer ‘die terugvordert wat hij niet heeft gestort en oogst wat hij niet heeft gezaaid’ (Lc. 19,21). Vaak is hij gezien als God. Wie weigert om voor Hem zijn best te doen, zou immers een forse straf krijgen. Geen wonder dat de eerste twee knechten gruwelijk hun best doen om hun talenten of ponden te vermeerderen. Ze zijn veel te bang om niet aan de eisen te voldoen.

Ik kan weinig uit de voeten met deze interpretatie. Is dat strenge heerschap in de gelijkenis werkelijk God die, volgens andere uitspraken van Jezus, vogels voedt en veldbloemen kleedt? En was het niet diezelfde Jezus die mensen voorhoudt dat ze geen schatten op aarde moeten verzamelen?

Ik zie in de man uit de gelijkenis veeleer de verpersoonlijking van onze ‘druk druk druk’-economie die ons soms bovenmenselijke eisen stelt en wil dat we groeien tegen de klippen op. Twee knechten gehoorzamen, de derde niet. Hij stopt de ratrace. Maar dat kost hem wel wat. Zijn weigering om mee te doen aan de groei-economie maakt van hem letterlijk een buitenstaander.

Outsider
Ook Jezus verkeert in de positie van ‘outsider’. Hij kiest bewust voor een ander leven dan veel van zijn tijdgenoten. Is Hij dan niet druk? Jawel. Als we de evangeliën moeten geloven, brengen mensen Hem aan de lopende band zieken. In de musical ‘Jesus Christ Superstar’ is dat indringend verbeeld in een scene waarin Jezus wordt overspoeld door mensen met allerlei aandoeningen: ‘Will you touch, will you mend me, Christ? Won’t you touch, will you heal me, Christ? Will you kiss, you can cure me, Christ? Won’t you kiss, won’t you pay me Christ?’ Op een gegeven moment wordt het zo druk dat Jezus uitroept: ‘There’s too many of you. Don't push me! There's too little of me. Don't crowd me! Leave me alone!!!’

Dan volgt een ‘fade-out’ en een overgang naar de reprise van het lied: ‘Everything’s all right’. Een prachtig lied, waarin de uitnodiging klinkt: ‘Let the world turn without you tonight.’ Maar precies dat is lastig in tijden van angst om iets te missen. Het valt niet mee om ‘offline’ te gaan als je bang bent om nee te zeggen. Is het lied daarom geschreven in een wat ongemakkelijke vijfkwartsmaat?

Aries van Meeteren is voorganger van de Kerk met de Beelden in Hardinxveld Giessendam, een afdeling van Vrijzinnigen Nederland.

Dit artikel verscheen eerder in VrijZInnig, ledenblad van de VVP

Deel dit