Een geloof om in te wonen

Een geloof om in te wonen

Een godsdienst zou je kunnen opvatten als een bouwwerk aldus Klaas Douwes. Jammer genoeg is het niet bij een tent gebleven...

Dat is niet alleen maar omdat er in alle wereldgodsdiensten een centrale rol is weggelegd voor godshuizen. Het is ook goed mogelijk om dit figuurlijk op te vatten. Wat valt er te zeggen over dit beeld van een godsdienst als bouwwerk? En hoe vallen vrijzinnigen in dit beeld te plaatsen?

Dit artikel verscheen eerder in VrijZinnig, het ledenblad van de VVP.

Godsdienst als bouwwerk

Een religie komt niet als een bouwpakket uit de lucht vallen. Aan de godsdiensten zoals we die vandaag de dag aantreffen is heel lang gebouwd en er is heel wat aan uitgebreid, gesloopt, verbouwd en gerenoveerd. Religies hebben een bouwhistorie die eerder in eeuwen dan in jaren wordt uitgedrukt. Wie de historische lading van de metafoor van godsdienst als een bouwwerk aan den lijve wil ondervinden, raad ik aan om eens de San Clemente in Rome te bezoeken. Daar kun je letterlijk afdalen in de religiegeschiedenis. De huidige basiliek is met haar kleine duizend jaar al één van de oudste kerken van Rome, maar daaronder gaan nog antiekere religieuze lagen schuil. Het gebeurt vaker dat een nieuwe kerk op de resten van een oudere kerk wordt gebouwd. Het bijzondere van de San Clemente is echter dat deze diepere resten zijn blootgelegd én te bezichtigen zijn. Met de trap kom je via een aantal oudere kerken uiteindelijk in een Mithrastempel terecht uit de tweede eeuw na Christus. Mithras was een Perzische zonnegod, die ook in het Romeinse Rijk veel aanhangers had. Wie goed zoekt vindt zo in iedere godsdienst tal van oude en vreemde bouwstenen.

Vrijzinnig sloopwerk?

Hoe zijn vrijzinnigen dan te plaatsen in deze beeldspraak? Het kost weinig verbeeldingskracht om vrijzinnigen te karakteriseren als slopers. Terwijl het christendom in tweeduizend jaar een stevig bouwwerk in elkaar heeft gezet, kostte het de vrijzinnigheid slechts zo’n 150 jaar om dat flink te slopen. Het geloof in bovennatuurlijke wonderen, de onfeilbaarheid van de bijbel en de voorzienigheid van God: stuk voor stuk hebben vrijzinnigen deze stenen losgebikt uit het bouwwerk van de christelijke theologie en bij het grofvuil gezet. In deze gedachtegang kan vrijzinnigheid nooit een goed fundament vormen voor een geloofsgemeenschap. Vrijzinnigen zijn immers slopers en geen bouwers. Maar klopt deze redenering wel?

Vrijzinnig nomadisme

Ik zou het graag anders willen verbeelden. In plaats van onbesuisde slopers zie ik vrijzinnigen als speurders naar zwakke plekken. Vrijzinnigen proberen versleten stukken in het geloof te verwijderen of te vervangen, juist omdat ze willen voorkomen dat het bouwwerk uiteindelijk helemaal instort. Het christendom heeft zich in de geschiedenis vaak als veel steviger gepresenteerd dan het eigenlijk was. De vrijzinnigheid probeert door die valse façade heen te prikken. Als het aan de meeste vrijzinnigen lag, was de christelijke geloofsleer dan ook nooit tot zo’n lijvige constructie uitgebouwd. Hadden we achteraf misschien niet beter bij het godshuis kunnen blijven uit de eerste boeken van de bijbel: een tent? Een tent heeft immers geen zware fundering nodig of onwankelbare draagmuren, maar is flexibel, luchtig en makkelijk mee te nemen op je levensreis. Vrijzinnigheid zou ik daarom graag als een tentenkamp willen zien en de vrijzinnige als een nomade. Dat maakt het vrijzinnige geloofsleven afwisselend en avontuurlijk. Al besef ik dat het voor lang niet iedereen is weggelegd om met deze betrekkelijk onbesliste overtuiging te kunnen leven. De mens blijft nu eenmaal een bouwer.

Klaas Douwes
Predikant van de Regentessekerk in Apeldoorn


Deel dit