Het wankele individu

Het wankele individu

Over het algemeen wordt aangenomen dat de Westerse samenleving in hoge mate is geïndividualiseerd én dat dit voor grote problemen zorgt in de maatschappij.

De sociale cohesie verdwijnt, de onderlinge verschillen worden steeds groter en de samenleving kent geen duidelijke, verbindende richting meer. De maatschappij bestaat louter nog uit individuen en hangt als los zand aan elkaar. In weerwil van de gemeenschappelijke opinie, van de stem van de massa, beweer ik echter het tegendeel. Individualisering is een mythe en een gebrek aan individualisme bedreigt onze samenleving.

De mythe van de individualisering

Hoewel ik pleit voor het individu, geef ik meteen maar toe dat ik deze tussenkop niet zelf heb bedacht. Deze is afkomstig uit de studie ‘Kiezen voor de kudde’, die in 2004 verscheen. Hierin houdt een groep sociale wetenschappers de individualiseringsthese kritisch tegen het licht. Aan de hand van empirisch onderzoek naar uiteenlopende thema’s als sport, kiezersgedrag en filerijden, concluderen de sociologen dat het idee van individualisering – ondanks de wijdverbreidheid – niet rijmt met de werkelijkheid. Hoe zit dat?

Er wordt ingezoomd op twee veronderstellingen van individualisering: dat het gedrag van Nederlanders steeds meer onderlinge verschillen vertoont en dat Nederlanders zich in hun doen en denken steeds minder door een groep laten beïnvloeden. Op het eerste gezicht zouden we deze twee veronderstellingen makkelijk kunnen beamen. De keuzevrijheid is tegenwoordig enorm en iedereen wil graag authentiek en autonoom zijn. Maar uit een vergelijking tussen sociologische onderzoeken van de afgelopen decennia, blijkt dat Nederlanders juist méér kuddegedrag zijn gaan vertonen in plaats van minder. Het Sociaal en Cultureel Planbureau kan ons gedrag nu bijvoorbeeld makkelijker voorspellen dan pakweg 20 à 30 jaar geleden, omdat we meer dezelfde keuzes maken.

Dat de individuele keuzevrijheid in Nederland is toegenomen, wordt in ‘Kiezen voor de kudde’ niet betwist. Het verschil met de algemene opvatting van het begrip individualisering, zit echter in de gevolgtrekking. Een van de auteurs pleit voor een nieuwe begripsinvulling en vat daarmee het betoog samen: ‘Individualisering betekent dan dat de vrijheid van mensen om eigen keuzes te maken groter wordt, maar ze hoeft niet per se te impliceren dat zij daardoor ook ándere keuzes maken. Als de restricties op het gedrag van mensen minder knellend worden, leidt dit niet altijd tot ander of minder voorspelbaar gedrag. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat men zich in die vrije keuzes juist steeds meer richt op de keuzes van anderen.’ We maken dus massaal dezelfde keuzes, ondanks dat we bevrijd zijn van dwang.

 Internet en uniformering

De rol van internet is in ‘Kiezen voor de kudde’ vrij gering. In de veertien jaar sinds het verschijnen van het boek is er op dat vlak dan ook heel wat veranderd. Ik ben benieuwd hoe het betoog zou luiden wanneer er een herziene druk verscheen. Het zou mij niet verbazen dat de auteurs hun kritiek op de mythe van individualisering nog verder zouden aanscherpen. De ontwikkeling van het internet onderstreept namelijk het idee dat een toename van keuzemogelijkheden tot een afname van variëteit aan gemaakte keuzes kan leiden.

In potentie kan het internet een prachtig medium zijn voor wie het beste voor heeft met het individu en zijn vrijheid. Via het internet kun je met de hele wereld in contact komen en makkelijker en meer informatie verzamelen dan ooit. Meer vrijheid, meer begrip voor elkaar, meer onderdeel zijn van één wereldwijde gemeenschap: met het internet zou dat mogelijk moeten zijn. De uitkomsten laten echter te wensen over.

In plaats van meer verscheidenheid, meer individuele vrijheid en beter geïnformeerde burgers, lijkt het internet het tegenovergestelde op te leveren. Het gemak waarmee we heel gericht informatie kunnen opzoeken, brengt net zo goed met zich mee dat we ons veel makkelijker en gerichter kunnen afsluiten van informatie die ons niet aanstaat. Dit laatste kan zelfs automatisch door een zoekmachine gebeuren, die je zoekopdrachten ‘personaliseert’ en zo voor een zogenaamde filterbubbel zorgt. Daarnaast is de macht rond het internet niet evenwichtig verdeeld, maar gecentreerd in de techgiganten Google, Microsoft, Apple en Facebook. Al deze ontwikkelingen wijzen eerder op uniformering dan op individualisering. In de lijn van ‘Kiezen voor de kudde’ kunnen we dus stellen dat het internet tot meer kuddegedrag leidt, ondanks zijn potentiële vrijheid. Waarom is het toch zo moeilijk om onze individuele vrijheid te benutten om daadwerkelijk andere keuzes te maken?

De angst voor vrijheid

Over deze laatste vraag schreef de Duits-Amerikaanse denker Erich Fromm in 1941 de klassieker ‘De angst voor vrijheid’. Fromm zet hierin op beklemmende wijze uiteen wat de gevolgen kunnen zijn wanneer we onze individuele vrijheid niet op weten te nemen. Fromm hanteert een inmiddels bekend onderscheid tussen twee soorten vrijheid. Aan de ene kant is er de negatieve vrijheid, de vrijheid van dwang. Dit is de vrijheid die in de moderne wereld vrijwel vanzelfsprekend is. Aan de andere kant is er ook de positieve vrijheid, de vrijheid tot het ontplooien van jezelf. Hoewel je zou kunnen verwachten dat positieve vrijheid bijna als vanzelf op negatieve vrijheid volgt, is dit volgens Fromm allerminst het geval. De moderne mens is dan wel vrij van dwang, maar daardoor ook op zichzelf aangewezen om goede keuzes te maken. Dat kan een mens eenzaam en daardoor angstig en machteloos maken. Daarom heeft Fromm zijn boek ‘De angst voor vrijheid’ genoemd.

De angst om de eenzame verantwoordelijkheid van de vrijheid op zich te nemen, kan de moderne mens ertoe brengen om zijn toevlucht te zoeken tot juist het tegenovergestelde. Op die manier verklaart Fromm de opkomst van het nazisme. Omdat de mensen hun vrijheid niet aan konden, zochten ze hun toevlucht tot het volgen van een autoritaire leider. Een andere vluchtmogelijkheid die Fromm noemt is het conformisme. Dat is wanneer mensen zich – onbewust – aanpassen aan hun omgeving. Of met andere woorden: vrij van dwang toch kuddegedrag vertonen. Fromm schreef zijn boek in een tijd van autoritarisme, maar inmiddels lijken we in de tijd te leven van het conformisme, zoals dat ook in ‘Kiezen voor de kudde’ naar voren kwam. Conformisme lijkt misschien tamelijk onschuldig, maar dat is het volgens Fromm niet. Door ons telkens te conformeren – wat nog versterkt wordt door bijvoorbeeld de reclame-industrie – verliezen we onze oorspronkelijke persoonlijkheid en verleren we het vermogen om vrij en kritisch te denken. Het individu verdwijnt daarmee in de massa en wordt een hersenloze mens. Ik sluit af met waarschuwende woorden van Fromm, in de hoop dat ze slechts een mogelijkheid zullen blijven:

‘De opkomst van de hersenloze mens in de moderne samenleving heeft de hulpeloosheid en onzekerheid van de gemiddelde mens vergroot. Eenmaal hersenloos, is hij bereid zich aan nieuwe autoriteiten over te geven, die hem zekerheid en een verlossing uit zijn twijfel bieden.’

Klaas Douwes

Dit artikel verscheen eerder in VrijZinnig, kwartaalblad van de VVP. Geïnteresseerd? Mailinfo@vrijzinnig.nl voor een proefabonnement

Deel dit