Ieder mens een zwerver

Ieder mens een zwerver

In religieuze taal – dat is taal die in een diepere laag betekenis geeft aan wat er feitelijk gebeurt – wordt leven vaak gezien als een reis, aldus Menso Rappoldt. 

Daarmee wordt bedoeld dat in het leven niets blijvend is maar dat we gaandeweg het leven in nieuwe situaties terecht komen waar we ons toe moeten verhouden.

Dit artikel verscheen eerder in VrijZinnig, het ledenblad van de VVP.

Deze levensreis heeft niets te maken met feitelijk onderweg zijn. Iemand die het hele leven in het zelfde huis woont, maakt deze reis net zo goed als iemand die vaak verhuist. Want hij/zij gaat ook een weg van groeien, volwassen worden, relaties, werk, mogelijk ouderschap, geluk, verlies en verdriet. Andersom kan iemand die steeds vertrekt en zich nergens vestigt of iemand die van relatie naar relatie hopt, vastlopen op zijn of haar levensreis als dat reizen en hoppen een vlucht is om bijvoorbeeld geen verantwoordelijkheid te nemen of om niet te leren wat liefde is als verliefdheid voorbij is.

Een bijbels thema

Reizen en zwerven is een bijbels thema. Adam en Eva worden uit het Paradijs gejaagd. Abraham wordt een zwervende Arameeër genoemd in de Joodse geloofsbelijdenis. Jacob, Izaäk en Mozes zwierven. We lezen over de tocht door de woestijn en ook over de ballingschap (ontheemd zijn). Ook Jezus trok rond met zijn discipelen. Paulus reisde door Klein-Azië. Aan al dat reizen ligt een opdracht ten grondslag om te verlaten wat vertrouwd maar onecht is (Abraham), soms is het een vlucht voor onrecht (Mozes uit Egypte) of voor wraak (Jacob). Soms is het het gevolg van verkeerde keuzes (Adam en Eva, de ballingschap).

Het onderweg zijn gaat altijd samen met een verlangen naar thuis. Soms het thuis dat je moest verlaten (Paradijs, Jeruzalem), anders een thuis dat je hoopt te vinden (Beloofde land). Want er is een verlangen naar een plek waar het leven veilig en goed is. Toch is de levensreis nooit klaar als je zo’n thuis vindt. Toen de Israëlieten het Beloofde Land bereikten, begon de opdracht om dat land echt het Beloofde Land te laten zijn.

Symbool van onze relatie met God

Het thema zwerven als levensreis houdt meer in dan levensfasen die je doormaakt. Het is ook beeld van de relatie met God als Hoogste en Diepste in het leven. Toen de Hebreeën uit Egypte vluchtten en veertig jaar (een mensenleven) door de woestijn trokken, droegen ze een kist met zich mee: de Ark van het Verbond. En ook een tent als verblijfplaats voor deze kist. Die kist was leeg. Je zou verwachten dat hij gevuld zou zijn met kostbaarheden zoals gouden en zilveren voorwerpen zoals beelden en kandelaars. Maar niets van dat al. Er lagen alleen twee stenen platen in met tien leefregels die we kennen als de Tien geboden. Met het nuchtere verstand zouden we zeggen: nutteloos om zo’n lege kist en tent mee te sjouwen. Daar heb je niets aan en het levert niets op. Zonde van de energie als het leven afzien is en je het in moeilijke omstandigheden moet volhouden.

Maar het kostbare van die kist in die tent is dát die leeg was, behalve dan die stenen platen met aanwijzingen hoe het leven goed en zinvol kan worden. Die kist, de Ark van het Verbond, was symbool van de aanwezigheid en de macht van God. Die kist zegt twee dingen. Allereerst hoe belangrijk het is om in alle omstandigheden, zwervend of gevestigd, aandacht te hebben voor vragen naar wat je bestaan zin en betekenis geeft. Het altijd meedragen van de Ark bestrijdt de theorie dat zingeving en geloven een luxe element is dat pas aandacht nodig heeft als de maag gevuld, het lichaam gekleed en het huis gebouwd is. Het meedragen van de Ark in de woestijn zegt dat wij altijd in relatie staan met God als Hoogste en Diepste in ons leven. In alles geldt de vraag wat goed en zinvol is.

Ruimte

Als tweede verbeeldt het dragen van die lege kist met leefregels door de woestijn, dat onze relatie met God, of ons geloof een zwervend karakter heeft. Er is een relatie, het Verbond, dat zegt dat God en mens elkaar nodig hebben om God te zijn en mens te worden. Maar het is een relatie waarbij de mens God niet in de zak (of in de kist) heeft. Toen de Israëlieten zich vestigden in het Beloofde Land, werd er na verloop van tijd een tempel gebouwd met daarin een afgesloten ruimte voor de Ark, het Heilige der Heilige. Niemand mocht daar binnengaan. De draagarmen van de Ark mochten nooit worden verwijderd, ook niet in de tempel. Zo spreekt het besef dat er bij alles wat we doen een ruimte nodig is voor dat wat we niet beheersen. Ruimte voor wat we niet kunnen begrijpen (ook niet met de wetenschap). Een heilige ruimte die altijd in acht moet worden genomen en die zich toont in verwondering en respect voor het leven, de ander, de natuur en de aarde. Die ruimte is weg als ik bijvoorbeeld denk dat ik je helemaal ken: de ruimte voor jou om de ander te zijn. Daarmee is er geen openheid en verrassing meer en hebben we elkaar niets meer te zeggen.

Altijd iets nieuws

Leven is voor een groot deel zwerven in religieuze zin. We gaan door levensfasen met hun vragen, behoeftes, verlangens, teleurstellingen. Je omgang met die vragen naar zin en betekenis en de relatie met God is in de bijbel per definitie reizen. Omdat we telkens in nieuw gebied terecht komen. We zijn nooit definitief geland of gevestigd. Ook niet als in het Nieuwe Testament voor christenen Jezus de plaats van de (verwoeste) tempel inneemt als ‘locatie‘ waar God is te vinden. Want ook Jezus zwierf rond. We hebben hem niet in de hand. De priesters en Romeinen wisten geen raad met hem en wilden hem controleren door hem te doden. Maar de Hoogste en Diepste ontsnapte aan die greep. Dat vieren we met Pasen.

Menso Rappoldt is sinds 2012 predikant van de Grote Kerk in Emmen. Daarvoor was hij 10 jaar predikant in Graft-De Rijp (NH). Hij kwam daar nadat hij zes jaar opbouwwerker was geweest voor de toenmalige VVH/P in Noord-Holland. Na zijn studie theologie aan de VU gaf hij eerst zeven jaar les als godsdienst- en maatschappijleraar in het MBO.

Deel dit