'In de kerk moet een ieder zich thuis kunnen voelen'

Als nieuw synodelid van de Protestantse Kerk wil Tineke Lely zich inzetten voor de kerk, omdat het nog altijd een ‘sociaal thuis’ is voor veel mensen.

Hoe ben je in de synode terecht gekomen?

Mijn voorganger vroeg of ik hem wilde opvolgen; de classis moest nu een ouderling afvaardigen en hij vond het belangrijk dat het een vrouw werd en deed een beroep op mij.

Ik heb er lang en goed over nagedacht en een aantal gesprekken gevoerd voordat ik me beschikbaar stelde want het leek me een boeiende, maar lang niet makkelijke taak. Boeiend, omdat het besturen van de PKN me bijzonder lijkt door de verscheidenheid in geloof en ‘cultuur’, terwijl de synode de taak heeft om ondanks die verscheidenheid de gemeenten van de PKN te leiden en te dienen.

Aan de andere kant lijkt het me geen gemakkelijke taak, omdat het wellicht niet meevalt om in de synode met 55 leden met vaak heel verschillende geloofsopvattingen tot een gezamenlijk besluit te komen en mijn stem te laten horen.

Wat drijft jou om dit te doen? 

Onze gemarginaliseerde kerk heeft nog steeds een belangrijke taak te vervullen, als ‘sociaal thuis’ voor zijn leden en als kritische stem in de samenleving. Ik vind dat we waar nodig en mogelijk een standpunt als christelijke kerk moeten innemen en uitdragen (bijvoorbeeld tegen de Nashville-verklaring).

De kerk en de gemeenten zijn juist ook in deze tijd een plaats waar een ieder zich thuis moet kunnen voelen, ongeacht huidskleur, geaardheid of capaciteiten. Ik wil graag mijn verantwoordelijkheid nemen om hier ook een steentje aan bij te dragen.

Zijn er nog dingen die je wilt verwezenlijken als synodelid? 

Mijn hart ligt denk ik nog het meest bij de diaconale taak van de kerk en ik hoop dat die, ook in een krimpende kerk, volop uitgeoefend blijft. Daar zal ik zeker mijn best voor doen. De onderwerpen van het conciliair proces: vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping hebben daarnaast mijn hart.

Verder zal ik het synodewerk me nog helemaal eigen moeten maken en dan zien wat ik kan bijdragen. Het is van belang om ‘bondgenoten’ te vinden onder de andere synodeleden, om gezamenlijk voorstellen uit te werken en op de agenda te krijgen. Er gaat tijd overheen voordat ik goed ingevoerd zal zijn in die contacten en in wat er speelt. Maar de benoeming is voor 5 jaar, dus daar is gelukkig tijd voor.

Vind je het belangrijk dat je daar als vrijzinnige synodelid zit? Ga jij expliciet staan voor het vrijzinnige geluid? 

Ik vind het zeker belangrijk dat de vrijzinnige gezindte een plek en een stem heeft in de breedte van de kerk. Weliswaar nemen de leden deel aan het synodewerk ‘zonder last of ruggespraak’, maar uiteraard zal ik daar proberen het vrijzinnige geluid uit te dragen, waar het nodig en mogelijk is.

Overigens ben ik de laatste jaren meer naar de vrijzinnigheid toegegroeid. Indertijd heb ik belijdenis gedaan onder verantwoordelijkheid van 7 kerkgenootschappen: de N.H., Gereformeerde, Doopsgezinde, Lutherse, R.K en de Oud-Katholieke Kerk in Utrecht en de Hernhutter Broederschap in Zeist. Dat vond plaats in de oecumenische jaren ’70. Pas anderhalf  jaar geleden heb ik me bij de Parkstraatgemeente in Arnhem aangesloten, een samenwerkingsverband van Remonstranten en Vrijzinnig Protestanten. Ook als vrijzinnige heb ik dus nog veel te leren!

Deel dit