'Levensvragen los je niet wetenschappelijk op'

'Levensvragen los je niet wetenschappelijk op'

Hij wil het speelveld van de liberale theologie breed houden en denkt dat de vrijzinnigheid gebaat is bij (zelf)kritiek. Een interview met Rick Benjamins, hoogleraar vrijzinnige theologie. 

Al enkele jaren was Benjamins bijzonder hoogleraar vrijzinnige theologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Protestantse Theologigische Universiteit (PThU). Zijn aanstelling wordt nu omgevormd naar een persoonlijk hoogleraarschap aan de PThU waarbij zijn rol aan de universiteit groter wordt. Een interview met de man die vrijzinnige theologie in de komende jaren meer gezicht wil geven. 

Kun je jezelf even kort voorstellen, voor de mensen die jou nog niet kennen? 

Ik ben Rick Benjamins, geboren in 1964 en ik studeerde theologie in de jaren ’80 in Groningen. Ik ben getrouwd en wij hebben drie kinderen, waarvan er één nog in opleiding is. Na mijn studie schreef ik een proefschrift over Origenes van Alexandrië, die leefde van ongeveer 185 tot 253. Zijn boek Over de beginselen kan gelden als de eerste christelijke dogmatiek. Aardig is dan meteen dat de eerste dogmatiek komt van een theoloog die je met een beetje goede wil als ‘liberaal’ kunt beschouwen. Hij is postuum zelfs als ketter te boek komen te staan.

Toen het proefschrift af was, ben ik predikant geworden in Middelstum en Huizinge, het land van Maas en Waal, en Heemskerk, van 1993 tot 2008. In die tijd heb ik mij minder gericht op de patristiek en de vroege kerkgeschiedenis en meer op de hedendaagse theologie. Dat lag in de pastorie natuurlijk ook voor de hand.

In 2008 werd ik universitair docent dogmatiek voor de PThU in Leiden, daarna Amsterdam. Vanaf 2012 werd ik daarnaast ook bijzonder hoogleraar voor de vrijzinnige theologie, eerst in Groningen aan de RuG, daarna aan de RuG en de PThU. Nu word ik dus hoogleraar vrijzinnige theologie.   

De afgelopen jaren was je bijzonder hoogleraar. Wat beschouw jij als jouw hoogtepunten van die periode?

Dat vind ik niet heel gemakkelijk te zeggen. Ik heb veel plezier gehad aan de cursussen van het Post Academisch Onderwijs die ik in Groningen gaf. Dat waren tweedaagse cursussen voor predikanten die zich in een onderwerp wilden verdiepen. Ik bood daar het vrijzinnige materiaal aan waar ik zelf intensief mee bezig was. Het leverde boeiende gesprekken op, op het snijvlak van het predikantenwerk en de academische studie.

Ik heb ook erg veel beleefd aan De Vrijzinnige lezing vanaf 2017, die jaarlijks in de Geertekerk wordt gehouden. De Amerikaanse theologe Catherine Keller hield de eerste lezing. Een tijd na die lezing stuurde ze me haar meest recente boek met daarin een groet. Toen ik het boek las, stuitte ik ergens op driekwart van de tekst op een passage waarin ze naar De Vrijzinnige Lezing in Nederland verwees en zei, onder de indruk te zijn van de creatieve manier waarop de mensen die ze daar tegenkwam omgingen met het naderende einde van de kerk. Ik weet trouwens niet of dat einde echt aanstaande is, wat mij betreft blijft het nog even uit.

Een soortgelijke opmerking maakte Jörg Lauster, een latere spreker trouwens ook. Hij meende dat Nederland in een aantal opzichten qua secularisatie voorliep op Duitsland. Maar goed, laat die passage in het boek van Keller maar gelden als een hoogtepunt, omdat die duidelijk maakt dat we hier internationaal juist in een soort onbeduidendheid van belang zijn.  

Als persoonlijk hoogleraar krijg je meer tijd. Wat zou jij de komende jaren willen doen? 

Ik krijg in mijn werk meer focus en daardoor meer gelegenheid om vrijzinnig gedachtengoed in te brengen aan de PThU. Wat dat precies gaat opbrengen, weet ik natuurlijk niet, maar ik kan wel zeggen waarop ik wil inzetten. Ik zal graag studenten en promovendi begeleiden. Ik hoop dat een aantal studenten door mijn colleges op vrijzinnige, liberale of ruimzinnige theologie afstudeert. En ik hoop dat een paar mensen wil promoveren, op promotieplaatsen of als zogenaamde buitenpromovendi.

Meer in het algemeen zie ik het als een opdracht om het speelveld van de theologie op links breed te houden. In september verschijnt een nieuw boek van me ‘Boven is onder ons: Een theologie van God na God’. Ik ben benieuwd hoe dat ontvangen wordt en ik hoop in die lijn door te werken, mede afhankelijk van wat ik daarover terugkrijg.             

Wat is volgens jou de kern van de vrijzinnige theologie? 

Dat is een moeilijke. Ik denk dat vrijzinnige theologie meer een ontwikkeling omvat van theologie sinds de Verlichting of de Franse revolutie dan een systematisch geheel met een kern.

Ik zou het als volgt zeggen: de vrijzinnige of liberale theologie heeft zich in de negentiende ontwikkeld tegenover orthodox biblicisme en dogmatisme. Het heeft toen de vrijheid van het individu onderstreept, dat niet mag worden geknecht onder kerk- of schriftgezag.

Aan het begin van de twintigste eeuw heeft de liberale theologie zich opnieuw moeten uitvinden, onder kritiek van de zogenaamde dialectische theologie en de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog. Laten we zeggen dat de liberale theologie haar vooruitgangsoptimisme kwijt raakte. In de tweede helft van de twintigste eeuw werd de liberale theologie uitgesplitst in diverse varianten van onder andere bevrijdingstheologie, feministische theologie en zwarte theologie. Daarin lag de nadruk niet op individuele vrijheid, maar op bevrijding van achtergestelde groepen.

In de eenentwintigste eeuw moet de vrijzinnigheid zich verstaan met de zogenaamde ‘post-woorden’ van postmodern, postchristelijk, postseculier en posttheïstisch. Daar kan de vrijzinnigheid volgens mij goed bij aansluiten, al moet ze dan ook de nodige kritiek en zelfkritiek verwerken.

 
En wat mist de vrijzinnige theologie volgens jou nog? 

Eerlijk gezegd denk ik dat de vrijzinnigheid haar agenda een beetje kwijt is, haar urgentie. Ze is heel belangrijk geweest om christelijk gedachtengoed een plaats te geven in een moderniserende wereld. De vrijzinnigheid stond in de moderne wereld en wilde daarin religieus zijn. Ze was kritisch op de institutionele of georganiseerde religie en haar macht, maar dan wel vanuit een religieuze houding. Ze ging mee met het moderne denken, maar niet met een eendimensionaal wetenschappelijk perspectief.

De menselijke bloei vraagt om diepte, levensvragen los je niet wetenschappelijk op, en daar raken we aan een religieus aspect: wat is van waarde, wat is onze taak? In onze huidige tijd is het de vraag: waarom zou je het antwoord op die vragen eigenlijk in het christendom zoeken? En als je dat doet, waarom zou je je aansluiten bij de vrijzinnigheid? Ongeorganiseerd is een vrijzinnige mentaliteit en wijdverbreid. Maar wat moet de georganiseerde vrijzinnigheid daarmee? Wat moeten we eigenlijk überhaupt organiseren?

Op dat punt hebben we geen urgente agenda. Gelukkig niet, denk ik dan, want met zo’n agenda komt allerlei narigheid als groepsdwang en strakke ideeën, maar waarop is vrijzinnig geestelijk leven gericht? Wat wil het bewerken, wat wil het beschermen? Daarover zijn we niet heel duidelijk. Nou ja, in zoverre: het geestelijk of innerlijk leven van individuen is belangrijk, daar zijn we het waarschijnlijk wel over eens. Maar hoe we dat vormgeven, dat hebben we niet zo scherp.          

Deel dit