Podcast: De niet-man, de niet-vrouw, de niet-sterrenkundige

Podcast: De niet-man, de niet-vrouw, de niet-sterrenkundige

Leden van Vrijzinnig Centrum Vrijburg in Amsterdam maken elke week een podcast over levensbeschouwelijke onderwerpen. Deze week: hebben we 'hokjes' nodig om onszelf te kunnen definiëren? 

Beluister de podcast hier, of lees de tekst onder de player:
Geschreven door Margot Brouwer
Voorgelezen door Gert van Drimmelen
Geluidsmontage Seth Mook 

 
Uitgeschreven tekst: 

Twee jaar geleden kwam een goede vriend van mij uit de kast als transgender. In korte tijd transformeerde mijn vriend, die ik altijd als man had gekend, in een prachtig geklede dame. Ik vind het ontroerend en fascinerend om te zien hoe ze steeds meer zichzelf wordt. Experimenterend met kleurige truitjes, rokjes en sjaaltjes, lijkt ze nu veel gelukkiger en beter in haar vel dan ik haar ooit heb gezien. Alles wat met haar herwonnen vrouwelijkheid te maken heeft vindt ze prachtig. Dat zet me aan het denken. Heb ik me ooit zo blij gevoeld met mijn vrouw-zijn? Mijn moeder vertelt soms dat ik in de peuterspeelzaal ooit naar de juf toe ben gegaan en zei: “Als ik later groot ben groeit er vanzelf een piemeltje aan, en dan ben ik ook een jongetje!”

Ik kan me dit niet meer herinneren, maar wel dat ik op de basisschool altijd slobbertruien droeg en met de jongens optrok. Alles wat in mijn ogen ‘meisjesachtig’ was vond ik stom, iets waar mijn arme zusje helaas nogal eens onder moest lijden (daarvoor alsnog mijn excuses, lieve zus). Mijn ouders hadden natuurlijk wel door dat ik geen normaal meisje was, en hebben me daar altijd in gesteund. Zonder gène bestelden ze bij de McDonalds altijd één ‘meisjes-Happy Meal’ voor mijn zusje en twee ‘jongens-Happy Meals’ voor mijn broertje en mij. En toen Sinterklaas aan alle meisjes op onze basisschool een barbiepop gaf en aan alle jongetjes kleurpotloden, kreeg ik tot mijn grote vreugde als enige meisje van de school een set kleurpotloden. Dat had mijn moeder, die in de ouderraad zat, speciaal aan de goedheiligman doorgegeven. Ik ben ze hier nog altijd immens dankbaar voor.

Op de middelbare school kwam ik in zwaarder weer terecht. Ik begreep niet waarom de twee jongens die altijd mijn beste vrienden waren geweest, vanaf onze eerste dag in de brugklas niet meer met me wilden omgaan. Plotseling hoorde ik bij de meiden, althans, volgens hen; de meiden zelf waren het daar niet echt mee eens. Het kostte me dat eerste jaar grote moeite om vriendinnen te maken. Uiteindelijk maakte ik er één: de beste vriendin ter wereld. We klampten ons aan elkaar vast als in een storm op zee (en na twintig jaar vriendschap doen we dat nog steeds). In de jaren die volgden zette ik me ertoe me vrouwelijker te kleden, om minder op te vallen en daardoor minder gepest te worden. Pas toen ik natuur- en sterrenkunde ging studeren kreeg ik het gevoel dat ik weer meer mezelf kon zijn. Ruim tien jaar lang dacht ik nauwelijks na over of ik nu ‘vrouw’ was. Ik was sterrenkundige, en dat was al werk genoeg. In dit ‘walhalla voor nerds’ lette niemand op mijn kleding, houding of gebrek aan make-up; enkel intellect en hard werken telde. Het gelukkigste moment kwam toen ik me, dankzij mijn promoveren, niet meer als ‘mevrouw’ maar als ‘Doctor’ Brouwer mocht introduceren. Blijkbaar maakt je geslacht niet meer uit, als je maar lang genoeg doorstudeert.

Lees verder op de website van Vrijburg Amsterdam

Deel dit