Van advocaat tot vrijzinnig voorganger

Ze was advocate, maar schoolde zich om tot vrijzinnig voorganger en sinds kort werkt zij als kerkelijk werker voor de vrijzinnigen in Almelo. Wat drijft Helene Westerik?

heleneKun je jezelf even voorstellen?
Ik kom uit een oecumenisch nest. Mijn vader heeft een rooms-katholieke achtergrond en mijn moeder was hervormd. Ik ben hervormd opgegroeid, totdat mijn ouders een religieuze zoektocht zijn gestart en zij in het evangelische circuit terecht kwamen. Ik ging altijd mee naar de evangelische diensten, maar toen ik 16  jaar was, ben ik er uitgestapt. Vanaf dat moment zocht ik mijn eigen weg, ook toen ik later in Utrecht Rechten ging studeren.

Na mijn studie heb ik jaren in de advocatuur en het onderwijs gewerkt, maar het gevoel dat dat niet meer bij mij paste groeide langzaam en uiteindelijk was de passie er niet meer. Achter veel zaken gaat naar mijn idee een andere problematiek schuil en als advocaat kom je daar niet bij – dat is ook je taak niet – maar daar wilde ik nu juist wel komen. Daarom koos ik voor een ommezwaai: ik ging opnieuw studeren; de master Theologie en Geestelijke verzorging in Utrecht. Als geestelijk verzorger deed ik onder andere ervaring op in het Radboudziekenhuis in Nijmegen en het ZGT in Almelo en Hengelo. Het was een vak naar mijn hart. Aan het einde van mijn studie in Utrecht besloot ik de opleiding aan het OVP in Bilthoven te volgen, met als einddoel het seminarie. Daar kreeg ik een warm hart voor het voorgangerschap.

Hoe ben je in aanraking gekomen met de vrijzinnigheid?
Toen ik aan mijn master Theologie en Geestelijke verzorging begon, heb ik mijzelf een opdracht gegeven: zoeken naar een gemeenschap waar ik mij aan wil verbinden. Daar begon ik namelijk behoefte aan te krijgen.
Na eerst bij mezelf onderzocht te hebben waar ik dan behoefte aan had, ben ik gaan zoeken in mijn woonomgeving – ik woon in een klein dorpje bij Almelo – en zo kwam ik bij de Vereniging van Vrijzinnige Godsdienstigen in Almelo terecht, in de Bleekkerk.

Wat trok je aan in De Bleek? almelo debron
De ruimte. Die heb ik nodig en ik geef mensen ook graag ruimte. Ruimte in religieus opzicht: dat je vrijelijk kunt zeggen wat je vindt. Maar het is ook breder. Dat je ruimte geeft voor het vinden en gaan van een eigen weg. Dat, als er iets aan de hand is wat werkelijk bepalend is, je elkaar ook echt de ruimte geeft om daar op een eigen manier mee om te gaan.

Hoe kijk je terug op je opleiding bij de OVP?
ovp230Ik vond het een geweldige opleiding! In Utrecht heb ik veel geleerd over het vak en in Bilthoven heb ik veel geleerd over mezelf, over mezelf in relatie tot de theologie en over waar ik nu sta. De bevlogenheid van OVP-docenten is zeer groot. Zij geven op een authentieke manier les en laten je zelf zoeken naar wat jij belangrijk vindt. Ze geven je vragen maar laten je zelf de antwoorden zoeken. Het belangrijkste wat ik daar heb geleerd is mijn eigen pad. Waar bevind ik mij? Waar wil ik heen? Wat heb ik nodig? Waar liggen mijn behoeftes?
Ik heb de docenten ervaren als mensen die niet alleen door het delen van kennis, maar ook door hun houding en hun ‘zijn’ voor mij heel goede leermeesters zijn geweest. Dus ook voor mijn eigen houding en mijn ‘zijn’ naar anderen toe.  Dit alles uiteraard in wisselwerking met mijn medestudenten. Dat heb ik als zeer prettig ervaren.

Je werkt sinds september 2013 als kerkelijk werker in De Bleek. Hoe bevalt dat?
Ik vind het werk ontzettend leuk en doe het met veel liefde. Ik ben vooral bezig met pastoraat – huisbezoeken –, het begeleiden van uitvaarten, het organiseren van themabijeenkomsten en op dit moment ook met de jaarlijkse ontmoetingsbijeenkomsten.

Zie je dit werk als een soort roeping?
Ja. Ik voel het als een roeping, hoewel ik dat een groot woord vind. Een roeping om mensen nabij te zijn, om voor elkaar ruimte te scheppen en om die te bewaken, dit alles in het kader van het goede leven voor en met elkaar. Daar gaat het voor mij om.

Je vindt ruimte belangrijk. Hoe uit zich dat in jouw pastorale werk?
Iedereen pakt pastoraat op zijn eigen, unieke manier aan. Het is een vak waar zeker wel technieken voor bestaan, maar waarbij je ook jezelf meeneemt.
Ruimte is mijn basis: ik zoek samen met de ander naar ingangen voor antwoorden op vragen, of naar manieren waarop de ander met een bepaalde situatie om kan gaan. En daarin de ander nabij blijven, hem of haar niet alleen laten. Niet met mijn oplossingen aankomen, maar samen kijken hoe de ander verder wil en kan, in relatie tot de manier waarop de ander – al dan niet religieus – in het leven staat.

Hoe zie jij jezelf over 8 jaar?
Dat kan ik niet zeggen want ik weet het niet. Ik denk er simpelweg niet over na. Ik hoop alleen dat ik over 8 jaar nog steeds met veel plezier en passie met mijn werk bezig ben.

Deel dit