Zonder God geen zonde?

Zonder God geen zonde?

Ook mensen die niet in God geloven, kunnen iets aan het begrip zonde hebben. Als je het zware, christelijke begrip tenminste anders weet te interpreteren.

Dominee Fokko Omta uit Noord-Holland promoveert binnenkort op zijn proefschrift getiteld ‘Zonde: tegen Wie of tegen Wat?’. Een opmerkelijk onderwerp, aangezien het begrip zonde weinig leeft binnen de vrijzinnigheid. En ook niet-kerkelijken zullen nauwelijks iets met het onderwerp hebben.

Omtas proefschrift is echter een pleidooi voor een nieuwe benadering van de zonde. Hij ziet het als een soort persoonlijk-spirituele grens die in elk mens aanwezig is.

‘Zonde is een relatiebegrip,’ aldus Omta. ‘Maar het gaat verder dan het geloof of het ongeloof in een persoonlijke god.’ Er is dus niet alleen sprake van zonde wanneer er een breuk is tussen God en de mens. Het kan ook ontstaan in contact tussen mensen, of in iemands eigen belevingswereld.

‘Zonde heeft te maken met een persoonlijk-spirituele grens, die niet automatisch samenvalt met wat wel of niet mag. Het betreft een veel dieper liggende grens, die je als mens juist wel of absoluut niet moet overschrijden op straffe van…? De belangrijke vraag is nu: welke belangrijke ‘grens’ bedoel je? En waar ligt die grens? Ligt die tussen jou en een hoge, verre God boven en buiten je? Of ligt die grens ergens in jezelf? In dat laatste geval gaat zonde niet over de strijd tussen jou en een ver Opperwezen, maar over de strijd tussen iets lagers en iets hogers binnen in jezelf. Dan speelt zonde zich af tussen je ego’ en je ware ‘zelf’ of ‘geest’.’

Omta legt het uit met een fictief voorbeeld uit zijn eigen omgeving: ‘Stel dat er een bedrijf is in mijn omgeving, met veel werknemers, dat allerlei milieuregels aan zijn laars lapt. Daar zou ik eigenlijk de verbale bijl in moeten zetten. Aankaarten die hap. Jezus zegt het zelf: ‘Als je ziet dat iemand zondigt, spreek hem er persoonlijk op aan, zeg hem dat het niet deugt, en dat ie moet veranderen.’ Maar dat doe ik niet, daar ben ik te bescheten voor. Want deze ondernemer is ook een belangrijke sponsor van mijn kerk en dus indirect van mijn eigen inkomen. Ik hou mezelf voor de gek met de gedachte dat de man met zijn bedrijf ook heel belangrijk is voor de werkgelegenheid.’

Het is een herkenbaar voorbeeld over een tweestrijd in de mens. Zonde gaat dan niet over onze relatie met God, maar over wat we zelf willen en wat we uiteindelijk doen. Een tweede voorbeeld: ‘Ik hou zielsveel van mijn kinderen en ga voor ze door het vuur, maar ik koop evenzo makkelijk kleren die alleen dankzij kinderarbeid in Bangladesh zo goedkoop kunnen zijn. Als ik dat doe, overschrijd ik een cruciale grens in mijzelf. Ik verloochen in feite mijn zorgzame ‘zelf’, ik negeer de ‘geest’ die ik eigenlijk ben. Dat is zonde.’

‘Zonde hoef je dan niet primair te zien als gericht tegen een buitenaards Opperwezen (God), maar keert zich tegen het meest krachtige en waardevolle in de persoon die je bent. Je verloochent je eigen wezen, ontkent je eigen ‘geest’. De nieuwe zondaar vloekt niet naar ‘boven’, maar naar ‘binnen’. Hij of zij is geen spectaculaire slechterik , maar heeft wel erge last van spirituele luiheid, onverschilligheid of gebrek aan moed.’

De promotieplechtigheid van Omta vindt plaats op donderdag 28 november om 13.45 uur in de aula van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Deel dit