Vrijzinnig Assen

VVP

Klaproos

Klaproos

Het lijkt of ik haar heel veel zie dit jaar: de klaproos. Her en der in bermen schieten ze op en soms is er een zee aan klaprozen bij elkaar. Het is een mooi gezicht, die heldere rode kleur. Het schijnt dat klaprozen vooral goed gedijen op kale grond, zoals een braakliggend terrein. 

Als ergens een gebouw is gesloopt en de grond blijft verlaten liggen, dan steekt deze bloem als eerste de kop in de lucht. Mest en verzorging zijn overbodig, de klaproos komt er vanzelf. Het is een pionier, ze komt als allereerste, anderen volgen pas later.

Die kale grond doet me denken aan het vreemde jaar dat achter ons ligt. We konden niet veel beginnen, we moesten het terrein braak laten liggen. Wat we gewend waren te doen, kon in veel opzichten niet doorgaan. Het was een treurig gezicht.

Toch zijn er nieuwe bloemen opgekomen. Er is geëxperimenteerd en gepionierd, er zijn nieuwe dingen ontstaan. Een mooi voorbeeld vind ik het contact tussen mensen, dat op een nieuwe manier is opgebloeid. Mensen zochten elkaar op in klein verband, één op één, in plaats van in grotere groepen. Dat bleek eigenlijk heel prettig te zijn. Er werd meer gebeld en gemaild, om even te horen hoe het gaat. Betrokkenheid en persoonlijke aandacht zijn op een nieuwe manier tot stand gekomen.

Was dit zo’n mooie klaproos, die tijdelijk opbloeit en dan weer verdwijnt? Dat zou zomaar kunnen. En dat is misschien gewoon hoe het gaat, hoe het hoort. Van bloemen moet je genieten op het moment dat ze er zijn. Een klaproos kun je niet plukken en op een vaas zetten, dan vallen de blaadjes eraf en is het snel gedaan. Eigenlijk zijn ze niet eens geschikt om te kweken.

Nu de dreiging van de pandemie lijkt afgewend, gaan we in hoog tempo terug naar ‘het oude normaal’. We richten alles weer in zoals het was. We gaan van alles doen en organiseren, het ene evenement na het andere. Terug naar het oude vertrouwde.

Is er dan nog ruimte voor iets dat klein en kwetsbaar is? Is er ruimte voor een nieuwe klaproos die zich zomaar laat zien? De kunst zal zijn om niet alles aan te harken en precies zo in te richten als het vroeger was. Als we een beetje ruimte overlaten, een stukje kale grond, krijgen nieuwe bloemen de kans op te bloeien!

Jasper van der Horst

 

Deel dit