Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 13 november 2022

Overdenking 13 november 2022

Nienke van Dijk heeft op zondag 13 november 2022 de overdenking geschreven. Omdat niet iedereen naar de kerkdiensten kan komen heeft zij de overdenking opgestuurd. Dan kunt u meelezen terwijl u de dienst terugkijkt via kerkomroep.
 
Overweging

Exodus 3:1-15
 
Lukas 20:27-38
 
Zondag 13 november Houtrustkerk
 
Het was maar een klein berichtje in het nieuws over de verkiezingen in de Verenigde Staten, de afgelopen week: in vijf staten konden inwoners stemmen over het verwijderen van een artikel in de grondwet  dat het mogelijk maakte dat mensen als straf slavernij opgelegd kregen. In bijvoorbeeld Tennessee stemden de kiezers voor de afschaffing daarvan. In 2022. Overigens blijft in een aantal staten de mogelijkheid om dwangarbeid in gevangenissen op te leggen. En soms is dat het werk op plantages dat vroeger door slaven gedaan werd. Dat is overigens iets anders dan wat we in Nederland kennen als taakstraf, dat immers in de plaats komt van een gevangenisstraf.
 
De geïnstitutionaliseerde slavernij van voornamelijk mensen uit Afrika die verhandeld werden naar veel delen van de wereld is al in de 19e eeuw gestopt, in Nederland overigens het laatste gebied pas in 1914. En pas in 2022 komen er officieel excuses van de Nederlandse overheid voor het aangedane leed. De sporen van die ontmenselijkende praktijken zijn zichtbaar in de huidige samenleving, in de rijkdom die is opgebouwd ten koste van anderen en in dagelijks racisme en achterstelling voor de nakomelingen van mensen die tot slaaf gemaakt werden. Zij proberen soms hun geschiedenis terug te vinden, de vaak vergeten geschiedenissen van hun voorouders in Afrika. Hun namen, de namen van hun familie of stam, zijn uitgewist, vergeten. Als slaaf hadden ze alleen een voornaam. Na de afschaffing van de slavernij kregen mensen namen die verwijzen naar plantagehouders en niet naar de geschiedenis van hun voorouders. Zo werd Wilkens Kenswil. Of er werd gekozen uit een lijst met namen met deugden; zoals Dankbaarheid, Braafheid of Geduld. Namen die u misschien kent van Surinaamse families. Er zijn mensen die op zoek gaan naar de achtergrond van hun familie in Afrika en daar een nieuwe naam kiezen.
 
Namen doen ertoe. Een naam drukt niet alleen uit hoe je aangesproken wordt maar ook waar je geschiedenis begint en wie je zijn voorgegaan. ‘Wie is je vader? Wie is je moeder?’ is vaak een van de eerste vragen die je wordt gesteld als je in Suriname bent. Je naam zegt iets over jouw geschiedenis en in jouw naam leven ook je voorouders verder.
 
Slavernij en de Namen – we belanden als vanzelf bij het boek Exodus, waar we net uit lazen.
 
In onze Bijbel heet dit boek Exodus, dat verwijst naar de uittocht uit het slavenhuis Egypte. Maar in de Hebreeuwse Bijbel heet dit boek Sjemot, dat is Namen, naar de eerste zin in het boek: Dit zijn de namen van zonen van Israel…
 
Net als veel andere theologen leerde ik tijdens de studie dat als je wilt Bijbellezen, je moet beginnen bij het boek Exodus en niet bij het boek Genesis, het eerste Bijbelboek. Je begint niet bij het verhaal van de schepping maar bij het verhaal van de bevrijding.
 
Het boek Exodus – Namen- gaat over de belangrijkste ervaring van het volk Israël met God – namelijk de bevrijding uit de slavernij in Egypte. God maakt zich bekend met de Naam - Ik zal er zijn, dat is de naam van de God van Abraham, Isaak en Jacob.
 
En Sara en Rebekka en Lea en Rachel zeggen we er nu ook bij. Want ook haar namen tellen.
 
Die God dus- die God die het volk uit slavernij bevrijdt en die de namen van de voorouders bewaart. Pas als je deze God kent, met deze geschiedenis van bevrijding, pas dan kun je zeggen: dit is onze God. Als deze God ons heeft bevrijd, dan moet hij ook wel onze Schepper zijn.
 
Want u weet het nog: Jozef en zijn broers waren in Egypte beland, kregen nakomelingen die ook weer veel nakomelingen kregen, zoveel dat ze het hele land bevolkten. De nieuwe koning, de farao, ziet het aan en wil paal en perk stellen aan wat hij als een grote bedreiging ziet. Ze moeten werken als slaven en worden mishandeld. Dat helpt allemaal niet genoeg om het volk in toom te houden, dus volgen er zwaardere maatregelen: alle pasgeboren Hebreeuwse jongetjes moeten gedood worden. Het begin van een genocide. Het kind Mozes wordt geboren en dankzij zijn moeder, zijn zus en een rieten mandje overleeft hij de slachting en groeit op aan het hof. Op een dag keert hij terug naar zijn volk en doodt een Egyptenaar die een Hebreeër mishandelde. Hij vlucht voor de wraak van Farao en als we bij het verhaal van vandaag zijn aangekomen is hij veertig jaar en schaapherder. Uit het water gered, opgegroeid in rijkdom maar nooit zijn afkomst vergeten, een moordenaar op de vlucht voor wraak, een schaapsherder. Een herder: een beroep zonder veel aanzien maar in de Bijbel een belangrijk beeld voor leiderschap – denk ook David, de herdersjongen die Koning werd.
 
We zijn weer bij de les, bij dit prachtige verhaal over de ontmoeting van Mozes met de Eeuwige bij de brandende braamstruik. De struik verbrandt niet, het vuur dooft niet. Geen gewoon vuur dus. Een vuurvlam vertalen sommigen, een vlam als een kloppend hart. En Mozes gaat kijken. De Eeuwige ziet Mozes en roept hem. Hinnénie zegt Mozes, hier ben ik. Hetzelfde woord dat Abraham zei. De Eeuwige waarschuwt niet dichterbij te komen, zijn sandalen uit te trekken, want de grond waarop je staat is heilig.
 
Blootsvoets staat Mozes op de heilige grond, ontdaan van de bescherming tegen de ruwe grond ontmoet Mozes de Eeuwige, die zich voorstelt als de God van je vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. Niet alleen zijn eigen vader, maar ook de stamvaders van het volk. Naam voor naam. Mozes durft niet te kijken, maar de Eeuwige ziet Mozes en ziet de ellende van het volk. De Eeuwige heeft hun jammerklacht gehoord en weet van hun lijden.
 
God als een hart dat klopt als een vuur, die het verdriet en de ellende ziet en de jammerklachten hoort en met ontferming bewogen is. Dat is het zien van God – in de diepte verstaat de Eeuwige het lijden – met een vlam als een warm kloppend hart , een vurig hart: Zo kan het niet langer. Het volk moet daar weg en ik zal ze bevrijden en naar een land brengen dat overvloeit van melk en honing. En jij, Mozes, jij moet naar de Farao gaan en het volk wegleiden.
 
Mozes protesteert. Wie ben ik dat ik dit doen moet?
 
Dan zegt God: ‘Ik zal bij je zijn’.
 
Maar Mozes wil meer weten. Wie moet ik zeggen dat u bent? Als ik zeg dat u de God van hun voorouders bent, zullen ze uw Naam willen weten. Want goden, daar zijn er veel van.
 
En dan noemt God de naam die wij niet uit mogen spreken, de letters JHWH wat we het beste kunnen vertalen als “Ik zal er zijn”.
 
Ik ben die er zijn zal. Ik zal er zijn. Die God, zeg dat maar. Die God van je voorouders. Die God heeft je ellende gezien en je jammerklacht gehoord. En die God zal er zijn – die God zal je bevrijden.
 
En Mozes gaat. Het is de eerste stap in de bevrijding van het volk uit Egypte. We weten dat er nog veel zal volgen aan halsstarrigheid, aan doden, aan plagen en uiteindelijk de uittocht. Maar de God van je voorouders, de God met de Naam, die is er bij.
 
Die God van je voorouders, de God van de ontmoeting met Mozes bij het vuur dat niet dooft, daarover spreekt ook Jezus in een discussie met de Sadduceeën over de opstanding. De context is heel anders: Judea is bezet door de Romeinen, Jezus treedt op als joodse rabbi en wordt door velen gezien als degene die hen zal bevrijden van de Romeinse overheersing. Ondertussen wordt zijn gezag betwist door andere stromingen binnen het Jodendom, zoals de Sadduceeën. Een van de discussiepunten die ook de Farizeeën hadden met de Sadduceeën ging over de opstanding van de doden. De Sadduceeën, die uitgingen van letterlijke Bijbelinterpretaties verstonden ook het begrip opstanding heel letterlijk als het opstaan van lichamen uit de dood. Ze maakten dat graag belachelijk, bijvoorbeeld in de vragen die ze aan Jezus stellen over de mannen die bij wijze van zwagerhuwelijk achtereenvolgens met dezelfde vrouw trouwen.
 
Eerst neemt de een de vrouw, en als hij kinderlos sterft, dan neemt de tweede haar, vervolgens de derde en toen nog de andere broers. Allemaal waren ze kinderloos toen ze stierven en uiteindelijk sterft ook de vrouw. Wiens vrouw zal zij dan zijn in de opstanding?
 
Jezus antwoordt dat in de huidige wereld mensen huwen en uitgehuwelijkt worden, maar dat wie mag deelnemen aan de komende wereld en de opstanding niet trouwt en niet wordt uitgehuwelijkt.
 
De huidige wereld is een onvolkomen wereld – een wereld ook waarin mensen elkaar nemen en genomen worden, elkaar neerbuigen en vernederen, gevangen zetten en doden. In die wereld huwen mensen en worden ten huwelijk genomen en uit de formuleringen blijkt dat het niet zozeer om de romantische liefde gaat maar om het bouwen van een huis voor de man met een nageslacht en zoals dat is in die verhoudingen neemt hij daartoe een vrouw en zij wordt deel van dat huis. Dat is niet zoals het gaat in de komende wereld.
 
De komende wereld is in de Joodse traditie niet een passieve toekomstverwachting, maar een opdracht om je aan de Tora te houden, bij te dragen aan een betere, rechtvaardige wereld. Op die manier blijft jouw aandeel behouden, en word je waardig om deel te nemen aan de opstanding. En in die komende wereld gaat het dus niet om je nageslacht, of om je wie genomen hebt en wat je verworven hebt maar of je naam positief herinnerd blijft en voortleeft – in jouw bijdrage aan die komende wereld.
 
Zo legt Jezus de opstanding ook uit: ‘Dat de doden opgewekt worden, dat heeft Mozes al duidelijk gemaakt in het verhaal over de doornstruik, waar hij spreekt over de Eeuwige als de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’
 
Het zijn mensen die allang dood zijn, maar bewaard in de traditie, in een adem genoemd met God, Ik zal er Zijn, die een God van de levenden is. In die adem zijn zij springlevend – dat is de betekenis van opstanding: bij God zijn allen in leven, als de engelen en daar wordt niet gehuwd en niet ten huwelijk genomen – daar is iedereen bij God en is niet het eigendom van een ander, niet als slaaf, niet als vrouw, niet als arme.
 
Net als Abraham, Isaak en Jacob, Net als Sara, Rebekka en Rachel en Lea, Net als Gerrit, Jaatje, Sjoerd, Berend en Joke en Anita en alle anderen die wij gedenken, wier naam wij noemen, kinderen van God, omdat ze deel hebben aan de opstanding.
 
In de Naam van God, Ik zal er Zijn,
 
In de Naam van Jezus, die ons voorgaat,
 
In de naam van de heilige Geest, die het vuur brandend houdt.
 
Amen.
 
 
--------------------------
Foto: Kalyan Chakravarthy - freedom ... !
https://www.flickr.com/photos/kalyan02/4741751904

Deel dit