Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 15 januari 2023

Overdenking 15 januari 2023

Erika van Gemerden heeft op zondag 15 januari 2023 de overdenking geschreven van de oecumenische dienst in de Maranathakerk. Omdat niet iedereen naar de kerkdiensten kan komen heeft zij de overdenking opgestuurd.
 
2023 15 januari Maranathakerk 1 Korinthiërs 1:4-17
 
Gemeente van Jezus Christus,
 
vandaag horen we het woord ‘oecumene’. Met dat woord spreken we de overtuiging uit dat kerkelijke gemeenschappen van alle tijden en alle plaatsen in Christus éen zijn. In de praktijk valt het echter niet mee elkaars geloof en gedrag te herkennen als iets waar jezelf ook bij hoort. Verdeeldheid, tegenover elkaar staan, mijlenver van elkaar verwijderd, het was er al vanaf het begin van de kerk, men leze de Corinthe brief. Met het woord oecumene werd in de tijd van de Corinthebrief de hele toenmalige bekende bewoonde wereld aangeduid, in feite het romeinse rijk. De gemeente van Corinthe maakt deel uit van die wereld en dat is in de brief goed te merken. Wat dat betreft zijn de brieven van Paulus heerlijke lectuur. Zijn brieven brengen ons naar de werkelijkheid van dat moment, ongeveer het jaar 50. In de Corinthebrief stap je die stad van toen binnen, havenstad, wereldstad, een soort Antwerpen of Rotterdam. Vanuit alle windstreken zijn er mensen, alles wat je zou kunnen bedenken aan religie of cultuur was daar te vinden. Logistiek een geweldige plek: verbindingen naar alle kanten. Je kunt brieven sturen, die komen ook aan, want er is volop vervoer, en je hoort van alles wat er elders gebeurt. Paulus zit ergens anders maar hij is op de hoogte, via de huisgenoten van Chloe, niet duidelijk waar zij waren maar het maakt niet uit, ze wisten van Corinthe. En dan Apollos, die komt uit Egypte, uit Alexandrie (weten we uit het boek Handelingen), ook een wereldstad. En die mensen die gedoopt zijn door Kefas, dat is Petrus, die zitten nu in Corinthe? Petrus zat toch in Jeruzalem, of in Antiochie, hoe dan ook een heel eind weg. In al die namen, voel je die stad Corinthe, die havenstad, verbindingen naar alle kanten.
 
Wat ik zelf het het leukste vind: je hóort Paulus, je hoort ‘m praten: over die doopgroepsvorming in Corinthe: wat hoor ik van jullie: ik ben van Paulus, ik van Apollos, van Cefas, van Christus. Van Paulus? Wacht even, zoveel van jullie heb ik er niet gedoopt, even denken, Crispus en Gajus, verder niet. O ja toch wel: Stefanas en zijn familie, dat was het wel zo’n beetje, gelukkig maar want, en dan gaat het betoog van Paulus van start.
 
Daar zal hij in de volgende hoofdstukken verder nog flink mee bezig zijn, maar voor ons nu is er al veel te vinden in die laatste zin van de brieflezing: wat is er mis met diepzinnige welsprekendheid, hoe berooft dat het kruis van Christus van zijn kracht? Het helpt te bedenken dat de havenstad Corinthe midden in dat toenmalige romeinsgriekse wereldrijk stond. Diepzinnigheid, wijsheid, filosofisch geschooldheid, Apollos bijvoorbeeld heeft dat zeker meegebracht uit Alexandrie, stond in hoog aanzien in de grieks-romeinse wereld, rijke romeinen haalden graag griekse leraren, tot slaaf gemaakt, voor hun zoons in huis. Welsprekendheid, nog zo een, zeer in aanzien bij de Romeinen. Wie krachtig en meeslepend kan spreken kan de publieke opinie bewerken, nog altijd een machtsfactor van betekenis. Met zowel wijsheid als het woord tot je beschikking bén je wel iemand.
 
Nou, zo dus niet, zegt Paulus. Had ik zo het evangelie bij jullie verkondigd dan had ik het kruis van Christus van zijn kracht beroofd. Wat is nou die kracht van het kruis van Christus? Een paradox, iets wat niet kan. Dat laat zich uitleggen in zo’n stad als Korinthe, midden in die wereld van toen was aanzien alles en eerloosheid het ergste. Wijj zijn gewend om naar de kruisdood van Christus te kijken met diep meedogen, verbijstering, vreselijk dat mensen dit een ander mens kunnen aandoen. Vaak is geprobeerd in de kerk om dan op z’n minst dit lijden nog uniek te maken. Zo erg als Jezus had nog nooit iemand geleden. Je zou bijna zeggen was het maar zo. Om er toch nog wat eer aan te behalen. Het was helemaal niet uniek. Duizenden, duizenden mensen zijn in het romeinse rijk met deze verschrikkelijke dood omgebracht. Een gruwelijk einde, dat is wat wij zien, maar voor toen was de gruwelijkheid mischien nog wel meer te vinden in de totale eerloosheid waarin een gekruisigde stierf. Opstandige slaven, misdadigers, die kregen het kruis, je was al niks, en je sterft als niks. Niets zal er van jou overblijven. Zelfs een graf zal er voor jou niet zijn.Paulus heeft het vele malen in zijn brieven op formule gebracht: voor Joden een aanstoot en voor Grieken een dwaasheid: voor de wereld van toen: wie zo sterft is voor altijd en eeuwig niets meer.
 
Deze mens bleek Gods uitverkorene, zijn zoon. Dat is de opstanding van Christus, dat is Gods werkelijkheid die die van ons teniet heeft gedaan.
 
Voor Paulus is deze andere werkelijkheid álles geworden. Hij is er in ondergegaan, hij weet zich erin gestorven, alles waar hij voor geijverd had, alle diepzinnige welsprekendheid, alles waarmee hij iemand was onder de mensen is hem op weg naar Damascus uit handen geslagen. En déze man bleek bruikbaar in Gods handen.Paulus zegt het steeds weer in zijn brieven: als er iemand is die geen recht van spreken heeft uit mezelf dan ben ik het. Aan het einde van deze brief schrijft hij het zo: Ik ben niet waard een apostel te heten, want ik heb de gemeente van Christus vervolgd, maar door de genade van God ben ik wat ik ben.
 
Het verhaal van Christus, Hij die niets was in de ogen van mensen, bleek Gods uitverkorene, zijn zoon, is het verhaal van Paulus geworden. De laatste die apostel had kunnen zijn werd het. Paulus heeft zichzelf in dit verhaal verloren, en uit Gods hand als nieuw gevonden. Dat is wat de doop uitbeeldt, bevestigt.
 
Wanneer dan in de gemeente van Corinthe mensen kans zien om zich op te blazen al naar gelang ze door de ene of de andere gedoopt zijn, is er voor Paulus werk aan de winkel. Hij schrijft er een brief mee vol aan Corinthe, brieven, we kennen er twee, maar er zijn er meer geweest. We horen hem praten, als hij schrijft, met emotie, fel uithalend, dan weer zacht en eindeloos verwonderd, dan weer verbijsterd: snappen jullie nou nog niet wat dit betekent? Dat niet de eer of goedachting van mensen bepaalt wie wij zijn, maar wat God in ons ziet? Enig idee wat dat doet met mensen onderling als jij je probeert op te blazen, met macht of kennis of rijkdom of je moreel gehalte of je prestatie of je uiterlijk of vul maar in. Verschil is prima schrijft Paulus in een van zijn brieven, moet er ook zijn daar leren we van, maar zoek er geen eer in of schrijf elkaar daarom niet af. Neem elkaar niet de maat.
 
Woedende, dringende, felle Paulus, die het uiteindelijk allemaal samenvat in het lied van de liefde, 1 Cor 13, ook te vinden in deze brief.
 
Voor mensen van nu is dit thema nog steeds springlevend, 2000 jaar verder en nog steeds peigeren we ons af om iemand te zijn, gaan we gebukt onder prestatiedrang, nemen we meer op ons dan we aan kunnen, of we haken af. Jonge mensen in de havensteden, de Corinthes van nu, vallen voor het snelle geld van de cocaine, niet aan te slepen voor de grootgebruikers achter de laptop op de andere plekken waar we iemand proberen te zijn.
 
De boodschap van Paulus is in die zin heel simpel: hou daar mee op, met iemand willen zijn. Dank God voor alles wat je mag zijn en doen, zonder je af te vragen of het wel groots of zinvol genoeg is. Wie wij zijn, wordt ons gegeven.
 
Amen.
 
Den Haag, Maranathakerk, Erika van Gemerden
 
 
--------------------------

Pezibear - Girl - Balloons - Child - Happy - Out - Freedom - Person
https://pixabay.com/photos/girl-balloons-child-happy-out-1357485/

Deel dit