Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 20 maart 2022

Overdenking 20 maart 2022

Willem van der Meiden is op zondag 20 maart 2022 voorgegaan in de Houtrustkerk. Omdat niet iedereen naar de kerkdiensten kan komen heeft hij de overdenking opgestuurd. Dan kunt u meelezen terwijl u de dienst terugkijkt via kerkomroep.
 
Houtrustkerk 20 maart 2020
Voorganger: Willem van der Meiden
Thema: En toch zingen wij!
 
Bemoediging en groet
Lieve mensen,
We zijn hier samen in benauwenis – om het Bijbels te zeggen. Al weken voeden de beelden en verhalen uit Oekraïne, nieuws en nepnieuws, onze gevoelens van onrust en onmacht, iets dat bij eerdere en andere oorlogen niet zo dichtbij leek te komen als nu. Gelukkig zijn er velen, ook in ons land, die zich inzetten voor de vluchtelingen die massaal de Oekraïense grens oversteken. Gelukkig zijn er te midden van de onheilsberichten ook af en toe lichtpuntjes. Er wordt in elk geval gepraat, want waar niemand meer praat met niemand, vallen er doden in plaats van woorden, zoals de Tsjechisch-Nederlandse dichteres Jana Beranová alweer een halve eeuw geleden dichtte voor Amnesty International. Wij zijn in onze kerken bijeen in de Veertigdagentijd, niet om te verkommeren in een troosteloze woestijn, niet om te verdrinken in het leed, maar om elkaar en de ander vast te houden en samen te zorgen dat we ook de vreugde vieren, blijdschap delen, ontroering beleven. Weet u bijvoorbeeld nog hoe erg we het tot voor kort vonden dat we in onze kerken niet konden samenkomen, laat staan samen zingen? Weet u nog dat we vaststelden dat we vooral dat samen zingen smartelijk misten? Ik wil u daar vandaag graag aan herinneren, onder het motto: En toch zingen wij! Juist in de benauwenis van onze dagen.
 
Daarom wenden wij ons tot de Ene God, wiens licht onder ons is aangestoken, het licht van de eerste scheppingsdag, het licht van de opstanding, ons levenslicht. Onze hulp wordt samengevat in de naam van de Ene, die ons nabij is, God met ons, schepper van hemel en aarde, elke dag weer, trouw tot in de dagen der dagen, en volhardend in wat haar hand begint te doen. Genade voor u en vrede, van God, onze vader en moeder, van Jezus Christus, mens onder de mensen, in de heilige adem van God, die ons leven inblaast, bezielt en verwarmt, ook in dagen van benauwenis. Amen
 
Kyriëgebed
 
Ik las deze week in een Bijbelcursus die de theoloog K.H. Miskotte hield in Amsterdam, in 1943 en 1944, midden in de oorlog. Naar aanleiding van de lezing van de Openbaring van Johannes sprak hij daar de volgende zinnen uit, die me inspireerden voor mijn keuze om toch vandaag de vreugde te laten klinken. Het is 10 mei 1944. Ons land gedenkt op die dag in vrees en beven, in grote onzekerheid over de toekomst, de verjaardag van de Duitse inval, vier jaar eerder. Miskotte zegt: “Moe zijn we en vol argwaan tegen toekomstbeelden, we kunnen de hoge lucht van het idealisme niet meer verdragen, we kunnen en willen ook eigenlijk niet meer mee optrekken op weg naar de wijkende horizon van het zo eenvoudige en toch blijkbaar onmogelijke Goede Leven. Het algemene niveau van de mensheid is, dunkt ons, zo gezonken dat we ons op het naakte bestaan, zij het met fatsoenlijke, westerse methoden moeten terugtrekken. Wij willen, om zo te zeggen, ons distantiëren van de vicieuze cirkel van de wereldgeschiedenis. We hebben onze harpen niet alleen aan de wilgen gehangen, waar ze nog onder handbereik zouden zijn – wij hebben ze weggeworpen in de voortspoelende wateren van een door de overstroming van het geweld alom verwilderde wereld. Toch blijft er een muziek zingen, een muziek die wij blijkbaar niet maken, maar misschien willen we haar zelfs niet hóren! U wilt wellicht áfgeleid worden van de muziek en ik wil u áfleiden van die áfleiding.” Tot zover dominee Miskotte, met woorden die wij in onze dagen verstaan.
 
Laat ons bidden om ontferming en ik doe dat in deze Veertigdagentijd met de woorden van lied 938 uit het nieuwe Liedboek, een tekst van Anton Metske. Leest u voor het ‘ik’ en ‘mijn’ van de tekst gerust ook ‘wij’ en ‘ons’. De Bijbelse poëzie en liedteksten laten dat toe, ik kom erop terug.
 
Christus die u wilt tooien | in het gewaad der Schrift,
ik berg mij in haar plooien. | Met mijn bestaan op drift,
met mijn gemiste kansen, | mijn schaamte en mijn spijt,
mag ik mij daar verschansen. | Uw woord alleen bevrijdt.
Christus die u bekleed hebt | met wat geschreven staat,
en die terdege weet hebt | van wat mij lijden laat,
U grijp ik bij uw kleren | en laat niet los tenzij
Gij u tot mij wilt keren | uw zegen legt op mij. Amen
 
Schriftlezing: Jesaja 11: 15 – 12: 6 in de NBV
 
Zingen is een taal apart. Ik zag eens op tv de Britse vrouw Joan, die vanwege een lichamelijke beperking veertig jaar lang geen geluid had gehoord. Dankzij een geweldige uitvinding had ze kort daarvoor voor het eerst de wereld van het geluid betreden. Daar moest ze vanzelfsprekend enorm aan wennen en die gewenning is met muziek getraind. In de tv-uitzending vertelde ze met tranen in haar ogen dat ze elke keer wanneer ze nu Imagine van John Lennon hoort, tot tranen toe is geroerd. Ze kende de woorden, maar ze wist niet hoe ze klonken. Ze heeft er een taal bij geleerd, ongehoord! En nog zoiets. Popzangeres Sanne Hans, beter bekend als Miss Montreal, vertelde eens over haar stotterprobleem. Ze heeft er veel last van en het kost de luisteraar soms moeite om haar uit te horen. Maar het probleem is als bij toverslag verdwenen wanneer zij zingt. Een andere taal, de verlossing van een vervelend probleem binnen handbereik. ‘Als ik zing, ben ik nergens bang voor’, zegt ze.
 
Eenvoudiger kan ik het niet vertellen, deze wondere werking van muziek als taal. Ik lees uit de Bijbel, in de Nieuwe Bijbelvertaling, uit de profeet Jesaja, hoofdstuk 11 vanaf vers 15 en het korte hoofdstuk 12. In de aanloop naar deze tekst wordt verteld hoe de belofte aan Israël vervuld zal worden, hoe de ballingen uit vier windstreken zullen worden verzameld door de Heer op Zijn heilige berg. En dan staat er:
 
...
 
Overweging
 
Lieve mensen,
 
Maarten van Rossum, mijn stadgenoot, maakt niet de indruk een huilebalk te zijn. Toch zag ik hem vorige week wenen, op tv, in een programma van Harry de Winter. Op zijn verzoek klonk Vladimir Horowitz op de piano. Hij speelde het Impromptu nr. 4 van Franz Schubert. Na een paar maten schoot Van Rossum vol en zei zoiets als: “Draai maar weg, dat kan ik nu niet horen.” In zijn essay Ontroeringen uit 1990 schrijft mijn favoriete schrijver Bernlef het volgende over muziek en ontroering – ik citeer hem losjes en laat wat context weg: “In de film The sound of jazz zingt Billy Holiday het liedje ‘Fine and Mellow’. Daarin komen zes maten voor van de tenorsaxofonist Lester Young die mij – iedere keer als ik het fragment zie en hoor – de tranen in de ogen brengen. Waarom telkens weer die tranen bij Lester Young?
Met de filmbeelden hebben die niet zoveel te maken. Ik heb de muziek ook op een plaat en de tranen komen ook dan. Zes maten blues. Hier betreden we het terrein van de kunst en dan nog wel van de slechtst in taal uit te drukken vorm ervan: de muziek. Bovendien doet er zich hier nóg een probleem voor: hoe te verklaren dat men niet eenmaal, maar steeds weer ontroerd kan raken door diezelfde zes maten. Bij het luisteren naar muziek gaat het om twee soorten plezier: het ontdekkingsplezier en het herinneringsplezier. En de combinatie daarvan, dat is de essentie. Als je voor de honderdste keer dezelfde muziek afspeelt is er geen ontdekkingsplezier meer. Maar je herdenkt ook de ontdekkingen. Je ontdekt opnieuw. Het is net als met liefde. Ook iets dat kennelijk herhaald kan worden.”
 
Tot zover Bernlef. Ik vertel er nog even bij dat Billie Holiday en Lester Young ex-geliefden waren van elkaar. En dat is te zien, als u het beduimelde filmpje uit 1958 op YouTube opzoekt.
 
Misschien herkent u zulke herhaalbare ontroering, met andere muziek, dichtregels, films, tv-fragmenten, landschappen, beeldende kunst. Misschien hebt u ook Imagine-momenten. Ik herken ze zeer. Magische voetbaldoelpunten, het laatste goud van Ireen Wüst, de slotscène van One flew over the cuckoo’s nest, met die hartverscheurende muziek van Jack Nitzsche, Aafje Heynis met Ombra mai fu, Maria Callas, en: ik zeg het hier maar heel voorzichtig: menige aflevering van Het Kleine Huis op de Prairie, waarom wil ik dat steeds maar weer zien en horen? En waarom kan ik mijn ontroering als op commando laten oproepen – inderdaad, soms bij dezelfde zes maten blues? De suggestie van Bernlef is poëtisch en dat is misschien wel de enige manier om erover te praten. Bernlef schreef veel en vertaalde ook veel, uit het Zweeds bijvoorbeeld. Hij vertaalde de Zweedse dichter en Nobelprijswinnaar Tomas Tranströmer. Die maakte een gedicht over de waarheid, en die zei het daarin, met Bernlefs
woorden dus, zo: “Twee waarheden naderen elkaar. / Eén komt van binnenuit, één van buitenaf / en waar zij elkaar ontmoeten / bestaat een kans jezelf te zien.” Zingen in de verdrukking, zingen tegen de klippen op. Zingen: een van de mooiste scheppingen van de mens en misschien ook wel van God. Zou je een kerkelijke viering kunnen vullen met alleen maar gezongen muziek? Ja, dat is vaak genoeg gedaan, maar dan doen mensen die niets met muziek hebben niet mee. Want die zijn er ook. Alleen maar zingen? Ja, maar we weten niet of wat we willen ermee gezegd kan worden, want ook muziek heeft haar kaders, haar wetten, haar regels, en woorden zouden er ook wel iets aan kunnen toevoegen. Zang en muziek zijn niet alleen schepsels, maar ze scheppen ook zelf: wat dacht u van eenstemmigheid en meerstemmigheid, van dat mooie woord saamhorigheid en van gevulde stilte? Het christendom heeft evenals tal van andere religies nooit anders gedaan dan muziek maken en zingen en ook in de Bijbel wordt heel wat afgezongen en wat gezongen wordt vaak herhaald. God troont op de lofzangen van haar volk, staat er, en dat is een mooi beeld.
 
Zo geldt dat ook voor de Bijbelverhalen. Hoe werkt dat in de traditie, die herhaling? Ons paasfeest is zelf al een herhaling, namelijk van het joodse paasfeest, Pesach. De uittocht uit de slavernij van Egypte, het feest van de verlossing, wordt ook in de Bijbel zelf herhaald. Verschillende elementen van dat verhaal worden in andere verhalen en andersoortige teksten heropgenomen en nieuwe betekenis gegeven. De aartsvaders Abraham en Izaäk vluchten beiden voor hongersnood en zetten in den vreemde beiden hun echtgenote in de aanbieding. Goliath, de reus, bestaat in twee verschillende versies. En ook het oerverhaal van de uittocht, de doortocht door de Schelfzee wordt in het Bijbelboek Jozua dunnetjes overgedaan bij de doortocht door de Jordaan naar het beloofde land. En in onze Jesajatekst van vandaag nóg een keer, nu als profetie voor de mensen die in Babylon in ballingschap zijn. Het water zal wijken, er zal verlossing zijn. De ontdekking van een herinnering. Twee Goliatten, twee bange aartsvaders, drie doortochtverhalen. Zie je wel, zeggen de cynici, er klopt niets van die Bijbel. Alles spreekt elkaar tegen. Dat zeggen ze van muziek nou nooit. ‘Ruhe sanfte, sanfte Ruhe’ – alweer? Dat zeggen ze nou nooit van de jaarlijkse Matthäus Passion. Zie je wel, zeggen de betweters over de Bijbelverhalen: ze konden niet eens fatsoenlijk schrijven in die tijd. Ze herhalen zich steeds. Dat zeggen ze van muziek nou nooit. “Busz und Reue – dat hebben we vorig jaar toch ook al gehoord? Doodsaai. Boeit niet.” Nee hoor, ontroerend, elke keer weer.
 
Dit even als opstapje voor een voor muziekliefhebbers gewaagde opmerking. Ik leerde in muzieklessen en al doende het verschil tussen de verschillende maatsoorten. Hoe kun je horen of iets een vierkwartsmaat is, zoals in de meeste popmuziek? Doordat je er in een vaste cadans op kunt lopen, dansen, of zelfs marcheren. De mars. Een potje met vet. Bij een driekwartsmaat gaat het anders, ga je vanzelf in de rondte in een wals, of dat nou bij de Schöne blaue Donau is of bij ’t Scheepken onder Jezus’ hoede van Johannes de Heer. Bij een driekwartsmaat ga je rond, bij een vierkwartsmaat ga je rechtdoor. Bij driekwarts hoort de cirkel, bij vierkwarts het vierkant. De verhouding tussen beide zouden wiskundigen de kwadratuur van de cirkel noemen. En dan denk ik aan die mooie scène uit de film Die Blechtrommel naar het boek van Günther Grass, over het kleine jongetje Oskar die met zijn blikken trommeltje marcherende en scanderende nazi’s in Danzig hinderlijk verstoort met afwijkende trommelritmes, zodat de muziek van slag raakt en iedereen uiteindelijk danst en rondwervelt in een wals in plaats van marcheert en scandeert.
 
De Psalmen: een heel boek met liederen is ons overgeleverd, want waar wordt geloofd, maar ook waar wordt getwijfeld of wordt gewanhoopt, daar wordt gezongen. Een rijk boek, we hoorden de cantorij aan het begin van de viering met de laatste psalm die ons is overgeleverd, een loflied op de God van Israël: “opdat zinge al wat leeft, juiche al wat adem heeft tot Gods eer. Hij zij geprezen.”
 
Onze gemeentezang is iets bijzonders, als je die met andere religies vergelijkt. Zelfs in de synagoge, ons moederhuis, worden de psalmen meestal niet gezamenlijk gezongen, maar gedeclameerd of vóórgezongen. In veel christelijke kerken, vooral van protestantse snit, worden de liederen gezamenlijk gezongen. Over de Psalmen is in de theologie veel geschreven, geen wonder: het zijn unieke teksten, waarin God niet alleen geprezen wordt, maar waarin ook openlijk aan God getwijfeld wordt, waar gewanhoopt wordt, waar God zelfs ter verantwoording wordt geroepen. Zoiets bestaat niet in andere heilige teksten. In die psalmen is er een ik en een wij: al is er één aan het woord, het wij van het volk wordt verondersteld, het ik zingt pars pro toto, namens het wij van het volk. Het ik zingt voor het
wij, het wij voor alle ikken.
 
Nu hebben we het vooral over de teksten van de Psalmen, maar de oorspronkelijke psalmen werden al vroeg getoonzet, op muziek gezet. De toonzetting van Genève uit de zestiende eeuw en in navolging daarvan van Petrus Datheen zijn de oudste toonzettingen die nu nog worden gebruikt. De meeste teksten uit het Bijbelboek Psalmen zijn ooit gezongen, dat staat wel vast. Soms staat er aangegeven op welke melodie de tekst gemaakt is, maar helaas zijn die ons niet overgeleverd.
 
Ik noemde al Psalm 150. “Looft God, looft hem overal”, een jubelend lied. In de jaren ’60 van de vorige eeuw dichtte de Duitse theologe Dorothee Sölle eens een wat minder jubelende versie, die werd vertaald door Jan van Opbergen tot de volgende tekst:
 
...
 
En zo zijn we terug bij de zorgen van vandaag – en dus ook bij de reden waarom wij toch zingen. Ik hoop niet dat u deze tekst kwetsend vond, want ook in deze versie zou zo’n tekst zomaar in het boek van de Psalmen kunnen staan. De overgang van feest naar gedachtenis, van vreugde naar wanhoop en van wanhoop naar vreugde, van vieren naar vasten en weer terug wordt in deze bijzondere liedbundel vele malen gemaakt. Ik eindig met een citaat van de man met wie ik begon, dominee K.H. Miskotte, uit een meditatie uit de jaren dertig, met de merkwaardige titel ‘Men lacht’, geschreven over het verhaal van  Abraham en Sara die lachen als hun op hoge leeftijd een zoon wordt beloofd, Genesis 18. Miskotte schrijft in zijn Haarlemse gemeenteblad: “Altijd is geloof een lach van vertrouwen, die zich uit de lach van de vertwijfeling wonderbaarlijk omhoogworstelt.” ‘Een lach en een traan’, zo noemde men ooit het levenslied en de humor. Het leven biedt ons soms weinig vreugde en anderen vaak nog veel minder. En toch zingen wij van een God die alle tranen van onze ogen afwist, zoals het staat in de Openbaring van Johannes. Wij zingen omdat we niet anders kunnen, soms zingen wij zelfs tegen beter weten in. Amen
 
 
Uitzending en zegen
 
Lieve mensen,
Over de kracht van muziek: tenor Andrea Boccelli zingt Amazing Grace staande op de trappen van de Dom van Milaan, alleen hij met zijn stem, a capella, in de donkerste dagen van de coronacrisis in Noord-Italië. Het filmpje heeft miljoenen mensen ontroerd en geïnspireerd om het vol te houden. Over geloof gesproken.
 
Iets dergelijks, vorige week: violist Illia Bondarenko begint in een schuilkelder in Kiev te spelen, het lied De wilgenhouten plank, een Oekraïense evergreen. Er wordt een video van gemaakt en gedeeld. Binnen de kortste keren doen 94 violisten over de hele wereld mee en de stroom zwelt nog dagelijks aan. Te horen en te zien op YouTube. En houd het maar niet droog. Over geloof gesproken.
 
Er is veel in het leven, soms te veel, om ons bezorgd over te maken, om soms wakker van te liggen, om ons hart vast te houden. De vreugde om Gods nabijheid is ons medicijn, het uitzicht op Gods toekomst van vrede en gerechtigheid onze troost. Mogen de mensen die nu getroffen worden door oorlogsleed de nabijheid van de Ene ervaren, die alle tranen van onze ogen zal wissen. En de nabijheid van ons, die met hen meeleven. Ik wens u een goede zondag en een mooie week. Houd uw hoop vast, houd elkaar vast.
 
Wij mogen elkaar weer in de ogen kijken, wij mogen elkaar weer aanraken, wellicht kan onze bezorgdheid daarover afnemen. Wij mogen weer zingen en laten we dat ook doen. We kunnen elkaar met liefde en bezieling omhelzen, maar ook met woorden kunnen we elkaar zegenen, zoals met deze Joodse zegenbede:
 
Nabije God, gezegend uw Naam:
Behoed ons / zegen ons / bewaar ons
Gij die ons hebt toegekeerd / naar elkaar,
om elkaar / te zegenen / te bewaren / te behoeden.
Sjalom – vrede zij u en ons allen in deze wereld. Amen

Deel dit