Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 4 september 2022

Overdenking 4 september 2022

Karl van Klaveren heeft op zondag 4 september augustus 2022 de overdenking geschreven. Omdat niet iedereen naar de kerkdiensten kan komen heeft hij de overdenking opgestuurd. Dan kunt u meelezen terwijl u de dienst terugkijkt via kerkomroep.
 
Overdenking 4 september 2022
 
HOUTRUSTKERK
Zondag 4 september 2022
 
 
Lezing: Handelingen 27 en 28
 
 
Overdenking
 
Lieve mensen, Terwijl ik u voorlas uit het boek Handelingen hoorde ik u denken: Wat een lang verhaal. Tja, het was een behoorlijk stuk dat we vanmorgen lazen en eerlijk gezegd was het nog niet eens alles. We vielen er middenin. Wat we hoorden was een fragment uit een nog veel langer verhaal over de apostel Paulus die op weg is naar Rome.
 
••
 
Ja, Paulus is op reis. Niet zoals wij, om te genieten van een welverdiende vakantie aan de mediterannee, of om zich te voegen bij vluchtelingen die zijn gestrand op een van de Griekse eilanden. Nee, deze dertiende apostel is op missie. Hij is op zendingsreis. Paulus is op weg om de goede boodschap van Jezus Messias te verkondigen aan de volken. Dat was hoe hij de tweede helft van zijn leven doorbracht. Al reizend. Al predikend. Al schrijvend ook aan de gemeenten die hij onderweg stichtte. De brieven van Paulus zijn daarvan het resultaat.
 
••
 
In totaal maakte Paulus drie van deze zendingsreizen. Hij volgde daarbij steeds hetzelfde patroon. Paulus begon zijn verkondiging in een plaatselijke synagoge, op sabbat. Maar al gauw vond hij ook aanhangers daarbuiten. Ook heidenen, mensen uit de volken, toonden belangstelling voor wat die vreemde jood te zeggen had. Dat was zo in de oudheid. In de hellenistische tijd was er onder de Grieken belangstelling voor het joodse geloof. De reden was dat de joden een universele en onzichtbare god aanbaden. Voor het gevoel van veel Grieken was dat een stuk geloofwaardiger dan het godsbeeld van hun eigen religieuze dichters. De Griekse goden zopen, pleegden overspel, bedrogen elkaar en stonden elkaar naar het leven. Ze waren menselijk, al te menselijk. Veel Grieken geloofden – net als hun filosofen – op een meer abstracte en morele wijze in God. Ze geloofden in een God die niet kon worden afgebeeld. Daarom zal Paulus op zijn reizen ook zeker belangstelling hebben gekregen voor zijn verhaal. Want hij verkondigde dat de joodse god zich in Christus had toegekeerd naar de volken.
 
••
 
Zo was Paulus op weg gegaan. Met die boodschap. Voor hem was het joods geloof niet meer alleen voor de joden, maar iets voor alle mensen en volken. Bij Damascus in Syrië was hij begonnen, en daarna had Paulus het evangelie naar zijn eigen land, Turkije, gebracht dat toen Klein-Azie werd genoemd. En nadat hij ook in Griekenland deze universele boodschap van Gods liefde had verkondigd was hij van plan om naar de hoofdstad van het Romeinse rijk te gaan. Dat zou zijn vierde reis worden. Maar de manier waarop hij Rome uiteindelijk bereikte, was nogal merkwaardig. Na zijn derde reis was Paulus teruggaan naar Jeruzalem om de eerste apostelen daar te bezoeken. Maar in Jeruzalem wachtte hem net als Jezus een onaangename verrassing. Hij werd aangeklaagd als nieuwlichter, als iemand die de joden leerde dat ze niet gebonden waren aan de wet van Mozes. Men klaagde Paulus bij de autoriteiten aan als oproerkraaier. Bijna hadden ze hem gedood. Maar nadat hij was gearresteerd had Paulus een slimme zet gedaan. Hij had zich beroepen op zijn Romeins burgerschap. Dat betekende dat hij zich voor zijn veroordeling kon beroepen op de keizer in Rome. Ja, zo ging hij op weg naar die stad. Hij had als missionaris willen gaan, maar ging uiteindelijk als gevangene.
 
••
 
En zo treffen we hem aan in het verhaal dat we lazen. Hij is per schip onderweg naar de hoofdstad van het rijk en wordt omringd door soldaten. Het schip was aangemeerd in een plaats die De Goede Havens heette. Maar het was tijd om verder te varen. Omdat het tegen de winter liep had Paulus er weinig vertrouwen in. ‘Ik voorzie grote moeilijkheden als we uitvaren,’ zei hij tegen de centurio die hem naar Rome moest brengen. De centurio had meer vertrouwen in de stuurman en liet het schip vertrekken. Na enige tijd steekt er een harde wind op, die aanzwelt tot een storm. De reis wordt een ramp. Ja, zelden is in de Bijbel een schipbreuk met zoveel geuren en kleuren getekend als in het hoofdstuk dat wij lazen. Je ziet het voor je. Met man en muis dreigen ze te vergaan. ‘Had dan ook geluisterd,’ denkt Paulus. Maar de situatie blijkt niet hopeloos. Paulus wordt in de nacht bezocht door een engel die hem duidelijk maakt dat ze veilig in Rome zullen aankomen. Alle opvarenden. Daar moeten ze op vertrouwen.
 
••
 
Om de opvarenden een hart onder de riem te steken, voert Paulus een ritueel op. De apostel maakt een symbolisch gebaar zoals ook wij dat wel doen als we avondmaal vieren. Hij neemt een stuk brood, dankt God, breekt het en deelt het rond. Wat hij hier doet is het brood breken zoals joden dat gewend waren te doen bij een maaltijd. Ze hadden geen mes en vork, maar aten met hun handen. Ze scheurden er een stuk af zoals ook wij dat doen als we een Turks brood eten. Het was een veelzeggend gebaar. Want ze waren in grote nood. De bemanning voelde zich aan stukken gescheurd. Heen en weer werden ze geslingerd. Tussen hoop en vrees. En dan is daar opeens die jood die het brood breekt en het uitdeelt aan alle opvarenden. Soms geeft een simpel gebaar je troost en moed. Meer dan woorden.
 
••
 
In de ochtend, als het licht wordt, ziet de kapitein in de verte een baai. Ze zeilen ernaartoe maar lopen vast op een zandbank. De soldaten schrikken. Ze maken aanstalte om de gevangenen te doden in deze panieksituatie zodat er geen muiterij uitbreekt, maar de centurio houdt hen tegen. ‘Niet doen!’ roept hij. Ze springen met zijn allen in het water en gaan aan land.
 
••
 
En dan gebeurt er iets vreemds. Midden in deze hectische situatie vol dreiging en gevaar, wat al begonnen was in Jeruzalem toen Paulus werd gearresteerd en bijna vermoord. Midden op deze turbulente reis vol tegenslag, waarin Paulus in een schipbreuk belandt, staan ze plotseling op een onbekend eiland. De eerste woorden doen het ergste vrezen. Lukas, die het boek Handelingen schreef, schrijft namelijk dat er op dat eiland barbaroi woonden. Het is in onze vertaling nogal onschuldig weergegeven als ‘plaatselijke bevolking’, maar in het Grieks staat er dat er barbaren op dat eiland woonden. Het woord barbaroi was een uitdrukking waarmee de Grieken volken typeerden die minder beschaafd waren dan hen. De Grieken hadden geen hoge pet op van andere volken en culturen. Hoe zullen deze inboorlingen (want zo kun je dit woord gerust vertalen) hoe zullen ze deze schipbreukelingen ontvangen? Wachtte hen een barbaarse ontvangst? Met pijlen en misschien zelfs een ketel kokende olie? Maar niets van dat alles gebeurt. Tot hun grote verrassing worden ze aller-vriendelijkst ontvangen.
 
••
 
Hun angst blijkt ongegrond. Deze inheemsen doen de naam van hun eiland eer aan. Het eiland waar ze terecht zijn gekomen heet Malta, wat ‘zoet als honing’ betekent. En inderdaad: het eiland blijkt een land van melk en honing, een oase in de woestijn van angst en zorg. Omdat ze koud en nat zijn en omdat het gaat regenen slepen de inheemsen hout aan uit het bos om een vuur te maken waar de schipbreukelingen zich bij kunnen warmen. Inderdaad, deze barbaren blijken buitengewoon vriendelijk. Het is alsof hier een soort paradijsscène wordt geschilderd. Paulus bij de edele wilden, inclusief de slang die het feest dreigt te bederven. Want wat gebeurt er? Als Paulus meehelpt met het sprokkelen van hout wordt hij opeens gebeten door een slang. Paulus schudt het dier van zich af en omdat de eilandbewoners weten dat het om een giftige slang gaat kijken ze toe als aan de grond genageld. ‘Heeft deze vreemdeling misschien iets op zijn geweten?; denken ze. ‘Heeft de godin Dike (de Griekse godin van de rechtvaardigheid, die wij kennen als Vrouwe Justitia) deze slang op hem afgestuurd omdat hij de schipbreuk niet had mogen overleven? Is Paulus misschien een crimineel?’
 
••
 
Wie goed doet, goed ontmoet, zo was in die tijd het geloof van alle volken. Maar het omgekeerde werd ook vaak geloofd. Wie getroffen werd door het kwaad, moest wel iets kwaads hebben gedaan. Denk aan de vrienden van Job die hem voorhouden dat hij niet voor niets in de ellende zit. Maar zo eenvoudig is het niet in het leven, leert ons de schrijver van het boek Job. Ook dit verhaal wil ons dat leren. Niet al het kwaad komt van de goden of van God. Paulus schudt de slang van zich af en blijft op wonderbare wijze ongedeerd. Met open mond kijken de eilandbewoners toe. Hoe kan het dat die vreemdeling niet dood neervalt? Nu vervallen ze in het andere uiterste. Opnieuw volgt een religieuze reflex die je overal ter wereld tegenkomt.
 
••
 
Terwijl Paulus in dit verhaal eerst wordt gedemoniseerd en gezien werd als een crimineel, wordt hij nu ineens op het schild geheven en gezien als een god. Deze vreemdeling moet wel een god zijn, aangezien hij een giftige slangenbeet heeft overleefd. Dat is toch wel frappant. Lijkt dat wat niet op onze tijd waarin we ook geneigd zijn om mensen te demoniseren of op het schild te heffen als god en verlosser. Het lijkt om wel alsof we in deze geseculariseerde wereld al onze nuchterheid zijn verloren en terugvallen in de barbarij van bijgeloof en mensenverering. De dood van Fortuyn – dit jaar precies twintig jaar geleden – was daar een goed voorbeeld van, maar ook de ongezonde verering van latere politici zoals Trump door zijn aanhangers had en heeft daar alle schijn van. Al moeten we toegeven dat ook de kritiekloze wijze waarop we naar iemand als Obama keken niet veel beter was. Ook daarin waren we behoorlijk onkritisch. Dat is het gevaar van politieke mensenverering: dat het je (net als de liefde) blind kan maken.
 
••
 
Het vreemde van het verhaal is dat Paulus het niet ontkent als de mensen hem als een god zien. Er staat slechts dat hij daarna mensen genas door ze al biddend de handen op te leggen. En net als bij Jezus komen ze met vele zieken naar hem toe. Ze overladen hem met eerbewijzen en voorzien hem bij zijn vertrek, drie maanden later, van alles wat hij nodig heeft. Ja, ‘buitengewoon vriendelijk’ zijn deze inheemsen. Dat woord komt tot driemaal toe terug in deze tekst. Eerst als ze een vuur voor hen maken, nog voordat Paulus iets heeft gedaan. Daarna nadat hij de slangebeet heeft overleefd en gevraagd wordt om de vader van Publius te genezen. Ook deze Publius ontvangt hen ‘buitengewoon gastvrij’, staat er in de tekst. En tot slot doen ze ook meer dan het gewone als ze vertrekken.
 
••
 
Het is alsof de auteur van de tekst wil zeggen: temidden van alle ellende die je in het leven tegenkomt, kun je onderweg ook goede dingen meemaken. Ze bestaan: oases in de woestijn, mensen die je in een gewone situatie misschien nooit zou hebben ontmoet, maar die je zomaar tegenkomt als je in problemen raakt. Het kunnen de meest onverwachte figuren zijn die op die manier je pad kruisen. Mensen die je eerder zag als barbaren. Ja, misschien wil dit verhaal ons wel leren dat er eenheid is tussen alle mensen, alle volken op aarde. De verborgen vriendelijkheid waarover het boek Handelingen spreekt, kun je overal treffen. Het hoeft geen jood te zijn die je helpt en laat zien dat hij de tora begrepen heeft. Het kan ook een Samaritaan zijn die je pad kruist. Of om het in hedendaags Nederlands: een asielzoeker. Want Gods geest waait waarheen hij wil. Zo universeel wil het evangelie zijn.
 
Amen.
 
 

Deel dit