Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 5 juni 2022

Overdenking 5 juni 2022

Karl van Klaveren heeft op zondag 15 mei 2022 voor de dienst de overdenking geschreven. Omdat niet iedereen naar de kerkdiensten kan komen heeft hij de overdenking opgestuurd. Dan kunt u meelezen terwijl u de dienst terugkijkt via kerkomroep.
 

HOUTRUSTKERK

 

Pinksteren

 

Zondag 5 juni 2022

 

Thema van de dienst:

‘Wat is geest? Wat is de Geest?’

 

Voorganger: Karl van Klaveren
Cantor-organist: Marieke Stoel
m.m.v. het Houtrustkerkkoor

 

Orgelspel
 
 
Welkom
 
 
Klokluiden
 
 
Introïtus door koor en gemeente: GVL no 589 ‘De heilige Geest, de helper’, tekst H. Oosterhuis, melodie B. Huijbers.
 
 
De kaarsen worden aangestoken
 
 
Bemoediging en groet
 
 
Zingen: Gezang 250: 1, 2, 3 en 4
 
 
Gebed
 
 
Zingen: NLB 674
 
 
Lezing: Genesis 2: 4-7 en Joel 3: 1-2
 
 
Zingen: Tussentijds 183: 1 en 3
 
 
Gedicht: ‘Hierheen Adem’ van Huub Oosterhuis
 
 
Overdenking
 
Lieve mensen,
 
Ik wil vanmorgen op dit Pinksterfeest met u nadenken over de vraag wat ‘geest’ is.
 
Daar zou je vanuit de Bijbel van alles over kunnen zeggen, maar ik wil het vandaag breder aanvatten.
 
Ik zou die vraag willen beantwoorden door te putten uit de schatkamers van zowel de Bijbelse traditie als de filosofiegeschiedenis.
 
Dat doe ik met een reden.
 
De gedachte dat God geest is, is namelijk net als de Bijbel niet uit de hemel komen vallen, maar ontstaan in de tijd.
 
Een heel bepaalde tijd:
 
de Astijd, een periode uit de menselijke geschiedenis waarin in heel de wereld de religie radicaal veranderde,
van een religie waarin het ritueel centraal stond in een religie waarin de geest de hoofdzaak werd.
 

 
Wat is de geest?
 
Om dat uit leggen zouden we – misschien wat ongebruikelijk maar toch – kunnen beginnen in de 6e eeuw vóór Christus:
 
bij het begin van de filosofiegeschiedenis.
 
De eerste filosofen waren op zoek naar orde. Orde in de chaos.
 
Ze zochten het eigenlijke principe van de werkelijkheid. Ze noemden dat Logos.
 
Ons woord logica is daar van afgeleid.
 
Logos betekent ‘rede’. Maar het kan ook ‘woord’ betekenen.
 
Denk aan het Johannesevangelie waar staat: ‘In den beginne was het woord’.
 

 
De logos werd door de Grieken gezien als een mysterieuze bron van alle dingen.
 
De oerstof, de oerkracht zo je wilt.
 
De filosofen waren kritische Grieken die niet meer konden geloven in alle mooie verhalen die werden verteld over de mythische goden en godinnen van de Olympus.
 
Ze hadden ook niet veel op met de plechtige rituelen die de priesters opvoerden om die goden en godinnen gunstig te stemmen.
 
Nee, de filosofen meenden dat de mythen metaforen waren. Je moest ze symbolisch verstaan.
 
De goden waren symbolen van krachten in de werkelijkheid.
 
Zo gingen ze op zoek naar de eigenlijke kracht achter alle dingen.
 

 
De eerste filosoof die met een verklaring kwam was Thales.
 
Thales meende dat de oerkracht achter alle dingen het water was, niet onlogisch aangezien water verschillende vormen kan aannemen:
 
als het koud wordt stolt het tot ijs en als het heet wordt verdampt het tot lucht.
 
Water bestaat dus in verschillende toestanden.
 
Anderen zagen het vuur als de oerkracht achter alle dingen.
 

 
Een van de eersten die met een verklaring kwam die niet gebaseerd was op materie, maar op de geest, was Pythagoras, de beroemde wiskundige van de stelling die we allemaal op school hebben moeten leren.
 
Vanuit de waarneming van de structuur van muziek kwam hij op de gedachte dat onze werkelijkheid ten diepste bestaat uit getalsverhoudingen.
 
Muziek is immers wiskundig gestructureerd.
 
Zo kwam hij op het idee dat heel het universum ten diepste uit getalsmatige verhoudingen bestaat.
 
Pythagoras leerde ook de harmonie der sferen, waarmee hij bedoelde dat alle sterren samen een perfect op elkaar afgestemd geheel vormden.
 
De Grieken noemden het heelal dan ook kosmos, wat sieraad of geordende structuur betekent.
 
Deze eerste filosofen waren dus pleitbezorgers van het universum als een harmonieuze werkelijkheid, als kosmos tegenover de chaos.
 

 
Een echo van die visie vinden we in het eerste scheppingsverhaal in de Bijbel, waar God de wereld ordent tot een schepping die goed is.
 
Hij doet dat door licht en duisternis van elkaar te scheiden.
 
Ja, God ordent de chaos tot een leefbare wereld.
 
Dit Bijbelverhaal is duidelijk beinvloed door de tijd waarin ook Pythagoras leefde.
 
Die tijd was een heel bijzondere tijd, en ook wel Astijd wordt genoemd.
 
Het was een periode waarin in de hele toenmalige wereld – van Griekenland tot China – er mensen opstonden die geen genoegen namen met de oude mythologische wereldverklaringen.
 
De dwarsliggers van de Astijd waren op zoek naar de diepere betekenis van de mythen, waarbij de Grieken vooral de logische redeneerkunst ontwikkelden, terwijl men in de bijbelse traditie vooral de ethiek naar voren schoof als het hart van de werkelijkheid.
 

 
Ja, de joodse filosofie is tot op de dag van vandaag vooral morele filosofie.
 
Denk aan filosofen zoals Buber en Levinas, die niet het ik maar de ander centraal stellen, getrouw aan het bijbelwoord
‘Het is niet goed dat de mens alleen is.’
 
Griekse en Indiase denkers uit de Astijd hadden het niet over ‘het ik en de ander’, maar over ‘het ik en God, ‘het ik en de Geest’.
 
De Indiërs noemden die geest atman, de Grieken nous.
 

 
Ja, de geest was aanvankelijk vooral een Grieks en Indiaas concept.
 
De filosoof Plato ging verder waar Pythagoras was gestopt en kwam met de sublieme gedachte dat de menselijke geest in haar structuur verwant is aan de eeuwigheid.
 
Plato zag de begrippen die mensen in de taal gebruiken, de ideeen in hun hoofd, als een soort wonderen.
 
Wat is er zo wonderlijk aan, zul je zeggen?
 
Het wonderlijke is dat begrippen eeuwig zijn volgens Plato.
 
Ideeen zijn onverwoestbaar.
 
Je kunt een concrete boom omhakken en verbranden, maar het begrip boom niet.
 
Dat begrip is eeuwig en onvergankelijk.
 
Hij zei nog iets belangrijks.
 
Plato zei: de bomen die we om ons heen zien, zijn niet de echte bomen.
 
Wat we met de zintuigen zien is steeds een boom, maar nooit de boom.
 
De boom bestaat alleen in ons denken, in de wereld van begrippen.
 
Zo kwam hij tot de gedachte dat alle dingen een volmaakte vorm hebben en zich in een onzichtbare werkelijkheid bevinden waarmee ons denken is verbonden.
 
Hij noemde die wereld de ideeenwereld.
 
Plato zag die wereld als goddelijk. De goden waren volgens hem dus eigenlijk ideeen.
 
Door middel van onze geest zijn we verbonden met een onvergankelijke werkelijkheid.
 
Voor Plato was het hoogste begrip dat de mens kon denken het Goede.
 
Het Goede is het meest volmaakte idee waarvan alle andere begrippen zijn afgeleid.
 
Het voordeel van zijn gedachtegang was dat de goddelijke wereld nu ook begrijpelijk werd voor mensen die niet meer konden geloven in de mythen, de goden en godinnen van de Olympus.
 

 
Zo filosofeerden de Grieken er lustig op los en creëerden al denkend de wereld van de geest, die ook in de Bijbel een steeds belangrijker rol ging spelen.
 
Ja, de Bijbel was een kind van haar tijd.
 
Zo zegt Jezus ergens: ‘De mens is niet gemaakt voor de sabbat, maar de sabbat is gemaakt voor de mens.’
 
Dat kun je zo naast de denkbeelden van de Griekse sofisten leggen, die de mens de maat van alle dingen noemden.
 
Ja, het humanisme zat in de lucht.
 
In de Astijd werden het spirituele en het morele leidend in de beleving van de religie.
 
Mystiek en ethiek vervingen mythe en ritueel en werden de nieuwe toegangspoorten tot het transcendente.
 
De priesters moesten wereldwijd plaats maken voor wijzen, profeten en mystici die niet de offerhandelingen in de tempel als het hart van de godsdienst zagen, maar het hart van de mens zelf,
 
de toewijding aan een oneindige kracht van goedheid, waarheid en schoonheid.
 
In Israel waren het de profeten die met dit nieuwe evangelie kwamen.
 
In Griekenland waren het de filosofen.
 
Maar ook in India vond een dergelijke revolutie plaats.
 
Mensen zoals Boeddha en Mahavira, de stichters van het boeddhisme en het jaïnisme, verzetten zich tegen de brahmanen, de priesterklasse van India.
 
Ze leerden dat je de goddelijke wereld niet bereikte via rituelen, maar door meditatie en compassie.
 
Ook in China ontstaan in de Astijd twee grote wereldreligies die dachten vanuit de geest, het confucianisme en het taoisme, in het spoor van Confucius en Lao-tse.
 
Ook zij zetten de priesterlijke cultus op de tweede plaats en stelden de mens en zijn heil in het midden.
 

 
Zo ontstonden in een paar eeuwen tijd in de toenmalige wereld – van Europa tot Azie – een aantal grote wereldreligies waarin de geest bepalend werd.
 
Ook de Bijbelse religie is door de Astijd verandert.
 
Ja, de bijbelse traditie stond ten dele zelfs aan de wieg van die verandering.
 
De eerste profeten van Israel verhieven namelijk hun stem al tweehonderd jaar voordat in Griekenland de eerste filosofen optraden.
 
De bijbelse profeten waren weliswaar geen denkers, die redeneerden, maar ze beweerden wel als eerste dat je de offers en rituelen moest relativeren.
 
Het ging, zo zeiden ze, om de besnijdenis van het hart.
 
Om een verandering van de geest, waarbij de geest voor hen vooral ook een andere manier van leven was.
 

 
Zo profeteerde Jesaja: ‘Houd op met die zinloze offergaven. (...) Was je, reinig je, maak een eind aan je misdaden, ik kan ze niet meer zien. Vermijd alle kwaad en leer goed te doen. Zoek het recht, houd
tirannen in toom, bied wezen bescherming, sta weduwen bij.’
 
En de profeet Joël laat in een visioen weten dat God zijn geest zal uitstorten op alle vlees: ‘Jullie zonen en dochters zullen profeteren, oude mensen zullen dromen dromen, en jongeren visioenen; zelfs over slaven en slavinnen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten.’
 
Het is een heel nieuw tijdperk wat de profeten aankondigen waarin God zijn wet in de harten van de mensen schrijft.
 
Het zal een tijd zijn waarin de mensen leven vanuit de geest en niet meer vanuit uiterlijke wetten en rituelen.
 

 
Ook het Nieuwe Testament is aangeraakt door het profetisch visioen.
 
Voor de schrijvers van dit deel van de Bijbel was dit visioen werkelijkheid geworden in Jezus die ook na zijn dood onder zijn leerlingen aanwezig was als vernieuwende geest.
 
Waar de geest van de Heer is daar is vrijheid, zegt Paulus.
 
Christus’ geest is een heilige geest van liefde, die geen stenen tafelen nodig heeft, maar de mensen in directe verbinding stelt met God.
 
Paulus schrijft: ‘God heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe verbond te dienen: niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.’
 

 
Daarmee komen we bij een belangrijk verschil tussen de Griekse filosofen en de orientatie op de geest die we in de Bijbel vinden.
 
En dat is dat de geest waarover de Schriften spreken steeds een levende geest is, waar wij mensen geen greep op hebben.
 
Het is een geest die waait waarheen hij wil en ingeblazen wordt in de harten van mensen.
 
Alsof God zelf zijn spiegelbeeld op aarde, de mens, komt wakkerschudden met geestkracht.
 
Het is ook een geest die er voor alle mensen is, slaven en vrijen, mannen en vrouwen, joden en Grieken.
 
De geest waarover Joel spreekt maakt geen onderscheid.
 

 
De Bijbelse geest is dus geen geest die met begrippen werkt, zoals bij de Grieken.
 
Een abstracte geest.
 
Het is de geest die een mens als Jezus bezielde.
 
Een geest die mensen overkomt.
 
Zeker, Johannes schroomt in niet om voor de Geest het dat Griekse woord logos te gebruiken.
 
Maar als hij zijn verhaal over Jezus vertelt, zegt hij dat de logos vlees is geworden.
 
Lichamelijke concrete werkelijkheid.
 
Ze heeft onder ons gewoond.
 
Het is opvallend dat de geest door Johannes niet wordt getekend als de vlakke algemeen menselijke ratio, maar als een bevlogen spirit die mensen beweegt, die niet abstract is maar van vlees en bloed.
 
Het is de geest die mens werd in Jezus.
 
Een geest van radicale liefde en compassie, van een meededogen dat ongekend was in de wereld van toen.
 

 
Plato en Aristoleles hebben enorme verdiensten.
 
Nog steeds worden ze geciteerd vanwege hun diepzinnige gedachten.
 
Maar ze zagen slaven, vrouwen en vreemdelingen niet als mensen.
 
Vreemdelingen waren voor hen barbaren.
 
Vrouwen en slaven tweederangsburgers.
 
Maar deze geest, de geest van Joel en Jezus, ziet alle mensen als gelijken en heeft een voorkeur voor hen die aan de onderkant leven, en vergeten zijn door de rest.
 

 
Zeker, de Bijbel is een kind van haar tijd. In vele opzichten.
 
Maar in de revolutie van de Astijd loopt ze ook voorop met haar idee van een geest die mensen bezielt.
 
Ze spreekt over vrijheid en gelijkheid, vergeving en broederschap, ja, over vijandsliefde en vernieuwing van de wereld door de Geest van God.
 
Het is alsof het Zijn zelf die wonderlijke transformatie van de wereldreligies heeft gebruikt om de wereld te vernieuwen, door haar vanuit een slavenvolk een nieuwe geest te schenken.
 
Nee, het is geen vreemde geest waarover Pinksteren spreekt. Het is niet alleen de geest van God.
 
Ten diepste is het de geest die in ons allen huist, de logos, de atman.
 
Maar de Bijbel zet die boodschap van het atman, van het beeld van God in ons op scherp, door onze geest te confronteren met een heel andere geest: de geest van Jezus.
 
Hij is onze broeder, zegt de Bijbel.
 
Onze grote broer.
 
Hij is zoals grote broers dat vaak zijn: een voorbeeld vanwaaruit wij onze geest mogen vernieuwen.
 
Opdat ook wij op God gaan lijken: dat wil zeggen liefhebben met heel ons hart, heel onze ziel en heel ons verstand.
 
Amen.
 
 
Koor zingt: Gezang 237 (Veni Creator Spiritus) uit het oude, rode liedboek, de verzen 1, 2, 3 en 4, in afwisseling met orgelvariaties over Veni Creator Spiritus van Maurice Duruflé.
 
 
Gebeden – Stilte – Onze Vader
 
Goede God, U bent de levensgeest, de adem in ons lichaam, de kracht in onze leden. U bent de opperschenker. De tranendroger, de zielsbewoner, een vriend die als een schaduw ons bestaan in deze wereld begeleidt en stuurt.
 
Geest van heiligheid, tot u bidden is als bidden tot het bidden zelf. Een soort tautologie. Zinloos, want U bent het die in ons bidt. Ja, U bent het verlangen dat ons drijft. Naar vrede en recht, naar liefde en vrijheid, de drang naar het goede die ons bezielen kan op onze beste momenten. En toch voelen we wel aan dat dit geheimenis er niet altijd is in ons en in de wereld waarin we wonen. Dat het vaak duisternis is die ons omringt, waarin uw geest zo nu en dan opvlamt.
 
Geef ons de geest van Jezus, onze broeder, die evenals ons een eenvoudig mensenkind was, maar vol bewogenheid om de dingen om hem heen. Geef ons zijn ogen van liefde. Zijn verliefdheid op het leven, dat U ten diepste bent. Ja, geef ons aandacht voor elkaar en voor het bestaan.
 
In de stilte die volgt leggen wij u voor wat we aan niemand kunnen zeggen, of wat we niet in woorden kunnen vangen.
 
(...)
 
Verhoor ons gebed in naam van hem die ons leerde bidden:

Onze Vader die in de hemel zijt
Uw naam worde geheiligd
Uw koninkrijk kome
Uw wil geschiede
Gelijk in de hemel zo ook op aarde

Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden
Gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren
En leid ons niet in verzoeking
Maar verlos ons van het kwaad.

Want van U is het koninkrijk,
De kracht en de heerlijkheid.
Tot in eeuwigheid.
 
Amen.
 
 
Collecte
 
 
Slotlied (staande): Tussentijds 178: 1, 2 en 3
 
 
Uitzending en zegen
 
 
Gemeente:
 
 
Orgel: laatste variatie van Veni Creator Spiritus van Maurice Duruflé.

Deel dit