Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 14 november 2021

Overdenking 14 november 2021

Heleen Joziasse is op zondag 14 november voorgegaan in de Houtrustkerk. Omdat niet iedereen naar de kerkdiensten kan komen heeft zij de overdenking opgestuurd. Deze kunt u lezen terwijl u de dienst terugkijkt via kerkomroep.
 
Overdenking van ds. Heleen Joziasse, Houtrustkerk 14 november 2021 bij de lezingen:
 
Eerste lezing: Exodus 30: 11-16
 
Tweede lezing: Marcus 12,38-13,2
 
Gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,
 
De popgroep Abba is weer helemaal terug. U heef het vast ook gevolgd. Ze hebben na 40 jaar een nieuw album uitgebracht. Abba was dé popgroep uit mijn kindertjd: Alle meisjes wilden de blonde Agnetha zijn. Ik play-backte noodgedwongen de brunete Anni-Frid.
Nu is het nummer Dancing Queen weer mateloos populair, en natuurlijk ook hun andere hit: Money, money, money – rich be funny, in this rich man’s world. Rijk-zijn is fijn in deze wereld van de rijken.
 
In de Bijbel zijn rijkdom en armoede steeds terugkerende thema’s. In de theologie zijn rijkdom en armoede nadrukkelijker dan ooit op de kaart gezet door theologen in Zuid en Midden Amerika. In 1971 schreef de Peruaanse theoloog en priester Gustavo Gutierrez een boek getiteld Theologie van Bevrijding.
Hij verwijst naar Jezus’ goede boodschap, het evangelie, zoals verwoord in Lukas 4:17-19:
 
     De Geest van de Heer rust op mij,
     Want hij heef mij gezalfd.
     Om aan armen het goede nieuws te brengen
     heef hij mij gezonden.
     Om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
     en aan blinden het herstel van hun zicht,
     om onderdrukten hun vrijheid te geven,
     om een genadejaar van de Heer uit te roepen.
 
Gutierrez stelt dat het Evangelie een boodschap van bevrijding is op drie niveaus: Ten eerste gaat het om politeke en sociale bevrijding door het aanpakken van de strukturen waarin armoede en onrechtvaardigheid zijn geworteld. Ten tweede betekent het evangelie bevrijding, emancipatie van de armen, onderdrukten en gemarginaliseerden door het scheppen van mogelijkheden waardoor zij zich vrij en waardig kunnen ontplooien. Ten derde: Jezus verkondigt bevrijding op persoonlijk niveau door de verlossing van egoïsme en zonde en het herstellen van de liefdesband met God en de medemens.
 
We lezen vandaag over een arme weduwe en de falende houding van de rijke schriftgeleerden. Een weduwe staat centraal omdat de zorg voor weduwe en wees in de Bijbel een soort graadmeter van sociaal gedrag is. Een koning naar Gods hart is niet een bestuurder die ongeschonden tussen de klippen van de politiek kan doorvaren. Maar iemand die de wees en de weduwe ziet staan en hun recht verschaf. Razend actueel is het eigenlijk, die tekst van Psalm 72:
 
     Geef o God uw weten aan de koning,
     Uw gerechtigheid aan de koningszoon.
     Moge hij uw volk rechtvaardig besturen,
     Uw arme volk naar recht en wet.
 
     Mogen de bergen vrede brengen aan het volk
     En de heuvels gerechtigheid.
     Moge hij recht doen aan de zwakken,
     Redding bieden aan de armen,
     Maar de onderdrukker neerslaan.
 
Een basisprincipe in de bevrijdingstheologie is dat deze voorkeurs-keuze van de armen en onderdrukten – het zalig de armen – geen ‘vrome praat’ mag zijn. Deze keuze vergt een politieke analyse, waarin zondige structuren worden blootgelegd en concrete politieke keuzes worden gemaakt. Daarbij benadrukken bevrijdingstheologen, en in hun kielzog ook feministsche en Afrikaanse theologen dat het uiteindelijk gaat, níet om de orthodoxie - om de juiste leer - , maar om orthopraxie – de juiste daden.
 
Dat lijkt ook de boodschap te zijn in de evangelielezing van vandaag. Jezus wijst op de rijke en voor het oog - orthodoxe – schriftgeleerden, die lange gebeden opzeggen – de recht in de leer-mensen, die ondertussen de huizen van de weduwen opeten. Het is een akelig concrete aanklacht over orthodoxie en orthopraxie in relate tot bezit (rijkdom en armoede).
 
Het bewandelen van een rechtvaardig levenspad, geen woorden maar daden, hoe doe je dat?
Toen ik net predikant was in Abcoude in 1994, preekte ik over de bergrede en het zalig de armen. Ik sprak over de aantrekkingskracht en mijn persoonlijke worsteling om een rijke te worden (ontving voor het eerst in mijn leven salaris!) en dat ik overwoog om toch ook zelf een auto aan te schafen. Na afoop kwam een gemeentelid naar me toe – hij had mijn worsteling toch anders begrepen - want hij bood me aan om dan maar een auto uit zijn Saab-garage te leasen.
 
Later in 1999 was ik vast van plan een boek te schrijven over armoede en rijkdom vanuit Bijbels perspectef. We waren terug in Nederland vanuit Pakistan, waar Christenen een kleine minderheid vormen van straatvegers, kastelozen, arme boeren die de slechtste stukken landbouwgrond bewerken.
Het was mijn intentie om uit te zoeken - met de woorden van het lied dat we zojuist zongen - “wat vraagt de Heer nog meer van ons…” Ik ben toen begonnen om materiaal te verzamelen, maar mijn project strandde hopeloos.
 
Maar sinds ik in het buurt-en-kerkhuis Shalom werk, in het diaconale opbouwwerk, dringt het thema van rijk en arm zich dagelijks aan me op. In mei van dit jaar zijn we een Voedselbankwinkel gestart in de Shalomkerk. De winkel is twee dagen per week open en dus hebben we heel vaak zeer arme wijkbewoners over de vloer. Mensen die minder dan €65,- per week overhouden aan leefgeld, voor de dagelijkse boodschappen.
 
Jezus gaat met zijn leerlingen in de tempel ziten. Hij gaat hen voor in goed te kijken naar wat er gebeurt. Hoe mensen binnenkomen en geld in de offerkist gooien. En vervolgens analyseert hij wat hij gezien heeft – hij roept zijn leerlingen bij zich en zegt: Ik verzeker jullie: de arme weduwe heef meer in de offerkist gedaan dan alle anderen. Ze heef alles gegeven, haar hele leven.
Zitten en kijken, dat is meer dan observeren het is kijken met een hart voor rechtvaardigheid. Persoonlijk zit ik veel vaker in een doe-modus, ren heen en weer, de telefoon, de mails lezen, een vergadering, verslagen schrijven.
 
Zitten en kijken wat er gebeurt, ook in de Shalomkerk. Wie zijn die mensen? Ik zie arme weduwen en gescheiden en berooide mannen. Mensen die door ziekte in de schulden zijn geraakt, mensen met psychische problemen. Ik zie Syrische vrouwen die met hun gezin gehuisvest zijn in Bouwlust en alles op alles zeten om de taal te leren en een baan te krijgen, maar ondertussen de lening voor de inrichtingskosten van hun appartement moeten terugbetalen. Er zijn drugsverslaafde moeders en mensen die verkeerde keuzes hebben gemaakt in hun leven. Mannen en vrouwen die zijn ontslagen en financiële verplichtingen waren aangegaan, met alle schulden van dien.
 
Door gewoon maar te zitten en te kijken zie je veel meer. Zie je individuen en structuren, patronen van recht en onrecht, van onmacht en kracht.
Zo was er een klant van de voedselbank, een jonge vrouw met twee schoolgaande kinderen, gescheiden van een agressieve partner, in de schulden. Ze kwam eerst timide, vol schaamte naar de voedselbank, maar gaandeweg liet ze meer los. Ze kon heel goed sambal maken en dus bracht ze voor een aantal vrijwilligers met regelmaat sambal mee. Zo werd ze in plat Haags ons “sambal-vrouwtje”.
 
Op een dag vertelde ze met veel trots dat haar dochter een HAVO advies had gekregen. We zeiden: Je mag trots zijn, je bent een goede moeder, jullie hebben er hard voor gewerkt. Waarop zij in tranen zei: Zonder jullie had ik het niet volgehouden. Nu zijn we een jaar verder ze werkt als vrijwilligster mee in de voedselbankwinkel. Net zolang tot ze weer sterk genoeg is om een betaalde baan te zoeken. Ze geef alles wat ze heeft aan energie, zodat anderen geholpen kunnen worden.
 
Die bevrijdingstheologen hebben het toch heel goed gezien 50 jaar geleden. Dit is wat mensen, jongeren vandaag de dag zoeken en waar ze naar hunkeren. Jongeren, maar misschien wij allemaal wel. We zijn niet zozeer op zoek naar de orthodoxie (naar de goede leer), maar naar de orthopraxie – het goede doen en beleven.
Een geleefd geloof, in plaats van een beleden en beschreven geloof. En natuurlijk ook dat verdient weer nuancering, want orthopraxie kan niet zonder het goed doordenken – zonder leer en verantwoording.
 
Zoals Gutierrez zei, de evangelische boodschap van bevrijding gaat niet alleen over orthopraxie/het goede doen op het niveau van de politek en de politieke bevrijding, het gaat ook over individuele bevrijding van de armen en de onderdrukten. Dat mensen met minder kansen, kwetsbare mensen, mensen gevangen in schulden en gedragspatronen, vrij worden en zich kunnen ontplooien.
En tenslote gaat het om bevrijding op persoonlijk niveau. Dat wij allen bevrijd worden van egoïsme en zonde. Het draait om herstel van de relatie met God.
 
In dat kader kunnen we misschien de regeling zoals beschreven in Exodus 30 begrijpen en verstaan. Jaarlijks moet een hefing voor de Heer betaald worden, een losprijs. Het was waarschijnlijk een afdracht voor dienst in de ontmoetingstent om offers te brengen ‘zodat God ons niet vergeet’. Dat de Eeuwige voor ons blijf zorgen.
 
Wat opvallend en veelzeggend is dat iedereen van 20 jaar of ouder hetzelfde losgeld betaalt, man of vrouw, arm of rijk. Blijkbaar zijn we allemaal even belangrijk in de ogen van de Eeuwige: allemaal even veel waard en allemaal zondig. Is er dan niet zoiets als een schuld naar draagkracht. Hebben wij die de “richman’s world” vormen, niet meer macht en dus meer verantwoordelijkheid?
 
Blijkbaar zijn we in de relatie tot God gelijk. Die persoonlijke bevrijding – bevrijding op persoonlijk niveau – hebben we allemaal nodig. Het herstel van de relatie met de Eeuwige, die leven geeft en ons naar het leven toetrekt.
Bevrijding door hem die zijn leven gaf als losprijs voor velen. Persoonlijke bevrijding, niet jaarlijks, maar elke dag.
 
Amen.

Deel dit