Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 21 november 2021

Overdenking 21 november 2021

Karl van Klaveren is op zondag 21 november voorgegaan in de Houtrustkerk. Omdat niet iedereen naar de kerkdiensten kan komen heeft hij de overdenking opgestuurd. Deze kunt u lezen terwijl u de dienst terugkijkt via kerkomroep.
 
Houtrustkerk
 
Gedachteniszondag
21 november 2021
 
waarop wij mensen gedenken
die zijn overleden in het
afgelopen kerkelijk jaar
 
Voorganger: Karl van Klaveren
Cantor-organist: Marieke Stoel
 
 
Orgelspel
 
 
Welkom
 
 
Klokluiden
 
 
Introïtus: EigenWijs 45: 1 en 3 (‘Wij komen als geroepen’)
 
 
Aansteken van de kaarsen
 
 
Gedicht: ‘Hebben en zijn’ van Ed Hoornik
 
     Op school stonden ze op het bord geschreven
     Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn
     Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven
     De ene werkelijkheid, de ander schijn
 
     Hebben is niets, is oorlog, is niet leven
     Is van de werled en haar goden zijn
     Zijn is boven die dingen uitgeheven
     Vervuld worden van goddelijke pijn
 
     Hebben is hard, is lichaam is twee borsten
     Is naar de aarde hongeren en dorsten
     Is enkel zinnen, enkel botte plicht
     Zijn is ziel, is luisteren is wijken
     Is kind worden en naar de sterren kijken
     En daarheen langzaam worden opgelicht
 
 
Bemoediging en groet
 
Laten wij ons bemoedigd weten,
zoals we hier bij elkaar zijn gekomen:
verenigd in ons verlangen en zoeken
naar de bron van liefde, goedheid en trouw
die wij God noemen,
de kracht die ons draagt,
die onze waarheid kent,
die er altijd voor ons is.
 
 
Lied: EigenWijs 31: 1 (‘Vrede voor jou’)
 
 
Gebed
 
Fijn dat u er bent op deze bijzondere dag. Een dag waarop we als gemeente mensen willen gedenken die in de afgelopen tijd van ons zijn heengegaan. Dat ritueel vindt in protestantse kerken plaats op de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Voor onze gemeente is deze zondag de laatste van de kerkelijke kalender. We noemen die laatste zondag ook wel Eeuwigheidszondag of Gedachteniszondag. Op de voorkant van onze liturgie zien we een boeket dat Joanneke maakte voor een van de bijeenkomsten waarin we afscheid namen van een lid van onze gemeenschap. Ze doet dat altijd heel trouw en ik wil op deze plaats daar graag onze waardering voor uitspreken.
 
(...)
 
Laten wij stil worden...
 
U die in verborgenheid leeft,
en bron zijt van dit bestaan,
U willen wij bidden in menselijke woorden.
 
We willen U vragen,
jou vragen,
jij die liefde zijt en eeuwigheid,
om een geest van opmerkzaamheid,
opdat wij elkaar opmerken,
ons allen zoals we hier bijeen zijn,
jouw lichaam vol leven en liefde.
 
Wees met ons als we gedenken in deze samenkomst
de mensen die van ons zijn heengegaan
mensen die uit het leven zijn weggerukt.
 
Geef ons uw geest.
Maak ons tot een wonder van mensen, Heer,
een wonder van menselijkheid,
wek in ons de geestkracht
die diep verborgen schuilgaat in onze ziel.
 
Wek ook uw aarde tot leven,
die schone planeet,
en wek ons erbij die uw gerechtigheid zouden
weerspiegelen, maar vaak, te vaak
een lachspiegel zijn, een karikatuur
van wat U zijn wilt in dit leven.
 
Maak ons tot gerechtigheid
vloeiend als een beek,
tot mededogen, gastvrijheid,
naastenliefde, trouw.
 
Maak ons tot mensen, God.
 
Om Christus’ wil. Amen.
 
 
Lied: EigenWijs 31: 3
 
 
Schriftlezing: Prediker 3: 1-4 en 20-22
 
De eerste schriftlezing is uit het oude testament, uit een van de wonderlijkste boeken van de Bijbel. Het zijn de woorden van een broodnuchter man, eenwijze wiens filosofie je niet in de Bijbel zou verwachten. Toen staan zijn woorden in dat oude heilige mensenboek en dat is goed en troostvol. Vooral voor diegenen onder ons die niet zo spiritueel zijn, die twijfelen, die de dingen niet zo zeker weten. Voor wie de aarde belangrijker is dan de hemel. Zij vinden in hem een lotgenoot. We lezen uit Prediker 3.
 
 
Zingen: EigenWijs 68 (‘Wonen overal nergens thuis’)
 
Schriftlezing: Lukas 20: 27-40
 
De tweede schriflezing is uit het Nieuwe Testament. Een verhaal over de vraag of er leven is na de dood. Rabbi Jeshua wordt hierover bevraagd door de Saduceeen, de meest orthodoxe groep uit het jodendom van zijn tijd. Voor hen was het geloof in een leven na dit leven nieuwlichterij, waar ze graag de spot mee dreven. We lezen uit Lukas 20, de verzen 27-40 en zingen daarna ‘Delf mijn gezicht op, maar het mooi’. Een lied van Bernard Huijbers en Huub Oosterhuis.
 
 
Zingen: EigenWijs 46: 1, 2 en 6 (‘Van ver, van oudsher’)
 
 
Overdenking
 
Lieve mensen,
 
op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar luisterden wij naar wijsheid van de Prediker. Niet echt een van de vrolijkste mensen die je op straat tegenkomt. De Prediker is een beetje een brombeer. Iemand die alles relativeert. Als je tegen hem zegt dat het wel goed komt, antwoordt hij: Dat zou kunnen. Als je hem vertelt dat je voor je examen bent geslaagd merkt hij op: Nu wordt het pas moeilijk. De Prediker ziet altijd de andere kant van de zaak. Dat heeft zo zijn nadelen. Maar ook voordelen. De Prediker wijst je niet alleen op valkuilen die je in de eurofie van het moment gemakkelijk over het hoofd ziet. Hij is ook iemand die je opbeurt als je er geen gat meer inziet en meent dat je nooit meer gelukkig zult worden. In zo’n situatie fluistert hij: Neem de tijd. Het verdriet zal nooit weggaan, maar geluk vindt altijd zijn weg. Het is als groen dat door de stenen heen kruipt en zich laat zien op onverwachte plaatsen. Op een onverwacht moment.
 
 
Ja, misschien is de Prediker wel een goede trooster voor deze zondag waarin we stilstaan bij het verdriet van al die mensen die in hun leven een groot verlies hebben geleden. De Prediker laat beide kanten van het leven zien: de zonzijde, maar ook de schaduwzijde. Het leven is geboren worden. Maar ook sterven. Het is huilen, maar ook lachen. Het is opbouwen, maar ook afbreken. En andersom: na de afbraak volgt opbouw, na verdriet geluk, na de dood is er altijd weer leven.
 
 
Als je iemand hebt liefgehad, zegt de Prediker, ben je een gelukkig mens. Niet iedereen is het gegeven om een ander te vinden die je je hart kunt schenken. Al kan, en ook dat moet je met de Prediker zeggen, al kan liefde ook van een heel andere kant op ons afkomen. Liefde kan komen van het werk dat je liefhebt, van de kat die bij je op schoot zit, van de god waarvoor je gekozen hebt in een celibatair bestaan. Het is gelukkig niet zo dat liefde alleen van mensen komt. Liefde schuilt diep in onszelf en kan zich overal verspreiden. Het is ten diepste een projectie van het geluk in onszelf. Het borrelt op uit je hart als je jezelf onvoorwaardelijk aanvaardt en bemint. Liefde is afkomstig uit je diepste ik, een bron die de Bijbel ook wel God noemt. Die bron is het beeld waarnaar wij mensen zijn gemaakt.
 
 
Terug naar wat ik wilde zeggen. Als je iets of iemand liefhebt, is dat een groot geschenk. Maar het is ook een hard gelag. Want er zijn ook momenten waarop je afscheid moet nemen. Ook dat gebeurt. Je hebt de liefde van je leven gevonden en opeens is die liefde weer weg. Ze glipt je door de vingers. Op zo’n moment ben je radeloos. Dan lijkt de bodem onder je voeten weg te zakken. Het schip waarop je vaart is ineens een achtbaan die je alle kanten opslingert. Je moet je goed vasthouden om niet overboord te vallen. Ja, de liefde brengt ook kwetsbaarheid met zich mee. Daarom wagen veel mensen zich er niet aan. Ze kijken wel beter uit. Wie met haar in zee gaat, loopt gevaar. Kan overboord vallen. Je kunt je niet verzekeren tegen het verlies van de liefde. Nee, eigenlijk is er alleen maar de zekerheid dat je ooit afscheid moet nemen.
 
 
Ook in deze situatie roert de Prediker zijn stem. Geniet, zegt hij. Richt je niet op je angst. Maar geniet van elk moment dat je samen bent. De Prediker is als die twintigste eeuwse filosoof die schreef dat de dood ons wakker schudt. De eindigheid van de dingen bepaalt ons bij het belang van ons bestaan. Stel je voor dat je eeuwig zou leven. Je zou geen keuzes meer hoeven maken. Je zou alles voor je uitschuiven.Dat is niet de bedoeling, zegt de Prediker. Je moet leven. Kiezen. Durven verliezen. Het leven is een waagstuk.
 
 
Ooit hoorde ik een joodse rabbijn over deze dingen spreken. Hij zei hetzelfde nog weer anders. Hij zei: “Er waren dagen waarop jij er nog niet was. Je was nog niet geboren. Zo zullen er ook dagen komen dat jij er niet meer bent. Dat noemen we eeuwigheid. Er zijn dagen die er waren voordat je geboren werd en er zijn dagen die er zullen zijn nadat je gestorven bent. En dat is goed. Want God is van eeuwigheid tot eeuwigheid. Maar de dagen nadat je geboren bent totdat je sterft zijn niet van God. Die dagen zijn van jou. Daarvoor ben jij verantwoordelijk. Niet voor het Leven. Of voor de Zin van het Bestaan. Want daar valt niets over te zeggen. Maar wel voor de zin die in jouw eigen leven verborgen zit.”
 
 
En dan die andere tekst die we vanmorgen hoorden. Dat verhaal over Jezus. Geen brombeer zoals de Prediker. Geen relativist. Maar een idealist. Iemand die het allerhoogste nastreeft en het allerdiepste ziet en voorleeft. Er zijn wijzen van zijn tijd die hem op de hak willen nemen. Sadduceeen worden ze genoemd. Interessant. Er waren in Jezus’ tijd blijkbaar ook joden die niet geloofden in een leven na de dood. Ze waren van de oude stempel. Ze geloofden niet in de Profeten, maar alleen in de Tora. In de Tora stond niets over een leven na de dood. De Saduceeen geloofden zoals de Prediker die schrijft: “Alles gaat naar dezelfde plaats. Alles is uit stof ontstaan en alles keert weer tot stof. Wie zal weten of de adem van een mens naar boven stijgt en die van een dier afdaalt naar onder de aarde?” De Prediker is eerlijk. Nuchter. Niemand weet waarheen we gaan na onze dood. De Prediker lijkt op die vrijzinnige dominee die ooit op televisie werd gevraagd. “Gelooft u in een hiernamaals?” Hij antwoordde: “Mevrouw, ik kan daar uren over preken. Maar weet u, ik praat maar raak, want ik ben er nog nooit geweest.”
 
 
Jezus wordt op de hak genomen door de Sadduceeen. Zij waren niet de vrijzinnige predikers van hun tijd, maar de orthodoxe priesters. Zij geloofden niet in een hiernamaals. Dat paste niet in Israel, vonden ze. Dat was iets van andere volken. Ja, verderop in Egypte daar geloofden in een leven na de dood. Maar in Israel niet. Maar tijden veranderen. De wind begon in Jezus’ tijd te waaien uit een andere richting. De Geest waait waarheen hij wil. Er waren joden teruggekeerd uit ballingschap die anders dachten. Ze werden Farizeeen genoemd. Ze waren beinvloed door de farsi, een volk dat de joden had bevrijd uit ballingschap. Deze farizeeeen, zoals ze werden genoemd, geloofden net als de de farsi dat er meer was na de dood. God was rechtvaardig, zo leerden ze. En er is zoveel onrecht op aarde. Er zijn zoveel mensen die doodgaan zonder dat hen recht wordt gedaan. Er moet een dag zijn waarop God de wereld recht doet. Een dag waarop de hemel alles goed maakt wat op aarde fout ging. Daar geloofden de farizeeen in. En Jezus geloofde dat ook. Ooit zouden de arme donders die zijn platgewalst door de geschiedenis hun recht krijgen. Dan zouden de boosdoeners die oud en der dagen zat waren gestorven in hun peperdure bedden hun loon krijgen. Jezus was een idealist. Het goede overwint het kwade. Dat was de diepste betekenis van zijn geloof in het hiernamaals. God wil niet dat mensen sterven voor hun tijd.
 
 
Maar de Sadduceeen maakten hem belachelijk. Hoe kan dat nou, redeneren ze. Als er een leven is na dit leven van wie ben je dan als je zevenmaal getrouwd bent. De Saduceeen denken dat ze met hun logica een punt hebben. Maar Jezus gelooft niet in logica. Hij gelooft in genade en recht. Hij gelooft dat God liefde is en leven. Het bijbelcitaat dat hij ze voor de voeten werpt is met opzet gekozen uit hun boek, de Tora. Het is geen bewijs voor zijn stelling, voor zijn geloof. Maar het tekent wel de God die hij verkondigt, die hij voorleeft. “Zei Mozes niet in de Tora dat de Heer van hemel en aarde de god is van Abraham, Izaak en Jakob. Kortom, hij is een God van levenden en niet van doden.”Jezus gelooft in het leven en niet in de dood. Of liever gezegd: dat de kern van ons bestaan niet verdwijnt maar tot zijn recht komt als alles verlorren lijkt te zijn gegaan, zoals zaad dat in de aarde valt en vrucht draagt. Vaak is dat zo: dat er pas sprake kan zijn van een nieuw begin, als eerst het oude gestorven is. Dat geeft ook hoop voor momenten dat alles ten einde lijkt te lopen. Het kan de overgang zijn naar een nieuw begin.
 
 
Misschien haalde Jezus zijn wijsheid wel uit de natuur. Zoals bijna al zijn gelijkenissen beelden ontlenen aan de natuur. Zijn geloof dat het goede het kwaad overwint is een visioen dat wortels heeft in de aarde. Sterven is geboren worden. Geboren worden in de echte werkelijkheid. De werkelijkheid die achter onze schijnwereld schuilgaat. Zoals de zon schuilgaat achter de wolken maar indirect zijn licht verspreidt. Daarin geloofde Jezus. Of misschien moet je zeggen: gelooft Jezus, want volgens hem is er niets in deze wereld dat verdwijnt. Alles komt tot zijn recht.
 
 
Orgelspel
 
 
Gedicht
 
Ik wil Marja uitnodigen om voor ons een gedicht voor te lezen. Een gedicht dat ze in de afgelopen week ook las toen zij afscheid moest nemen van haar dochter Carolijn.
 
     Aan zee en verder...
 
     Ze keek naar de zee en ging daarin op
     Op in dat kijken en in de zee.
 
     Zozeer dat wij later zelfs van haar voeten
     Geen spoor konden vinden.
 
     Alleen ons verhaal liet ze achter op aarde
     Maar het eind nam ze mee.
 
 
Gedachtenis van de namen
 
Op deze laatste zondag van ons kerkelijk jaar willen we licht ontsteken bij de namen van hen die voortleven in ons hart. Licht als een symbool van eeuwigheid. Ons hart is de meest dierbare plaats waar wij de gedachtenis kunnen bewaren aan mensen die we verloren zijn. Maar we noemen hun naam in deze kerk ook hardop of in gedachten bij het hart van God. Maar voordat we aan dat ritueel beginnen willen we samen zingen: ‘De mensen van voorbij’, lied 5 uit onze eigen liedbundel EigenWijs.
 
 
Zingen: EigenWijs 5 (‘De mensen van voorbij’)
 
 
Er wordt een kaars aangestoken voor
 
We willen een licht ontsteken voor ...
 
Carolijn
Anneke
Theo
Joop
Janco
 
(...)
 
Dan mag ik ook u allen hier aanwezig uitnodigen om in stilte een kaarsje aan te steken voor een dierbare geliefde. Wilt u de aansteekkaarsjes doorgeven aan degene die achter u in de rij staat. Nadat we het licht voor ons geliefden hebben ontstoken op de tafel zingen we samen EigenWijs 29, ‘Verdriet leeft in ons hart’
 
 
Zingen: EigenWijs 29: 1, 2 en 3 (‘Verdriet leeft in ons hart’)
 
 
Gebeden – Stilte – Onze Vader
 
Lieve God van deze wereld omgekeerd.
 
Een wereld vol vrede en recht,
vol liefde en warmte, vol gastvrijheid en mededogen.
 
U willen wij danken,
voor het leven van hen die met ons hun leven wilden delen,
mensen die er niet meer zijn,
 
maar die ons dierbaar zijn,
die we nooit zullen vergeten,
die een lege plaats achter hebben gelaten
in ons bestaan.
 
Geef vrede aan hen en aan ons die verdergaan,
die nog steeds een bestaan hebben in deze wereld,
die nog altijd hun best doen om iets van dit leven te maken.
 
Wees ons nabij op die zoektocht tussen geboorte en dood.
Vervul ons met uw geest van moed en wijsheid,
van verzet en overgave,
van liefde, aandacht en trouw.
 
Kom ons tegemoet vanuit uw toekomst
en maak hier op aarde nieuw voor eeuwig.
 
In stilte geven wij ons over aan U
met alles wat er in ons hart leeft ...
 
(Stilte)
 
Bidden wij tot slot samen het Aramese Onze Vader zoals dat is afgedrukt op de liturgie:
 
Bron van zijn,
die ik ontmoet in wat mij ontroert
Ik geef u een naam opdat ik u
een plaats kan geven in mijn leven.
Bundel uw licht in mij, maak het nuttig.
Vestig uw rijk van eenheid, uw enig verlangen,
en handel samen met het onze.
Voed ons dagelijks met brood en inzicht,
maak de koorden van fouten los
die ons vastbinden aan het verleden,
opdat wij ook anderen
hun misstappen kunnen vergeven.
Laat oppervlakkige dingen
ons niet misleiden.
Want uit u wordt geboren:
de alwerkzame wil,
de levende kracht om te handelen,
en het lied dat alles verfraait
en zich van eeuw tot eeuw vernieuwt.
 
 
Slotlied: Our God, our help in ages past (melodie: ‘O God, die droeg ons voorgeslacht’)
 
Our God, our help in ages past,
Our hope for years to come,
Our shelter from the stormy blast,
And our eternal home.
 
Before the hills in order stood,
Or earth received her frame,
From everlasting Thou art God,
To endless years the same.
 
Our God, our help in ages past,
Our hope for years to come,
Be Thou our guard while troubles last,
And our eternal home.
 
 
Uitzending en zege

Deel dit