Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 5 september

Overdenking 5 september

Karl van Klaveren is op zondag 5 september voorgegaan in de Houtrustkerk. Omdat de kerkdiensten zonder bezoekers worden uitgevoerd heeft hij de overdenking opgestuurd. Deze kunt u lezen terwijl u de dienst beluistert via kerkomroep.
 

HOUTRUSTKERKGEMEENTE

Zondag 5 september 2021

 
 
 
 

Voorganger

Karl van Klaveren

 

Cantor-organist

Marieke Stoel

 
 
 
Orgelspel
 
 
Mededelingen
 
 
Klokluiden
 
 
Introïtus: EigenWijs 39: 1 en 2
 
 
Aansteken van de kaarsen
 
 
Bemoediging en groet
 
Laten wij ons bemoedigd weten,
zoals we hier bij elkaar zijn gekomen:
verenigd in ons verlangen en zoeken
naar de bron van liefde, goedheid en trouw
die wij God noemen,
die ons draagt,
die onze waarheid kent,
die er altijd voor ons is.
 
Vrede van die stille kracht
voor u en voor de wereld,
nu en altijd.
 
Amen.
 
 
Zingen: EigenWijs 65: 1 en 3
 
 
Gebed
 
Bron van goedheid, vrede, recht,
stille stem in ons hart,
raadsel van dit leven,
 
aan het begin van deze nieuwe week,
op een mooie zomerdag zijn we hier bijeen
niet wetend of U ons hoort,
want horen is een metafoor die mensen gebruiken.
 
In menselijke taal spreken wij U aan,
als een vader, een moeder,
ook al weten we wel dat dat meer zegt over ons,
dan over U.
 
Maar we vertrouwen erop dat het zin heeft om
U als bron van het dat raadselachtige bestaan
waarin wij leven
aan te spreken.
 
Aan te spreken als een adres voor onze verwondering,
onze dankbaarheid misschien,
over wat ons overkwam deze week aan mooie dingen,
of als een adres voor onze vragen. 
Waarom, waarom, Heer,
waar bent U, waar blijft U,
nu we zo hard troost nodig hebben.
 
Een adres ook voor ons verlangen naar vrede
in een wereld die verscheurd is,
een wereld waar mensen elkaar verscheuren,
landen in stukken rijten,
stromen van vluchtelingen,
zoals in Afghanistan,
maar ook in vele andere landen.
 
Verscheurde partijen die maar niet tot elkaar weten te komen.
 
Al ons verlangen,
Heel onze verwondering,
Maar ook onze ontsteltenis en teleurstelling,
onze behoefte aan troost,
leggen wij bij U neer, U, die het levensraadsel bent.
 
In mensentaal.
 
Amen.
 
 
Zingen: EigenWijs 9: 1, 2 en 3
 
Eerbied voor alles wat ademt en leeft
voor wat is geschapen, geboren,
genietend en dankbaar voor al wat zij geeft
de volheid der aarde bewonen,
recht doen aan mensen gemaakt naar Gods beeld
is vrede van waaruit gebrokenheid heelt.
 
Vrede kan wonen waar macht door geweld
als wapen en wet is verdwenen,
verdrukking als kwaad aan de kaak wordt gesteld,
geen mens zich meer voelt als een vreemde,
honger en wanhoop voorbij zijn gegaan,
wanneer wij dat willen, kan vrede bestaan.
 
Breek af de muren van zelfzucht en angst
om kwetsbaar maar moedig te leren,
dat in ons en om ons de vrede aanvangt
wanneer wij het tij zelf gaan keren.
Plekken van licht en van liefde zijn daar
waar God wordt geleefd in de blik naar elkaar.
 
 
Lezing: Johannes 1: 1-18
 
Geloven in een God die niet bestaat. Dat was de titel van een kring die we onder dit dak konden beleven met elkaar deze zomer. Tegen die achtergrond vandaag een alternatieve vertaling, die ik zelf maakte, van Johannes 1. Omdat ik met u wil nadenken over een enkel vers uit dat fenomenale eerste hoofdstuk van het meest mystieke evangelie van de Bijbel:
 
‘In den beginne was de taal, de taal woonde bij het levensraadsel en de taal was het levensraadsel. Alles is erdoor geworden en zonder dit is niets geworden van wat geworden is. In de taal was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. (...) De taal is mens geworden en heeft onder ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid aanschouwd (...) Niemand heeft het levensraadsel ooit gezien, maar de enige, die zelf het levensraadsel is, die voortkomt uit haar schoot, heeft haar doen kennen.’
 
 
Lied: EigenWijs 58: 1, 2 en 4
 
Onzichtbaar zoals adem is
woont Gods Geest in ons midden
als levenskracht die bouwt en bruist
en zichtbaar maakt wat in ons huist
aan leven, liefde, zingen.
 
Als wind die waait waarheen hij wil
is Gods Geest daar aanwezig
waar mensen voor Haar openstaan,
gestuwd de weg opgaan
van ruimte, recht en vrede.
 
De Geest van God is overal
waar mensen haar herkennen,
Zij ziet ons door de ogen aan
van hen die helpend naast ons staan,
Zij gaat door heel de schepping.
 
 
Korte overdenking: ‘Klaas Hendrikse over God en geloof’
 
Lieve mensen,
 
In de afgelopen maand hebben we ons in de Houtrustkerk verdiept in een spraakmakend boek dat in 2007 werd gepubliceerd door een vrijzinnige dominee, Klaas Hendrikse. Dat het boek nog steeds tot de verbeelding spreekt, blijkt wel uit het feit dat er maar liefst dertig mensen op deze kring afkwamen. Een gemêleerd gezelschap dat zeker niet alleen stond te applaudiseren bij de bespiegelingen van Hendrikse. Er werden, naast lofuitingen, ook kritische noten gekraakt bij zijn betoog. Zoals de vraag waarom het in dit boek alleen gaat over de mens, terwijl de natuur er bekaaid af komt. Kunnen we God niet ook ervaren buiten de intermenselijke sfeer?
 

Hendrikse zelf gaat daar slechts in een enkele pagina op in en stelt daar anders dan Kuitert dat God ook ervaren kan worden bij het luisteren naar muziek of in een mystieke ervaring. Maar hij werkt die gedachte niet uit. De hoofdmoot van zijn betoog is de stelling dat God niet bestaat omdat God geen ding is. God bestaat niet zoals appeltaart bestaat. Want God is een ervaring. God staat bij Hendrikse voor de ervaring van het bewogen worden door mensen of dingen. De auteur vat dat vrij letterlijk op. God doet iets met je. Per definitie. Zo kun je, zegt Hendrikse, naar het journaal kijken. Maar als je niet alleen kijkt maar ook ziet wat er gebeurt, wordt het anders. Dan word je erdoor bewogen en kom je in beweging. Op zo’n moment ontstaat God. (...) God bestaat niet, maar ontstaat. Wanneer een gebeurtenis een ervaring wordt, als mensen of dingen je raken, is er wat Hendrikse betreft sprake van God. Geloof is leven vanuit die ervaring. Gaandeweg ontdekken wat het leven met je doet en je te zeggen heeft. Dat is zijn hedendaagse vertaling van de roepstem van God.
 

Tot zover mijn samenvatting van het betoog van Klaas Hendrikse. Na het muzikaal intermezzo vertel ik u mijn eigen gedachten over de vragen die Hendrikse opwerpt.
 
 
Orgelspel
 
 
Korte overdenking: ‘God als levensraadsel’
 
‘Er is meer tussen hemel en aarde.’ Dat zou – kort samengevat – mijn repliek zijn op Klaas Hendrikse’s boek Geloven in een God die niet bestaat. Om duidelijk te maken wat ik daarmee bedoel zou ik onderscheid willen maken tussen ‘zijn’ en ‘bestaan’. Daar wringt volgens mij de schoen: in de wijze waarop Hendrikse omgaat met het woordje ‘bestaan’.
 

Natuurlijk heeft Hendrikse gelijk als hij zegt dat God niet bestaat zoals appeltaart bestaat. Maar dat is ook geen nieuwe gedachte: reeds in de middeleeuwse scholastiek leerde men dat. God is van een andere zijnscategorie dan de dingen die we kunnen vastpakken. Ook zoiets als liefde bestaat niet zoals appeltaart bestaat. Een geliefde bestaat op een heel andere wijze. Want het woord geliefde is een waardeoordeel. Het is een mens aan wie je een bepaalde waarde toekent. Een geliefde is meer dan een tastbaar mens. Anderen zien in de persoon waar jij zoveel van houdt waarschijnlijk een heel gewoon iemand.
 

Liefde is een geestelijke zijnscategorie die niets te maken heeft met ‘bestaan’ in de materiële zin van het woord. Liefde kun je niet aanraken. Maar het is er wel en het kan je raken.Ja, er is iets heel vreemds aan de hand met het menselijk bestaan. Hoe wezenlijker de dingen worden, hoe minder tastbaar ze zijn.
 

‘Vriendschap is een illusie’, zong Het Goede Doel in de jaren tachtig. Het bestaan van vriendschap is minder duidelijk dan dat van een tafel of stoel. In vriendschap moet je geloven. Je moet erop vertrouwen. Het is iets dat waargemaakt moet worden. Vriendschap is niet vanzelfsprekend. Het is geen ding dat je kunt vastpakken of meten.
 

Als het over God hebben, verkeren we in een dergelijke wereld van betekenis. God is van een andere zijnscategorie dan de dingen. In God moet je geloven, net als in vriendschap. Je kunt God niet aanraken. Maar God kan je wel raken. Ik vind het te gemakkelijk om geloven in het bestaan van God te vergelijken met geloven in het bestaan van Sinterklaas, zoals Hendrikse doet. Want ook God en Sinterklaas zijn twee totaal verschillende zijnscategorieen. Bij Sinterklaas hebben we het over een mythe of legende, die je hoogstens zou kunnen vergelijken met het bestaan van Abraham of Mozes. Misschien hebben ze bestaan, maar er zijn allerlei verhalen om die figuren heen geweven. Zoals vaker gebeurt met mensen die veel indruk hebben gemaakt. Denk aan de vele legenden die er zijn over Alexander de Grote.
 

Maar God is van een andere categorie. ‘God bestaat niet, maar hij staat wel ergens voor,’ schreef Nico ter Linden treffend in zijn laatste boek, waarschijnlijk in reactie op Hendrikse. Voor mij staat God allereerst voor het raadsel van het bestaan. De onmogelijkheid om een begin te vinden in de werkelijkheid, een oorsprong van het zijn, een zin van het leven waarin we zoals Sartre zo mooi zei: ‘als mens geworpen zijn’. Dat raadsel, dat mysterie – dat is God. God is het geheim van het bestaan. En niet het bestaan zelf.
 

Overigens zeg ik hier met opzet niet dat God de bron is van het bestaan. Met die uitdrukking word ik steeds voorzichtiger, gezien al het leed dat er is in de wereld en de natuur. Ik ben er voorzichtig mee omdat ook het bijbels scheppingsverhaal God niet ziet als de oorzaak van alle dingen. In de Bijbel herschept God de tohoe wa bohoe, de wirwar die de wereld is. God schept licht in het duister. Hij ordent de chaos. Hij geeft mens en dier grond onder de voeten. Scheppen is scheiden. Maar van schepping uit het niets is geen sprake in de Tora. Daarom houd ik me liever bij die uitdrukking: God als het raadsel van het bestaan. Als God een bron is dan bron van de verwondering.
 
 
Orgelspel
 
 
Korte overdenking: ‘Geloof als kunst van de verwondering’
 
‘Niemand heeft ooit God gezien...’ Deze sceptische uitspraak is niet opgetekend uit de mond van een scepticus of een atheïst. Nee, deze woorden staan in de Bijbel. In een van de brieven van Johannes. Deze nieuwtestamentische schrijver gaf met deze gedachte uitdrukking aan een fundamentele waarheid die ook in de Bijbel te vinden is, namelijk: dat we niets weten over God, dat God een grondeloos mysterie is. Dat we geen greep hebben op het wezen van ons bestaan zou je de essentie kunnen noemen van het woord God. In allerlei metaforen is dat verwoord in de Bijbel. Ja, tot in de godsnaam aan toe. Als Mozes God om zijn naam vraagt, dan krijgt hij het raadselachtige antwoord: ‘Ik ben die ik ben.’ Ook wel vertaald als: ‘Ik zal zijn die ik zijn zal’. Klaas Hendrikse vertaalt die naam met: ‘Ga maar dan ga ik met je mee.’ Zijn idee is dat je God pas gaat ontdekken als je op weg gaat. God bestaat niet, zegt Hendrikse, maar ontstaat gaandeweg: als mensen het wagen met het geloof. Als ze zich openstellen voor het mysterie dat het leven is.
 

Ja, het bestaan is een mysterie. Het leven is een grondeloos, niet te vatten geheim, waar je je alleen maar over kunt verwonderen. Zo is God er, naar mijn idee. Als bron van verwondering. Als raadsel van deze werkelijkheid. Dat dat raadsel er is, valt moeilijk te ontkennen. Wie meent dat het leven tot in zijn diepste wezen te doorgronden is, reduceert de wetenschap tot iets wat het niet is.
 

‘Niemand heeft ooit God gezien,’ zegt Johannes, ‘maar in die ene, die wonderlijke mens uit Nazareth, hebben we iets van God ervaren.’ Voor de scepticus en de agnost klinkt het als spelbederf wat Johannes hier zegt. O, dus nu is er opeens toch iets dat we weten: namelijk dat Jezus de reflectie is van dat raadsel. De openbaring van het geheim. Hoe zit dat? Is die geloofsuitspraak van Johannes spelbederf? Een doorbreking van het nietweten, de agnostische inzet waarmee hij zijn betoog opende?
 

Ik denk niet dat je het zo moet lezen. Het leven is en blijft een geheim. Ook voor Johannes. Anders gezegd: het leven is en blijft God. Een mysterie waarover je je slechts kunt verwonderen. Maar soms, en dat wil Johannes zeggen, soms zijn er momenten waarop je heel even het gevoel hebt dat er iets is in die raadselachtige werkelijkheid dat oplicht. Soms lijkt het alsof er iets zichtbaar wordt. Niet als antwoord, maar als een spoor van licht. Het zijn momenten waarop het raadsel je raakt, je ontroert. Met zijn kwetsbaarheid bijvoorbeeld. Ja, er is een vreemd soort schoonheid in het mysterie dat het leven is. Juist het onbegrijpelijke van het bestaan kan schoonheid in zich meedragen.
 

Denk bijvoorbeeld aan de geboorte van een kind. Dat is zo’n moment waarop je geraakt kunt worden met een besef van de oneindige waarde van het leven. Opeens komt het heel dicht bij je. Opeens krijgt die kille raadselachtigheid van het bestaan een gezicht, een paar handjes en voetjes. En dringt het tot je door dat het leven eigenlijk één groot wonder is.
 

Ja, voor de ouders die bij een geboorte aanwezig zijn is hun kind uniek. Iets van oneindige waarde. Dat is geen kwestie van geloof, maar van ervaring. Dat voelen ze zo. Ook een natuurwetenschapper of een arts, die een geboorte normaliter vrij afstandelijk waarneemt en begeleidt, kan dat ervaren – vooral als het zijn of haar eigen kind is dat geboren wordt. Je kunt die ervaring natuurlijk evolutionair of biologisch verklaren. Maar daarmee doe je het tekort. Want daarmee zeg je ten diepste dat het een illusie is. Nee, er zijn ervaringen die de objectief meetbare en bewijsbare werkelijkheid doorbreken en op geen enkele manier zijn vast te pakken of te bewijzen. Je noemt dat transcendente ervaringen en het is een misverstand te denken dat dat woord alleen van toepassing is op mystieke ervaring. Ook de geboorte van een kind is een transcendente ervaring. Of beter gezegd: kan zo’n ervaring zijn. Als je er oog voor hebt. Als je het ziet. Want kijken alleen is hier niet genoeg.
 

Op een dergelijke wijze bedoelt Johannes het als hij zegt dat voor hem God oplicht in Jezus. Ja, er zijn momenten en mensen die je het gevoel kunnen geven dat het leven niet zinloos is. Momenten die je laten zien en ervaren dat er meer is tussen hemel en aarde. Momenten en mensen die je laten voelen dat het leven oneindige waarde heeft. Zo’n moment of mens kan Christus zijn, maar ook Boeddha. Of je opa of oma. Of Nelson Mandela. Of Simone Weil. Het kan een zonsondergang zijn. Of heel simpel de reflectie van kale bomen in een plas water. Hoe dan ook, er is meer tussen hemel en aarde. Maar je moet het zien. Je moet door het vanzelfsprekende heen kijken. Je moet ervoor open staan en gespitst zijn op de verborgen wonderen van het gewone leven. Dat kan een enorme gelukservaring zijn. Als je dat ervaart. Dan worden je ogen de ogen van God. Probeer het maar:
 
Geloof als een manier van kijken.
Geloven als kunst van de verwondering.
 
Amen.
 
 
Lied: EigenWijs 47: 1, 2 en 3
 
Het stil vermoeden dat U is
Een spoor, verborgen in de tijd
Een kort moment van eeuwigheid
Aanwezigheid als een gemis
 
Een stil vermoeden dat U bent
Een bron van vrede en van licht
Vertoon ons Uw vertrouwd gezicht
Dat niemand toch weer werkelijk kent
 
Het sterk vermoeden dat U wordt
Door mensen in het hart geraakt
De geest die ons tot mensen maakt
Dat U voor ons zo tastbaar wordt
 
 
Gebeden – Stilte – Onze Vader
 
 
Mysterie van dit bestaan. geheim van leven, verlos ons van de taal die ons scheidt van elkaar en van U. De taal die mensen zo vaak tegen elkaar opzet, maar die ook kan verbinden als er daden volgen op woorden. Bevrijd ons van de dadeloosheid en de sprakeloosheid, Heer. En van de woordenvloed die onrecht doet aan het geheimenis dat U bent.
 
Ja, omdat U de vraag bent die het leven oproept, omdat U in de stilte was toen uw profeet Elia het even niet meer wist, niet in het geweld van woorden, niet in de storm of het vuur van de discussie, daarom willen wij zwijgen. En stil zijn.
 
(...)
 
Bidden we tot slot met elkaar het Onze Vader dat Jezus ons leerde:
 
Onze Vader die in de hemel zijt
Uw naam worde geheiligd
Uw koninkrijk kome
Uw wil geschiede
Gelijk in de hemel zo ook op aarde
 
Geef ons heden ons dagelijks brood
En vergeef ons onze schulden
Gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren
En leid ons niet in verzoeking
 
Maar verlos ons van het kwaad.
Want van U is het koninkrijk,
De kracht en de heerlijkheid.
Tot in eeuwigheid.
 
 
Slotlied (staande): EigenWijs 87
 
Ga dan op weg en laat hoop en verwachting je leiden,
ook al zijn pijn en verdriet door geen mens te vermijden.
Wees niet bevreesd, ga en vertrouw op de geest
die je van angst zal bevrijden.
 
Ga dan op weg en ontmoet op de reis medemensen.
Geef aan een ieder al wat jij jezelf toe zou wensen.
Dan, onder het gaan, zul je de ander zien staan
en overschrijd je je grenzen.
 
Ga dan op weg en schud af al je twijfels en zorgen.
Ga en ontdek, wat vandaag nog voor jou is verborgen
Houd op het licht altijd je ogen gericht.
Dat zal je kracht zijn voor morgen.
 
 
Uitzending en zegen
 
Laten we gaan met de zegen van God:
 
Gij, Levende,
Eerste en Laatste,
Moeder, Vader, God,
Onuitsprekelijke bron,
Gij, boven onze woorden uit:
 
Zegen uw mensen die hier zijn en
al uw mensen in deze wereld
doe lichten over ons uw Aangezicht
en verbindt ons met uw vrede.
 
 
Orgel speelt ‘amen
 
Gemeente zang 
 
 

Deel dit