Vrijzinnig geloven

 

VVP

Even een groet - 28

Even een groet - 28

Op een vrijdag in het jaar 33, kort na het middaguur, werd Jezus van Nazareth door Pilatus overgedragen aan een afdeling Romeinse soldaten, die onder leiding stond van een centurion, oftewel een honderdman.

 

 
 
Op een vrijdag in het jaar 33, kort na het middaguur, werd Jezus van Nazareth door Pilatus overgedragen aan een afdeling Romeinse soldaten, die onder leiding stond van een centurion, oftewel een honderdman. Zo wereldwijd en massaal als het in onze tijd wordt herdacht, zo eenzaam en obscuur stierf Jezus aan zijn kruis. Pilatus zal waarschijnlijk de veroordeelde meteen zijn vergeten, allang blij dat zijn vonnis dit keer geen ongeregelheden had veroorzaakt in het Pesach-vierende Jeruzalem. De kruisiging vond plaats op Golgotha, ook wel de Calvarieberg genoemd bij de Romeinen. Golgotha lag vlakbij, buiten Jeruzalem.
 
Marcus (15:24) houdt het kort met de woorden: ze kruisigden Jezus. Ook de andere evangelisten bieden geen nadere details. De juiste toedracht van de kruisiging blijft dus in nevelen gehuld. Wel weten alle evangelisten te melden dat een zekere Simon van Cyrene, een boer die van zijn land op weg is naar huis, door de soldaten gedwongen wordt het kruis van Jezus op te nemen en verder te dragen omdat Jezus net van uitputting gestruikeld was. Een globale reconstructie van de executie werd mogelijk gemaakt dankzij de vondst in een grot van een skelet, even ten westen van de weg van Jeruzalem naar Nablus in noordoostelijk Jeruzalem. Het skelet vertoonde duidelijke sporen van de kruisdood. In zijn geval waren alleen de voeten vastgenageld aan de staander: de benen waren aan beide zijden van de staander geplaatst waarbij met spijkers het hielbeen aan het hout waren vastgemaakt. Een klein plaatje van olijfhout was aangebracht tussen de kop van de spijker en het hielbeen om te voorkomen dat de veroordeelde zijn voet kon los wringen van de spijker. De handen van de ongelukkige waren echter niet vastgenageld. De armen waren over de dwarsbalk heen vastgebonden.
 
De evangelisten geven geen uitsluitsel of Jezus ook op deze manier werd gekruisigd, maar men vermoedt dat de soldaten de meest sadistische, pijnlijke variant hebben toegepast, met voeten en handen vastgespijkerd. Zijn doodsstrijd moet verschrikkelijk zijn geweest: voor iedere ademtocht moest hij zich een beetje oprichten door druk te zetten op zijn vastgespijkerde voeten, een uiterst pijnlijke exercitie. Los hiervan vormden ook de vogels en insecten die op het bebloede lichaam afkwamen een ware kwelling. Pilatus had een bordje laten vervaardigen dat boven Jezus’ hoofd werd aangebracht: Jezus uit Nazareth, koning van de Joden. Johannes vermeldt dit het uitgebreidst (19:19-21). De tekst zou in het Hebreeuws (of Aramees), Latijn en Grieks zijn gesteld. De tekst lokte kritiek uit van de hogepriesters. Ze zeiden tegen Pilatus dat hij beter had kunnen schrijven dat deze man had beweerd de koning der Joden te zijn. Pilatus hoorde de hogepriesters aan, maar veranderde niets.
 
Een opvallend detail in alle evangeliën is dat op Golgotha bijna alle discipelen ontbreken. Alleen Johannes is aanwezig. Verder zijn, op afstand, de vrouwen die een rol hebben gespeeld in Jezus´ leven, wél aanwezig. De bekendsten onder hen worden met name genoemd: Maria (de moeder van Jezus, Jacobus de Mindere en Joses), Maria van Magdala en Salome (de moeder van Jacobus de Meerdere en Johannes). De evangelist Johannes vertelt dat Jezus vanaf het kruis tegen zijn moeder zou hebben gezegd: ‘Dit is uw zoon’ en tegen Johannes: ‘Dit is je moeder’.
 
Mattheus (27: 46) en Marcus (15:34) tekenden nog op dat Jezus tenslotte met een laatste krachtsinspanning in het Aramees riep: ‘Eloi, Eloi, lema sabachtani’? Wat betekent: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? Omstanders dachten te horen dat Jezus de profeet Elia aanriep. Iemand doopte een spons in zure wijn, stak deze op een stok om Jezus te laten drinken terwijl hij spottend opmerkte dat hij benieuwd was of Elia hem eraf zou komen halen.
 
Lucas (23:46) geeft de laatste woorden van Jezus weer: ‘Vader, in uw handen leg ik mijn geest’,
terwijl Johannes (19:30) als laatste woorden: ‘Het is volbracht’ optekent. Het slotakkoord is voor de Romeinse centurion. Hij zou hebben uitgeroepen (Lucas 24:47): ‘Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige’.
 
Robert van Venetië
 
 
 
 
 
 

Deel dit