Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 1 april 2021

Overdenking 1 april 2021

Karl van Klaveren is op donderdag 1 april voorgegaan in de Houtrustkerk. Omdat de kerkdiensten zonder bezoekers worden uitgevoerd heeft hij de overdenking opgestuurd. Deze kunt u lezen terwijl u de dienst beluistert via kerkomroep.
 
HOUTRUSTKERKGEMEENTE
Witte Donderdag
1 april 2021
 
 
Thema: ‘Ter herinnering aan haar’
 
 
Voorganger – ds. Karl van Klaveren
Cantor-organist – Marieke Stoel
 
Orgelspel:  ‘Schmücke dich, o liebe Seele' van Johann Gottfried Walther
 
Welkom
 
Klokluiden
 
Introïtus: EigenWijs 74
 
Een schoot van ontferming is onze God.
Hij heeft ons gezocht en gezien
zoals de opgaande zon aan de hemel.
Hij is ons verschenen toen wij in
duisternis waren, in schaduw van dood.
Hij zal onze voeten richten
op de weg van de vrede.
 
 
Aansteken van de kaarsen
 
Bemoediging en groet
 
Leven, niet de sleur van alledag,
waardoor we geleefd worden,
maar leven, vrij worden,
aanvoelen van elkaar.
 
Een menselijk gelaat
van de overzijde
komt ons tegemoet in de woestijn,
geeft ons manna,
leert ons loslaten,
open worden voor de maat
en het ritme van de liefde.
Zijn genade en vrede
begroeten ons.
 
Amen.
 
 
Lied: Tussentijds 159: 1, 3 en 4
 
In stille nacht houdt Hij de wacht
waar alle anderen slapen.
De ogen zwaar, de harten moe,
hebben wij Hem verlaten.
 
De beker vol van vreugdewijn
heeft Hij met ons gedronken.
Een bittere kelk vol eenzaamheid
hebben wij Hem geschonken.
 
In stille nacht heeft Hij volbracht
de doortocht voor ons leven.
De nieuwe morgen van Gods trouw
heeft Hij aan ons gegeven.

 
Gebed voor de wereld
 
Laten wij bidden.
 
Geest van leven,
Gij zijt de bron van ons bestaan,
de bedding waarin wij stromen.
Een wilde stroom, met klippen en bochten
en diepe watervallen.
 
Zo kunnen wij U, het Leven, ervaren.
Maar soms ook heel gewoon
als rustig kabbelend water
of een drooggevallen beek.
 
Geef ons nieuwe kracht om te zijn.
Een heilzaam ritme van eb en vloed
vanuit de onmetelijke oceaan
die U bent en in wie wij allen samenkomen.
 
Wees met uw wereld
en de mensen en dieren die er wonen.
Met alle ontheemden en ontrechten.
De ongeduldigen en de mensen die getroffen zijn.
 
Geef allen die daarnaar verlangen
vrede en vrijheid,
verzoening en verbinding met elkaar.
 
Wees met de zieken en de verslaafden,
de gevangenen en de eenzamen,
met allen die een geliefde missen,
of moeten leven zonder
huis of haard, baan of brood.
 
En geef ons allen uitzicht en hoop.
In Christus’ naam.
 
Amen.
 
 
Lied: EigenWijs 38
 
Zolang wij ademhalen,
schept Gij in ons de kracht.
Om zingend te vertalen
waartoe wij zijn gedacht:
elkaar zijn wij gegeven
tot kleur en samenklank.
De lofzang om het leven
geeft stem aan onze dank.
 
Het donker kan verbleken
door psalmen in de nacht.
De muren kunnen vallen:
zing dan uit alle macht!
God, laat het nooit ontbreken
aan hemelhoog gezang,
waarvan de wijs ons tekent
dit lieve leven lang.
 
 
Lezing: Markus 14: 1-11
 
We lezen uit het evangelie naar Marcus een verhaal dat door de evangelist is gecomponeerd in de vorm van een chiasme. U ziet dat op de liturgie terug als een zich herhalende ABC-structuur.
 
We luisteren naar Marcus 14, het begin van het passieverhaal.
 
A De volgende dag zou het feest van Pesach en het Ongedesemde brood beginnen. De hogepriesters en schriftgeleerden zochten naar een mogelijkheid om hem door middel van een list gevangen te nemen en te doden. Ze zeiden bij zichzelf: Tijdens het feest kan dat niet, want dan komt het volk in opstand.
 
B Toen hij in Betanië in het huis van Simon aanwezig was bij een feestmaal, kwam er een vrouw binnen. Ze had een albasten flesje bij zich dat gevuld was met zeer kostbare, zuivere nardusolie. Ze brak het flesje en goot de olie uit over zijn hoofd.
 
C Sommige aanwezigen zeiden geërgerd tegen elkaar: ‘Waar is deze verkwisting goed voor? Die olie had immers voor meer dan driehonderd denarie verkocht kunnen worden, en dat geld hadden we aan de armen kunnen geven.’ Ze voeren tegen haar uit.
 
C’ Maar Jezus zei: ‘Laat haar met rust, waarom vallen jullie haar lastig? Ze heeft iets goeds voor mij gedaan. Want de armen zijn altijd bij jullie, en jullie kunnen weldaden aan hen bewijzen wanneer je maar wilt, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn.
 
B’ Wat ze kon, heeft ze gedaan: ze heeft mijn lichaam nu al met olie gebalsemd, met het oog op mijn begrafenis. Ik verzeker jullie: waar ook maar ter wereld het goede nieuws verkondigd wordt, zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.’
 
A’ Toen ging Judas Iskariot, een van de twaalf, naar de hogepriesters om hem aan hen uit te leveren. Toen zij dit hoorden, waren ze opgetogen en beloofden ze hem geld te zullen geven. En hij zon op een mogelijkheid om hem op een geschikt moment uit te leveren.
 
 
Lied: NLB 563
 
De geur van mirre hangt
in milde overdaad
en schrijft met groots gebaar
waarvoor de liefde staat:
zij bouwt een monument,
legt bloemen op een graf.
Mijn afscheid geldt de mens
die mij ooit alles gaf.
 
Ik spaarde levenslang
de balsem in mijn kruik,
mijn laatste zorg en wens,
naar het aloud gebruik.
Dit leven met de dood
is afgelegd sinds Hij
mij al zijn liefde bood.
Zijn sterven maakt mij vrij
 
Korte overdenking: ‘De naamloze vrouw die Jezus zalfde’
 
Lieve mensen,
 
het is in de Houtrustkerk een goede gewoonte om aandacht te besteden aan Pasen in de vorm van een drieluik. Drie dagen lang bezinnen we ons op de betekenis van het passieverhaal. Op Witte Donderdag, op Goede Vrijdag en met Pasen. Die drie dagen vormen 7 een eenheid. Want door het lijden heen gloort nieuw leven, zegt dit verhaal.
 
 
Niet toevallig wordt dit alles verteld aan het begin van de lente. Want juist dan ontwaakt het leven na een lange winterslaap. Ja, beide – zowel dit verhaal als de natuur – willen in ons het vertrouwen wekken dat het leven sterker is dan de dood. Zowel de natuur als de cultuur willen ons met Pasen laten voelen dat deze wereld geen zinloze warboel is, maar een chaos waarin Gods geest sluimert en waakt. In het doodse winterlandschap dat onze wereld vaak lijkt, verschuilen zich altijd weer draden van hoop. Dat wil ons ook in deze moeilijke tijd bemoedigen.
 
 
Witte Donderdag – Goede Vrijdag – Pasen. Niet alleen deze kerkelijke feestdagen vormen een drieluik. Ook het lijdensverhaal van Markus bezit die structuur. Ja, het passieverhaal van het oudste evangelie heeft literair gezien een zogenaamde sandwichstructuur, ook wel ‘chiasme’ genoemd. Een chiasme is net als een drieluik opgebouwd uit verschillende lagen. In dit geval aan ABC-structuur. Het geheel is een compositie. Net als dat schilderij van Dalí, dat u aantreft op de voorkant van onze liturgie en waarover ik straks meer zal vertellen, is ook het evangelie van Markus een kunstwerk vol ingenieuze vormtaal. Kunstzinnige drieluikjes.
 
 
Een goed voorbeeld daarvan is het verhaal over de vrouw die Jezus’ lichaam zalft, dat we zojuist lazen. Het is een inleiding op het verhaal van het laatste avondmaal en de hof van Gethsemané, waar de drie belangrijiste leerlingen van Jezus in slaap vallen als ze met hem moeten waken en allen de benen nemen als Jezus wordt gearresteerd. Het is een bijzonder verhaal omdat deze vrouw aanvoelt dat Jezus niet lang meer te leven heeft. Ze merkt dat de tegenstand groeit en dat de mensen het op zijn leven hebben gemunt. Ze wordt er verdrietig van en wil iets voor hem doen. Ze koopt een flesje nardusolie. Bij een maaltijd giet ze die uit over Jezus’ hoofd. Een bijzonder gebaar. In het oude Israel werden alleen koningen en profeten gezalfd met olie. Dat gebeurde als ze aan hun goddelijke taak begonnen. Vanwege dat ritueel werden ze ‘gezalfde’ genoemd, ‘christus’ in het Grieks. Deze vrouw, die zomaar uit het niets naar voren komt, is dus degene die Jezus wijdt tot ‘christus’.
 
 
Ik zei al dat Markus’ evangelie vol sandwichstructuren zit. Ook aan het begin van zijn boek wordt Jezus gezalfd: door de heilige geest die als een duif neerdaalt op zijn hoofd bij zijn doop in de Jordaan. Hier – aan het einde bij zijn dood in Jeruzalem – wordt Jezus opnieuw aangewezen als de gezalfde. Door een vrouw. Niet toevallig. Want ook de heilige geest werd in Israel gezien als een vrouw. Deze vrouw beseft dat Christus niet een koning is die de wereld regeert met macht. Nee, ze ziet dieper. Ze zalft zijn lichaam voor de begrafenis, zegt Marcus. Ze ziet als enige dat dat Jezus koning is als een lijdende knecht. Ze begrijpt dat hij de wereld niet wil veranderen door macht maar door liefde. Ook al kost dat hem zijn leven.
 
 
De discipelen zijn niet blij met deze vrouw. Ze vinden het een schande wat ze doet. Zomaar een kruikje kostbare olie uitgieten over zijn hoofd. Wat een verspilling. Van dat geld hadden we de armen te eten kunnen geven, roept een van hen. Maar Jezus neemt het voor haar op. Hij voelt haar liefde. Nee, deze vrouw is geen dwaas die geld over de balk smijdt. Hij voelt haar mededogen. Jezus denkt niet rationeel. Hij is door dit gebaar bewogen. En dan zegt hij iets heel bijzonders. Hij zegt dat de wereld altijd over haar zal blijven spreken. Omdat ze het deed vanuit haar hart. Jezus is geen moralist. Hij kijkt naar de intentie van mensen. Ze heeft het goed bedoeld. En goed gezien.
 
 
Om dit motief heen schildert de evangelist nog een ander verhaal. Opnieuw in de vorm van een sandwichstructuur. Want nog voordat Marcus deze vrouw ten tonele voert, spreekt hij over hogepriesters en schriftgeleerden die in het geheim Jezus’ dood beramen. Onmiddellijk na het verhaal van de vrouw pakt de auteur die draad weer op. Judas, een van de twaalf apostelen, blijkt bereid om Jezus uit te leveren aan de hogepriesters en schriftgeleerden! Dit verhaal van complot en verraad vormt de buitenste schil van het chiasme.
 
 
Markus is een begenadigd verteller. Geen simpele verzamelaar van losse verhalen zoals vaak is gedacht. Nee, hij componeert zorgvuldig. Het verhaal over het verraad wordt door hem getekend als een schaduwpartij die het lichtend voorbeeld van de vrouw scherper doet uitkomen. Het bericht klinkt als een donderslag bij heldere hemel: een van de twaalf apostelen geeft Jezus aan bij de autoriteiten. Het is een dramatisch keerpunt in het evangelie. En die vrouw fungeert in deze vertelling over Jezus’ dood als element van hoop...
 
 
Orgelspel: 'O Welt, ich muss dich lassen' van Heinrich Isaac
 
 
Korte overdenking: ‘Een onderschat schilderij van Dalí’
 
Op de voorkant van onze liturgie is een schilderij van Salvador Dalí afgebeeld, getiteld El sacramento de la Última Cena. Dit beeld wil ons behoeden voor de gedachte dat het in het evangelie om geschiedschrijving gaat. Net als dit schilderij is ook de Bijbel kunst. Gelovige expressie van de ziel in de vorm van literatuur en poëzie.
 
 
Maar er is nog een reden waarom ik koos voor dit kunstwerk als illustratie. En dat is de inhoud van dit schilderij. Dalí is zoals u weet een Spaans-Catalaans kunstenaar. Hij ging in 1926 in Parijs wonen waar hij Picasso en André Breton ontmoette. In 1940 vluchtte hij naar de Verenigde Staten. Pas in 1955 keerde hij terug naar Europa en ging weer in Spanje wonen. Vanaf die tijd begint wat bekend staat als zijn ‘klassieke’ periode. In deze periode gaf Dalí uiting aan zijn gedachten over wetenschap en religie. Ook dit schilderij is in die tijd gemaakt.
 
 
We zien Jezus afgebeeld als een jonge man. Ja, zijn jeugdigheid valt op. Het doet heel menselijk aan. Tegelijkertijd valt op hoe metafysisch dit schilderij is. De hemel buigt over hem heen in deze verbeelding van het laatste avondmaal. Op de website van de National Art Gallery in Washington, waar dit schilderij hangt, staat dat dit kunstwerk opvalt door ‘lack of shock value’. Dalí werd beroemd door zijn shockerende stijl. Dat zou volgens het museum in dit werk ontbreken. Ik denk dat dat een misvatting is. Want het shockeffect zit er wel degelijk in als je goed kijkt en het schilderij vergelijkt met het verhaal waarop het is gebaseerd.
 
 
Wat opvalt is dat de discipelen met gebogen hoofd aan tafel zitten. Dat lijkt vroom, maar het is bewust dubbelzinnig. Het lijkt er eerder op dat ze in slaap vallen. Alsof ze zitten te knikkebollen. Waar Dalí naar lijkt te verwijzen is een van de meest schokkende elementen uit het verhaal van Marcus. Een element dat we zojuist al tegenkwamen: Jezus wordt door zijn eigen leerlingen in de steek gelaten. Ze verraden hem, verloochenen hem, en verlaten hem. Ze liggen letterlijk te slapen op tafel in de verbeelding van deze kunstenaar. Net als in de hof van Gethsemané.
 
 
De theoloog Paul Tillich noemde dit schilderij ‘junk’, rotzooi. Ten onrechte. Dalí onthult hier een onthutsende kant van het christendom: het feit dat we als leerlingen liggen te slapen. Ja, de kerk slaapt. Alleen Jezus is wakker. Dalí kent zijn Bijbel. Hij weet wat het hoofdmotief is van Marcus’ lijdensverhaal en heeft dat treffend verbeeld in zijn portret van het laatste avondmaal.
 
 
‘Ontwaakt gij die slaapt en sta op uit de dood,’ zo zingen we in een bekend paaslied. We zingen het onszelf toe. Want is dat niet waar de schoen wringt? Zitten we als christenheid niet vaak te dommelen? Is 11 de leegloop van de kerk niet ook te wijten aan de eeuwenlange winterslaap waarin we belandden na de komst van Christus? Met hier en daar een gunstige uitzondering, zoals die vrouw uit het verhaal. Ja, de verburgerlijking van die revolutionaire beweging van Jezus is opvallend als je de kerkgeschiedenis erop naslaat. Reeds Franciscus van Assisi wees daar op. De kerk is niet als Jezus. Integendeel. Ook de huidige paus Franciscus laat ons dat zien. Hij is heel bewust in een van de eenvoudige vertrekken van het Vaticaan gaan wonen om erop te wijzen dat pracht en praal niet passen bij de kerk.
 
 
Ja, Dalí wilde ons wel degelijk schokken met dit schilderij. Hij wilde ons wakker schudden. Een spiegel voorhouden. Zoals ook Marcus dat deed in zijn portret van de leerlingen. ‘Ontwaakt gij die slaapt...’ Wees wakker. Wees als die vrouw, die het gevaar zag. En ernaar handelde. Amen.
 
 
Lied: NLB 566
 
Midden in de dood zijn wij in het leven,
want Eén breekt het brood om met ons te leven
midden in de dood.
 
Dat wij uit de dood opstaan om te leven,
etend van het brood dat Hij ons heeft gegeven
midden in de dood.
 
Jezus, uit de dood opgestaan tot leven,
wees voor ons het brood, dat wij in U leven
midden in de dood.
 
 
Symbool van de tafel
 
Het zijn vreemde dagen, dit jaar,
de veertig dagen op weg naar Pasen.
 
Balancerend op de grens van
hoop en vrees, open en gesloten,
samen en alleen.
 
Gescheiden van elkaar zijn wij bijeen
op deze Witte Donderdag,
in herinnering aan ons samenzijn in deze kerk,
en in de hoop op een spoedig weerzien.
 
Over een aantal dagen is het Pasen,
het feest van leven dat weer ontluikt,
van knoppen die opengaan,
takken die weer gaan bloeien.
 
Daarom delen we vandaag in gedachten
hier rond de tafel waar wij nu staan,
met elkaar het brood en de wijn
als een symbool van die blijde verwachting.
 
We schilderen ons voor ogen het beeld
van ons samenzijn,
zoals Dalí dat deed in zijn verbeelding.
 
De tafel, hier in ons midden, tekent de nabijheid
van de Allerhoogste
in kleine, gewone dingen,
in de samenkomst van mensen rond brood en wijn.
 
De vorm ervan is tekenend voor Jezus,
die de tafel deelde met alle mensen,
vrome joden, heidenen, schorem van de straat.
 
Hij deed dat om duidelijk te maken dat alle,
ja, werkelijk alle mensen kinderen zijn van God.
 
Jezus bracht Gods woord zozeer tot spreken,
dat het in hem een levende werkelijkheid werd
die ondanks, ja, dankzij zijn lijden en sterven
een tastbare herinnering werd voor mensen.
 
Christus blijft inspireren
als de weg, de waarheid en het leven
voor allen die in liefde willen leven
en naar recht en vrede streven.
 
Op de avond voor zijn dood vierde hij met zijn vrienden pesach,
het feest van de uittocht, de bevrijding uit de slavernij.
 
Tijdens de maaltijd nam hij een brood,
zegende het zoals joden dat doen, brak het en zei:
‘Dit brood is mijn lichaam, dat de mensen zullen breken’.
Ook nam hij de beker en zei:
‘Deze wijn is mijn bloed, dat zal worden uitgegoten op aarde’.
 
Zo werden brood en wijn tot teken
dat de Mensenzoon zich in zijn dood uitdeelde ten leven,
als teken van hoop in een gebroken wereld.
 
Ja, in brood en wijn ervaren wij
de oneindige liefde van God,
onze verbondenheid met Jezus, onze broeder,
en onze roeping tot leven.
 
 
Lied: EigenWijs 3
 
Als wij weer het brood gaan breken,
Dat Gij, Heer, ons geeft,
leer ons dan met hem te delen,
die geen deel van leven heeft.
 
Als wij weer de lofzang zingen
om wat Gij ons geeft:
leer ons dan voor hem te roepen
die geen stem meer over heeft.
 
Als wij zo de toekomst vieren
die Gij, Heer ons geeft:
leer ons dan vandaag te zorgen
voor wie zelf geen morgen heeft.
 
 
Tafelgebed
 
Ene van Israel, U bidden wij,
 
Wij danken U dat Gij naar ons omziet,
dat Gij uw hand naar ons uitsteekt,
ons leeftocht reikt voor onderweg.
Schenk ons uw Geest van waarheid, licht en leven.
 
Beziel ons met de Geest, die in Jezus leefde
opdat wij hem volgen,
zodat ook wij een tastbaar teken worden van liefde,
spiegelbeelden van het allerhoogste
dat in deze wereld woont.
Maak ons tot mensen, Heer.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
 
Amen.
 
 
Slotlied: EigenWijs 83
 
Wees de grond onder mijn voeten
wees het dak boven mijn hoofd
wijs mij richting op de route
naar de toekomst ons beloofd
Wees de bron waaruit ik put
Liefde, vrede en geluk.
 
Wees de stem in onze stilte
en het oor dat ons verstaat
wees de warmte als de kilte
onze liefde sterven laat;
En geef steeds betekenis
aan de vraag wat leven is.
 
Wees de ziel van mijn gedachten,
wees de drijfveer van mijn hand.
Breng het Rijk dat wij verwachten
mede door ons doen tot stand
Inspireer ons dag aan dag
met uw Geest en geef ons kracht.
 
 
Uitzending en zegen
 
Ontvang dan ieder op uw eigen plaats in deze wereld
de zegen van God:
 
Gij, Levende,
Eerste en Laatste,
Moeder, Vader, God,
Onuitsprekelijke bron,
Gij, boven onze woorden uit:
 
Zegen uw mensen die hier zijn en
al uw mensen in deze wereld
doe lichten over ons uw Aangezicht
en verbindt ons met uw vrede.
 
Gemeente zang
 
 
Orgelspel
 
 

Deel dit