Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 1 augustus 2021

Overdenking 1 augustus 2021

Ds Arne Jonges is op zondag 1 augustus voorgegaan in de Houtrustkerk in Den Haag. Om de overdenking terug te kunnen lezen heeft hij de overdenking opgestuurd. Deze kunt u lezen terwijl u de dienst beluistert via kerkomroep.
 
We zijn minder thuis in de wereld dan wij zouden willen. De orde van de dingen is broos. Het ‘behouden huis’ (novelle W.F. Hermans) is een onzekere zekerheid. Het wordt bedreigd door oorlogsgeweld, overstromingen, brand of ander geweld. Alle berichten van rampen in de afgelopen weken geven met de voortdurende dreiging van ‘het virus’ een ‘unheimisch’ gevoel. Nog niet eens zo lang geleden riepen de kerken in dit soort situatie op tot boetedoening en gebed. Als huis en haard, als de orde van het leven werd bedreigd, ging men ter kerke: nood leert bidden. Dat is voorbij. We verwachten geen redding vanuit de hemel, omdat we heel goed weten wat de oorzaken zijn van alle ellende. Daar komt geen God aan te pas.

De oude vertrouwde woorden van het votum (onze hulp is in de naam van de eeuwige) lijkt - als we er over nadenken - steeds minder te maken te hebben met de wereld waar we in leven. De oude woorden stellen niet meer gerust. Het geloof in God de schepper, het centrum van de hele ordening van de werkelijkheid, is allang verbrokkeld. In de eerste clash tussen geloven en weten leek de kerk de overwinnaar. Galileï stelde evenwel: ‘en toch draait ze (de aarde)’. Het weten won de eeuwen daarna steeds meer terrein onder een gelijktijdig afbrokkeling van geloofsvoorstellingen. Daarmee werd ook de ordening van het leven verstoord. De verhalen verbonden geest en materie, leven en dood, begin en einde, hemel en aarde. Zij verloten die functie, zij maakten geen deel meer uit van de herkenbare werkelijkheid. Nood leert niet meer bidden. Vorige weken was er rondom de nood in Limburg, België en Duitsland (in tegenstelling tot 1953) niets van een kerkelijke activiteit te merken. Er kwam geen God aan te pas.

Het misverstand over religie en geloof is groot. De gedachte is: in de godsdienst komt God er altijd en als eerste aan te pas. Vanuit dat geloof leeft de gelovige, klinkt de lofzang en groeit het. Het is een verzekeringspolis voor kwade dagen, zo lijkt het. Gaat het mis dan komt God de gelovige goed van pas. Die vlieger gaat niet meer op... ging eigenlijk nooit zo op. In de Schriften vinden we dat ook niet. In de 22e psalm lazen we over de wanhoop, de lege zwijgende hemel. Een God die zich niet vertoont als we hem nodig hebben. Veel van ons bidden lijkt vergeefs “Ik sta voor u in leegte en gemis, vreemd is uw naam onvindbaar zijn uw wegen”, zongen we (Huub Oosterhuis EW 99). Geloof is niet de gemakkelijkste weg. In een opstel schreef dezelfde Oosterhuis: “Alles gaat makkelijker zonder God.” In een complexe wereld is God een complicerende factor .Het is allemaal gemakkelijker te begrijpen als er geen God aan te pas komt.

Ondanks dit alles. Ondanks dat veel in de wereld zijn eigen weg gaat waar geen God aan te pas komt, ondanks dat uit de Schriften geen verklaringen te  halen zijn en dat in de Schriften eerder haaks op ons weten staat. Ondanks dat blijven er mensen die, zoals Kuitert het uitdrukte, ongeneeslijk religieus zijn. De oude woorden binden hen aan het verstaan van de traditie. “Op U hebben onze voorouders vertrouwd en zij werden niet beschaamd”. Een God die troont op de lofzang. Een God die vertoont en laat kennen in lied en gebed: “gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden”. Zo komt God er aan te pas. Ongeneeslijk religieus als aanmoediging voor een zoektocht “naar een wereld waar mensen waardig kunnen leven”. “Zodat we niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn”. Een zoektocht naar leven en licht. Het leven is het licht voor de mensen, die kinderen van het licht kunnen worden. Allemaal beeldende woorden van de evangelist Johannes. De evangelist die Christus laat zeggen ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie Wie mij volgt loopt nooit meer in duisternis, maar heeft licht dat leven geeft. ”Over Johannes zijn dikke boeken geschreven, maar het blijft enigmatisch, mysterieus... Toch spreekt het aan: Licht en leven. Licht dat ons omarmt, ons aanstoot in de morgen. Licht dat niet ons tot verlichte mensen maakt, maar leidt naar het leven en ons laat zoeken “Licht in mij kijk uit mijn ogen” of ik een hoopvolle toekomst zie. Dat goddelijk licht, God laten wonen op de loofzang wil zeggen dat wij Gods trouw aan de wereld gestalte willen geven. Het troostvolle van geloof is ervaren wat ons te doen staat. Zo komt God er aan te pas.

Het derde couplet van 37 en 99 is gelijk. De eerst twee coupletten verschillen sterk. 99: leegte gemis, Godverlatenheid. 37 Zo vriendelijk en veilig als het licht. De conclusie van beide liederen komt samen in “gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.” De zoektocht van Oosterhuis gaat langs verschillende wegen en stemmingen. (vergelijk ook 19: Licht dat ons aanstoot in de morgen”)

Ons vermoeden van een God laat hem aanwezig zijn in lied en gebed. Geeft een ervaring van licht dat de levensweg verlicht. In dat licht weten we wat van ons verwacht wordt: vrede en recht, liefde en mededogen. In het zoekend zingen en bidden en spreken kan het gebeuren dat gevonden worden.
 
1 augustus 2021, Houtrustkerk.
 
Dr. Arne Jonges.

Deel dit