Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 2 mei 2021

Overdenking 2 mei 2021

Karl van Klaveren is op zondag 2 mei voorgegaan in de Houtrustkerk. Omdat de kerkdiensten zonder bezoekers worden uitgevoerd heeft hij de overdenking opgestuurd. Deze kunt u lezen terwijl u de dienst beluistert via kerkomroep.
 

HOUTRUSTKERKGEMEENTE

Zondag 2 mei 2021

 
 
 

 

Voorganger

Karl van Klaveren

 

Cantor-organist

Marieke Stoel

 
 
 
Orgelspel
 
 
Mededelingen
 
 
Klokluiden
 
 
Introïtus: EigenWijs 6: 1, 2 en 3
 
 
Aansteken van de kaarsen
 
 
Bemoediging en groet
 
In de veelheid van geluiden,
in de stormen van de tijd
zoeken wij het zachte suizen
van het woord dat ons verblijdt.
 
En van overal gekomen,
drinkend uit de ene bron,
bidden wij om nieuwe dromen,
richten wij ons naar de zon.
 
Laat uw dauw van vrede dalen
in de voren van de tijd.
Vat ons samen in de stralen
van uw goedertierenheid.
 
Amen.
 
Zingen: Gezang 289: 1 en 3
 
 
Inleiding van thema
 
Wat is het mooi om na al die weken en maanden weer bijeen te kunnen zijn hier met elkaar in onze kerk. Mooi om elkaar weer in de ogen te kunnen kijken. Om u weer te kunnen zien in de banken na al die keren dat ik hier voor een lege zaal stond. Het is een eerste stap die ons verheugt en doet hopen dat we spoedig weer echt gemeente mogen zijn. Met alles erop en eraan.
 
Een mooi zilver randje van deze heugelijke dag is dat het vandaag Pasen is. U zult denken: hij vergist zich in de dag. Maar het is echt Pasen vandaag! Niet hier in het westelijk deel van Europa. Maar in het oosten, in de Oosters-Orthodoxe kerk, wordt dat feest vandaag gevierd. Ik kreeg via mijn vrouw een bericht van uit Griekenland, van een neef van haar, die via Whatsapp liet zien hoe dat daar gevierd wordt. Vier dagen lang.
 
In ons eigen land maken we ons deze week op voor de viering en gedachtenis van vier en vijf mei. Daar willen wij vanmorgen bij stil staan. Bij de betekenis van het verleden, het heden en de toekomst. Dat is het thema van deze dienst.
 
 
Gebed
 
Laten we met elkaar bidden om Gods geest...
 
Geest van verwondering, van leven en aandacht, liefde en zorg, U willen wij bidden op deze bijzondere morgen. Een morgen gehuld in de glans van Pasen, die over ons valt vanuit het oosten. Een morgen die glanst van de vreugde om hier weer te mogen zijn na zo lange tijd. Een morgen ook in het teken van het verleden, het heden en de toekomst. Wees ons nabij als wij samen bidden en in gedachten zingen, als wij spreken en luisteren naar uw menselijk woord. Laat het stil worden in ons hart en neem van ons weg wat er door ons hoofd spookt en ons afleidt van waar het echt om gaat in het leven. Neem ons mee in uw visioen van vrede. Een visioen van vrede in ons hart en onder de mensen. Doe ons opstaan, van noord tot zuid, van oost tot west. Amen.
 
 
Zingen: EigenWijs 28: 1 en 3
 
 
Eerste lezing: Genesis 41
 
Uit de Tora, de richtingwijzende woorden van Mozes:
 
Toen richtte Farao zich tot Jozef: ‘Aangezien God u dit allemaal bekend heeft gemaakt, is er vast niemand die zo verstandig en wijs is als u. U vertrouw ik het bestuur van mijn paleis toe, en heel mijn volk zal doen wat u beveelt. Alleen door de troon zal ik boven u staan.’ Hij vervolgde: ‘Hierbij geef ik u het gezag over heel Egypte,’ en hij deed zijn zegelring af, schoof die aan Jozefs vinger, gaf hem kleren van fijn linnen en hing hem een gouden keten om de hals. (...) Dertig jaar was Jozef toen hij voor de farao, de koning van Egypte, verscheen, en nadat hij het koninklijk paleis had verlaten, trok hij door heel Egypte. In de zeven jaren van overvloed kon er in het land volop worden geoogst. Al het graan dat Egypte in die zeven jaar voortbracht, werd door Jozef verzameld en in de steden opgeslagen; in elke stad sloeg men de opbrengst van de omliggende akkers op. Het graan dat Jozef bijeenbracht, was als het zand van de zee: het was zo veel dat men maar ophield de voorraad te tellen, want er was geen tellen meer aan. Nog voordat de periode van hongersnood aanbrak, kreeg Jozef twee zonen bij Asnat, de dochter van Potifera, de priester uit Heliopolis. De oudste noemde hij Manasse, omdat God hem al zijn ellende en het gemis van zijn familie had doen vergeten. Het tweede kind noemde hij Efraïm, ‘want,’ zei hij, ‘God heeft mij vruchtbaar gemaakt in dit land, waar ik zoveel te verduren heb gehad.’ Aan de zeven jaren waarin er in heel Egypte overvloed was, kwam een einde, en de zeven jaren van hongersnood braken aan, zoals Jozef had voorspeld. In alle landen heerste hongersnood, maar in Egypte had iedereen te eten. Toen ook de Egyptenaren honger begonnen te lijden en de mensen steeds luider om eten riepen bij de farao, zei deze tegen hen: ‘Ga maar naar Jozef en doe wat hij zegt.’ Toen de hongersnood zich over het hele land had uitgebreid, liet Jozef alle voorraadschuren openen en verkocht hij het graan aan de bevolking. De hongersnood in Egypte werd steeds erger, en ook uit alle andere landen kwamen de mensen naar Egypte om bij Jozef graan te kopen; zo erg was de hongersnood overal.
 
 
Zingen: Tussentijds 210: 1 en 2
 
 
Tweede lezing: Spreuken 10
 
Uit de wijsheids van Israël, opgetekend in het boek Spreuken:
 
De Eeuwige laat de rechtvaardige geen honger lijden, maar de begerigheid der goddelozen wijst Hij af. Een trage hand maakt arm, maar de hand des vlijtigen maakt rijk. Wie verzamelt in de zomer, is een verstandig zoon; wie slaapt in de oogsttijd, is iemand die een misstap maakt.
 
 
Zingen: Tussentijds 210: 3 en 4
 
 
Korte overdenking: ‘Heden, verleden en toekomst’
 
Lieve mensen,
 
Ik wil vanmorgen met u nadenken over heden, verleden en toekomst aan de hand van een verhaal over Jozef, de zoon van vader Jakob die in een put werd gegooid door zijn broers, werd verkocht als slaaf, in Egypte belandde en daar uiteindelijk (na een hele lange weg vol hobbels en ) onderkoning werd.
 

Heden, verleden en toekomst bepalen de manier waarop we in het leven staan. Ze vormen samen een wonderlijk drieluik. Of als spiegels waarin je kijkt als je in de auto zit. In het midden de spiegel van het heden, en aan de zijkant je zijspiegels: die van het verleden en de toekomst. Ze vormen het drieluik van ons bestaan, dat vreemde schilderij waarvan we zelf de schilder zijn.
 

Laat ik beginnen met het verleden. De waarde ervan is evident. Stel je eens voor je dat je vandaag, hier en nu, al je herinneringen zou verliezen. Je zou vrijwel meteen ook je identiteit kwijt zijn. Want ten diepste ben je degene die je bent door je herinneringen. Zonder verleden zou je precies dezelfde mens zijn die je nu bent, maar ergens toch ook je wezen, je ziel zijn verloren. Je zou niet meer weten wie je naasten zijn. Ze zouden van het ene op het andere moment vreemdelingen worden.
 

Hoe belangrijk het verleden is blijkt ook wel bij het gedenken. Ook deze week willen we dat weer doen. Ons overgeven aan dat jaarlijks ritueel dat van zo grote collectieve waarde is gebleken. Stilstaan bij de vrijheid en de kwetsbaarheid ervan. Deze week herdenken we op allerlei plekken in het land en in onze stad weer de mensen die in de oorlog hun leven lieten. En vieren de dag erna dat we vrij zijn om te leven zoals we dat willen. We gedenken. Om niet te vergeten. We doen dat uit respect. Maar ook omdat het wezenlijk is. Want zoals de Amerikaanse filosoof George Santayana zei: ‘Zij die weigeren de geschiedenis te gedenken, zijn gedoemd om haar te herhalen.’
 

Er zijn ook minder goede manieren om het verleden een plek te geven in je leven. Het verleden kan ook een last zijn. Een steen om je nek. Je kunt vastzitten in het verleden als in een moeras. Bijvoorbeeld doordat je geen afscheid kunt nemen van een geliefde die je is ontvallen. Door de dood, door echtscheiding of door een conflict ben je degene kwijtgeraakt die je het allerliefste was en dat verlies overschaduwt nu je hele bestaan. Je slaagt er niet in om het verleden los te laten en verder te leven. Je kunt je op allerlei manieren vastgeketend voelen aan het verleden. Het kan zijn dat je niet kunt vergeven. De racune om wat je is aangedaan overschaduwt je bestaan. Of je wordt geplaagd door spijt, door iets dat je jezelf niet kunt vergeven. Ook dat kan frustreren. Het maakt je leven tot een blinde muur zonder ingang of uitgang.
 

Mensen die vastzitten in het verleden wordt tegenwoordig wel geadviseerd om aan de slag te gaan met mindfulness, een nieuwe loot aan de stam van de psychotherapie, die steeds nieuwe wegen zoekt. En in dit geval hele oude wijsheid uit het oosten heeft geïmporteerd. Want mindfulness leert je te leven in het nu. Want mindfulness is in feite een methode die al eeuwenlang wordt beoefend door boeddhisten. Ja, ‘leven in het nu’ is een denkwijze die ons uit het oosten is komen aanwaaien. Het oosten kent vanouds een meer cyclisch wereldbeeld. Men is hier niet primair gericht op het verleden of de toekomst, maar op het heden. Op het nu. Toekomst en verleden zijn volgens het oosterse denken illusies. Ze bestaan niet, ze zitten tussen je oren. De haat of de spijt om wat je is aangedaan, het verdriet om het verlies van je geliefde: het zijn maar gedachten in je hoofd, die je in mindfulness leert zien als wolken die voorbijdrijven, en niet als pilaren waarop je leven is gebouwd. Door met aandacht te leven, door de dingen om je heen waar te nemen als een toeschouwer, en je er niet aan te hechten, leer je los te komen van kwellende gedachten. Want ook gedachten zijn maar dingen die buiten je gebeuren. Je ware zelf gaat niet in je gedachten op.
 

Leven in het nu. Er is ook een minder verheven variant van leven in het nu. In de jaren negentig verkondigde de Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama ‘het einde van de geschiedenis’. De val van de muur was voor hem het teken dat de tijd van de ideologieen voorbij was. Met de val van de muur was er volgens Fukuyama een einde gekomen aan de grote verhalen over een hemels of aards paradijs in de verre of de nabije toekomst. Er restte ons niets anders dan het heden. Je zou deze zienswijze de materialistische variant van het leven in het nu kunnen noemen. Fukuyama’s filosofie sloot naadloos aan bij het nihilistisch materialisme van de jaren tachtig, waarin de punkbeweging de wereld toeschreeuwde dat er ‘no future’ was. In de jaren negentig waren de hoogtijdagen van de punk voorbij en namen de yuppies de macht over. Ogenschijnlijk een wereld van verschil. Maar ook de young urban professionals zou je volgelingen van Fukuyama kunnen noemen. Hun credo was: ‘Pluk de dag, geniet van het leven, want morgen sterven wij’. De yuppies gaven zich volledig over aan het nu en vergaten de toekomst. In de bonuscultuur van het snelle geld dacht men alleen aan winst op de korte termijn. Aan de toekomst van het bedrijf of de samenleving werd niet gedacht, om nog maar te zwijgen over de toekomst van de planeet aarde die door het turbokapitalisme met grote snelheid van haar bodemschatten werd beroofd.
 

Ja, er is wel iets voor te zeggen om onze huidige manier van leven te typeren als leven in het nu. In zowel zijn positieve als bedenkelijke kanten staat deze kreet voor de kern van ons postmodern tijdsgewricht. Een tijd zonder idealen. Maar de tijd schrijdt voort. Inmiddels lijken we alweer een stapje verder te zijn. Het wordt ons langzaam maar zeker duidelijk dat ook dat visieloze liberalisme van hier en nu een een ideologie is, een groot verhaal dat we onszelf wijsmaken om greep te krijgen op het leven. Na de zeven vette jaren zijn we nu in zeven magere jaren beland. De tomeloze vrijheidsdrang van de moderne mens blijkt schaduwzijden te hebben. In ons decennium domineert niet langer het gevoel van onoverwinnelijke groei, maar het besef dat we deel uitmaken van een wereldwijde crisis. In allerlei opzichten. Niet alleen de morele crisis, die al in de jaren tachtig werd benoemd door Van Agt, de crisis van normen en waarden, maar ook een economische crisis. De crisis die de wereld schokte in het nieuwe millennium vanaf 2008, en niet te vergeten de milieucrisis. Het leven in het nu breekt ons op. Niet in de boeddhistische zin van aandachtig leven, want daar kunnen we nog steeds veel van leren, maar in de zin van het je niet zorgen maken over de toekomst.
 
 
Orgelspel
 
 
Korte overdenking: ‘Leren van Jozef’
 
Misschien is het wat betreft verleden, heden en toekomst wel goed om eens terug te gaan naar de wortels van onze eigen cultuur. Want dat verhaal van Jozef en dat gezegde uit het boek Spreuken hebben ons wat dat betreft wel iets te zeggen.
 

Ik leer graag van mensen uit de gemeente. Het is me meer dan eens overkomen dat iemand uit onze kring me op een bepaald spoor zette. Een gedachte uitte die me richting wees. Een van die mensen was wijlen Bart van Linge, die overleed in 2012. Een ondernemer uit het Noorden van het land, hier neergestreken in Den Haag en jarenland lid van de Houtrustkerk. Hij vond dat ik teveel over het Nieuwe Testament preekte. Hij haalde zijn inspiratie vooral uit het Oude, zei hij. Een van de gestalten uit het Oude Testament die hem moed en richting gaf was Jozef. Jozef wordt vaak een dromer genoemd. Maar volgens Bart van Linge was hij een uiterst nuchter man. Een van de eerste mensen in de geschiedenis die verder keek dan zijn neus lang was. Jozef, zo legde hij me uit, was de eerste visionair in economische zin. De eerste ondernemer. Wat deed Jozef namelijk: als onderkoning van Egypte verzamelde hij graan in schuren zodat het volk bij hongersnood iets had om op terug te vallen. De farao had een nare droom gehad over zeven vette en zeven magere koeien. Jozef had de betekenis van die droom begrepen. Hij had begrepen dat er na alle voorspoed wel eens een tijd zou kunnen komen waarin het minder goed ging met Egypte. Als onderkoning bereidde hij zich daarom voor op minder goede dagen. Dat was wijs en verstandig van hem. Jozef bewaarde een appeltje voor de dorst. Niet voor hemzelf, maar voor het volk dat hij regeerde. En zo zou blijken: ook voor zijn eigen familie die vanuit Kanaan, dat ook getroffen werd door de droogte, naar Egypte reisde omdat daar een wijze onderkoning was die graan had verzameld in schuren.
 

De manier van denken en de handelswijze van Jozef zou je vandaag de dag kunnen typeren als gericht op duurzaamheid. Op de lange termijn. Dat is een belangrijk inzicht, waarvan de waarde in onze tijd meer en meer wordt ingezien. Een cultuur die alleen maar denkt aan nu en vandaag loopt onvermijdelijk in de valkuilen van de toekomst: want van de geschiedenis kun je leren dat er na vette jaren altijd magere jaren komen. Crises zijn van alle tijden en steken zo nu en dan de kop op. Niet om ons te plagen en het leven zuur te maken, maar om ons iets te leren: om een verkeerde tendens te corrigeren. Ook de coronacrisis heeft ons bepaald bij onszelf en de manier waarop we samen samenleving zijn. Wat heeft het ons geleerd? Denk daar eens over na. Laat je niet uit het veld slaan door een crisis, maar zie het als een aanleiding tot bezinning en verdieping. Ja, elke crisis legt de zwakke plekken uit het verleden bloot, wat ons weer de kans geeft om ons voor te bereiden op de toekomst. Zoals Jozef die zich voorbereidde en verder keek dan zijn neus lang was.
 

Ook in ons persoonlijk leven zijn er crises. Momenten waarop je even niet verder kan, omdat het je de adem beneemt, van alle energie berooft. Het kan om een echtscheiding gaan of om een ontslag. Om het ouder worden dat je aan de lijve voelt of om de mantelzorg die je teveel dreigt te worden. Om een moeilijk beslissing die je moet nemen of een hopeloze situatie die je van alle keuze berooft. Voor ieder van ons is zo’n persoonlijke crisis anders. Maar dat die crises er zijn of zullen zijn in ons leven staat vast. Veelal zijn het overgangssituaties: momenten waarop je opnieuw vorm moet geven aan je bestaan. Het heden wordt als het ware opgeschud. Misschien komen ook de zwakke plekken bloot te liggen uit het verleden. Hoe dan ook wenkt de toekomst. De toekomst wenkt je, nodigt je uit om op een nieuwe wijze in het leven te gaan staan. Ja, laten we deze moeilijke tijd waarin ons leven collectief is stilgelegd door het virus niet zien als verloren tijd, maar gebruiken om ons te bezinnen op die vragen. Wie ben je? Hier en nu. Slaag je erin om te genieten van wat je hebt? Of ben je alleen maar bezig met wat je mist? Zien we de wonderen van elke dag? Wat kunnen we leren van het verleden. Welke deuren zijn door de crisis die we meemaken gesloten? En welke worden erdoor geopend? ‘Wie verzamelt in de zomer, is een verstandig mens,’ zegt de Spreukendichter, ‘wie slaapt in de oogsttijd, is iemand een misstap maakt.’
 
Amen.
 
 
Cantorij: ‘De Krekel en de Mier’, melodie van Hendrika Tussenbroek (1854-1935) opus 34, naar een fabel van La Fontaine
 
Op het afgemaaide land staat een arme muzikant,
met een kletsnat pak, geen graan op zak, en zonder dak.
 
Mier: ‘Wie is daar? Wie klopt aan de deur als een bedelaar;
wie is daar? Wie klopt met groot misbaar?’
 
Krekel: ‘Och leen mij lieve buur een graantje uit je schuur;
‘k heb een kletsnat pak geen graan op zak, ben zonder dak.’
 
Mier: ‘Och wat spijt! Wat voerde je uit in de zomertijd?
Och wat spijt! Vervlogen is die tijd.’
 
Krekel: ‘Ik trok met lichte strijkmuziek de zonnige velden door
en speelde heel de zomertijd mijn vrolijke wijsjes voor.
Nu is de herfst gekomen, heeft alle vreugd genomen,
‘k heb een kletsnat pak geen graan op zak, ben zonder dak.’
 
Mier: ’Och wat spijt! En heb je gespeeld in de zomertijd?
Vriend, wat nood? Ga dansen nu voor je brood.’
 
 
Gebeden – Stilte – Onze Vader
 
Geest van vrijheid en vrede, mildheid en mededogen, gij, Eeuwige, afgedaald in de armoe, gebrekkigheid en moedeloosheid van deze wereld. U willen wij bidden voor onszelf en voor de wereld om ons heen. Voor de stad en de mensen die we op straat ontmoeten. Laat ons voelen dat we er niet alleen voor staan in de strijd voor een betere wereld. Geef ons moed en inspiratie als we heel klein een stapje zetten in de goede richting door iets te doen voor die oude buurvrouw, die baanloze jongen in onze buurt, die ondernemer die het zo zwaar heeft gehad in de afgelopen maanden, of simpel door onze stem te verheffen tegen onrecht, de straat of het veld op te gaan en te demonstreren dat uw koninkrijk van liefde alle mensen op aarde omvat, ja, zelfs de fragiele planeet die ons het leven gaf en geeft. Wees met de eenzamen onder ons, dat wij er mogen zijn in hun leven. Wees met degene die rouwen om een geliefde en met de zieken, dat we ze mogen nabij mogen zijn in hun zorg en verdriet. Wees met de wanhopigen, dat wij ze perspectief mogen geven. En wees met overheid en kerk. Het kabinet dat demissionair verder hobbelt, het formatieproces dat met horten en stoten verder gaat en ons als gemeente die de draad weer oppakken en ons bezinnen op een nieuw seizoen, en hopelijk ook een nieuwe tijd. Wees ons allen zo nabij.
 
In de stilte van ons hart zoeken wij uw kracht en liefde...
 
(...)
 
Bidden we het Onze Vader dat Jezus ons leerde,
in taal van onze eigen tijd....
 
Bron van zijn,
die ik ontmoet in wat mij ontroert
Ik geef u een naam opdat ik u
een plaats kan geven in mijn leven
Bundel uw licht in mij,
maak het nuttig.
Vestig uw rijk van eenheid,
uw enig verlangen,
en handel samen met het onze.
Voed ons dagelijks met brood en inzicht,
maak de koorden van fouten los
die ons vastbinden aan het verleden,
opdat wij ook anderenhun misstappen kunnen vergeven.
Laat oppervlakkige dingen
ons niet misleiden.
Want uit u wordt geboren:
de alwerkzame wil,
de levende kracht om te handelen,
en het lied dat alles verfraait
en zich van eeuw tot eeuw vernieuwt.
 
 
Slotlied (staande): EigenWijs 87
 
 
Uitzending en zegen
 
Laten we gaan met de zegen van God:
 
Gij, Levende,
Eerste en Laatste,
Moeder, Vader, God,
Onuitsprekelijke bron,
Gij, boven onze woorden uit:
 
Zegen uw mensen die hier zijn en
al uw mensen in deze wereld
doe lichten over ons uw Aangezicht
en verbindt ons met uw vrede.
 
Amen
 
Gemeente zang 
 
 

Deel dit