Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 23 mei 2021

Overdenking 23 mei 2021

Ds Nienke van Dijk is op zondag 23 mei voorgegaan in de Houtrustkerk. Omdat de kerkdiensten zonder bezoekers worden uitgevoerd heeft zij de overdenking opgestuurd. Deze kunt u lezen terwijl u de dienst beluistert via kerkomroep.

Overweging - Lieve mensen van de gemeente van de Houtrustkerk, Hier in de gemeente, of via de radio thuis, De afgelopen week opende het Rijksmuseum in Amsterdam een tentoonstelling over slavernij. Slavernij is een wezenlijk onderdeel van de Nederlandse geschiedenis. Het gaat daarbij om hoe Nederland een rol speelde in de slavernij in Zuid-Afrika en Azië en ook Zuid-Amerika en met name Suriname – het zijn verhalen van mensen die tot slaaf gemaakt werden en verhalen van mensen die daartegen in opstand kwamen, dikwijls met gevaar voor eigen leven. Het maakt duidelijk hoe rijkdom en uitbuiting twee kanten van dezelfde medaille zijn en ook wat de geschiedenis is van verhoudingen in Nederland – waar verschillende bevolkingsgroepen met elkaar samenleven, waar de kansen niet gelijk verdeeld zijn, mensen tegenover elkaar staan, verschillende talen spreken en elkaar soms zo slecht verstaan. En dan is het vandaag het feest van Pinksteren, het feest van de Geest die ons spreekt en in ons huist, het feest van de Geest die waait waarheen zij wil, het feest dat verwart omdat we elkaar kunnen verstaan – in de eigen taal. En dus lazen we, zoals zovaak met Pinksteren, twee verhalen waarin de taal en de talen en de verwarring centraal staan. Het eerste verhaal dat we lazen, was het verhaal van de toren van Babel, uit het boek Genesis –het boek dat begint met de schepping van hemel en aarde en de schepping van de mensen. Als het verhaal van de Toren van Babel begint hebben we al het een en ander de rug: de verdrijving uit het paradijs, Kain en Abel en de eerste broedermoord, gevolgd door zoveel geweld en ellende dat de Eeuwige er spijt van krijgt dat hij de mensen geschapen heeft en besluit tot de zondvloed – waar alleen Noach met zijn vrouw, kinderen en de veestapel het er levend vanaf brengen en de Eeuwige voor het eerst een verbond sluit – in de regenboog. En na deze verhalen van schepping, verdrijving, geweld en straf volgt dit verhaal:
 
Heel de mensheid heeft één taal en één woordenschat. Daardoor zijn zij eensgezind in hun voornemen: wij bouwen een stad met een toren. Opgewekt gaan de mensen aan de slag. Welaan, laten we tegels kleien, welaan laten wij een stad bouwen, met een toren die in de hemel reikt –zodat wij ons een naam maken en niet verstrooid raken. Yes, we can. En de Eeuwige ziet dit aan. De Eeuwige, wier naam wij niet mogen uitspreken en die in het jodendom ook wel wordt aangeduid als De NAAM. Die Naam daalt af om de stad en de toren te zien, die stad die tot in de hemel reikt, die naam die voor zij zichzelf willen vestigen. Van welke naam is de hemel, van welke naam is de aarde? De Naam ziet dat zij één van taal zijn en vraagt zich af wat zij nog meer zullen doen, als zij dit kunnen. Uit de eerdere verhalen weten we inmiddels dat de Eeuwige daar wel een idee van heeft, van wat de mensen zo kunnen aanrichten. Maar deze keer volgt er geen straf zoals verdrijving of overstroming. Net als de mensen zegt nu ook Naam van de Eeuwige: Welaan, laat ons...En dan schept de Eeuwige verwarring in hun taal, zodat de mensen elkaar niet meer begrijpen en het tegengestelde gebeurt van wat zij wilden: de stad wordt niet afgebouwd en de mensen raken verstrooid over de aarde en zij vestigen niet hun naam over de stad. In plaats daarvan krijgt de stad de naam Babel, wat verwarring betekent. De Babyloniërs zelf gaven de stad de naam Bab-ilu, wat poort van god betekent. Het is dan ook ironie dat hier hetHebreeuwse woord voor Babel tegenover wordt gezet: geen poort van god maar verwarring valt hen ten deel. Een ironie die de joodse lezers en hoorders van dit verhaal niet ontgaan zal zijn. Het boek Genesis en dus ook dit verhaal is geschreven en geredigeerd ten tijde van de Babylonische ballingschap. Waarschijnlijk was het joodse volk gedwongen om mee te bouwen aan de stad en de vestingstoren die beschreven wordt. Slavenarbeid, we kennen de verhalen uit Exodus. Dat de Eeuwige in dit verhaal al in het begin van de schepping en de geschiedenis een streep zet onder de Babylonische ambities om een wereldrijk te vestigen is een soort theologische satire. Het verhaal geeft zo niet alleen een verklaring voor het bestaan van verschillende talen op de aarde, maar laat ook zien dat taal en macht nauw met elkaar verweven zijn – en dat de Eeuwige er veel aan gelegen is om zand in de eenheidsmachine van de macht te strooien. Als mensen dezelfde taal spreken, maakt dat niet alleen het samenwerken makkelijker, maar ook onderwerping mogelijk. Toen Nederland bijvoorbeeld in Suriname slaven hield om de plantages te bewerken, was het de slaven verboden om het Sranatongo te spreken, de nieuwe taal, die de slaven, afkomstig uit verschillende landen met elkaar ontwikkelden. Het bevat worden uit het Engels, Nederlands en verschillende Afrikaanse talen of soms samenstellingen daaruit. En zij begrepen elkaar. Als mensen een taal spreken die machthebbers niet verstaan, is het verzet en de opstand makkelijker te organiseren. Ook na de afschaffing van de slavernij werd het gebruik ervan ontmoedigd en niet op school onderwezen. Inmiddels, na een lange emancipatiegeschiedenis is het gebruik ervan ingeburgerd in Suriname en ook bij de nieuwe generatie Surinamers in Nederland. Gisteravond zong Jeangu Macrooyeen paar regels in Sranatongo tijdens het Songfestival, voor het eerst in de Nederlandse bijdrage. Yu no man broko me, gebaseerd op een Surinaams gezegde: ik ben maar en halve cent, maar niemand kan mij breken. Krachtige woorden, uit een geschiedenis van slaven die in opstand kwamen. Toen Nederlanders het lied voor het eerst hoorden,spotten ze: ‘Ha, jij bent mijn broccoli.’ En dat spottenover taal die niet begrepen wordt, zien we ook in het verhaal van Pinksteren. ‘Ze zijn zeker dronken...’ Wat gebeurt er dan in het verhaal van Pinksteren dat we lazen? De vijftigste dag na Pasen – Pesach-is in het jodendom niet een zelfstandig feest, maar de afsluiting van de paasperiode, op de vijftigste dag. Tijdens het Pesachfeest wordt de uittocht uit Egypte herdacht, de bevrijding uit de slavernij, de tocht door de woestijnen Mozes op de berg Sinai: waar ook God zich openbaart in vuur. Op deze vijftigste dag zijn er opnieuw veel Joden in Jeruzalem, uit alle windstreken. De gebeurtenissen op die dag, in die context bepalen ons weer bij het joodse begin van de kerk. Na deze introductie volgt een korte beschrijving van de gebeurtenissen: Er is een ruisen vanuit de hemel, een geweldig gedreven ademen die het hele huis vult waar zij zijn en dan verschijnen er tongen als van vuur die zich op ieder van hen zetten....Zij worden allen vervuld van heilige geestesadem, en beginnen te spreken in andere talen zoals de geestesadem hun geeft uit te spreken.
 
De vrome Joden, afkomstig van ieder volk op aarde, hoorden het geluid en raakten in verwarring omdat ieder hen in zijn eigen taal hoorde spreken. Hier is de verwarring dus omdat zij verstaan en niet, zoals in het verhaal van Babel omdat zij het niet-verstaan. Ze begrijpen niet dat de Galileeërs deze talen kunnen spreken. Hier spreekt mogelijk een zekere minachting voor de Galileeërs: minder ontwikkeld, arm, gemengd in de zin van joods en niet-joods. En er is speculatie over dronkenschap en zoete wijn. In een letterlijke vertaling (Naardense Bijbel) is sprake van de wind als een geweldig gedreven ademen, een geestesadem, dat hier vertaald wordt als heilige Geest.Hier is ook een parallel met het verhaal uit Johannes waarin Jezus na zijn dood aan de leerlingen verschijnt en hen de geestesadem toeblaast. Zoals de geestesadem van God over de aarde wervelde bij het begin – zo ademt Jezus over de leerlingen – de Geest van het leven in zijn naam dat zij mogen voortzetten nu hij er niet meer is. In het Jodendom was deze geest sterk verbonden met profetie en dat is dan wat Petrus doet als hij uitlegt wat er gebeurt: hij profeteert met de woorden van de profeet Joel: Aan het eind der tijden, zegt God, zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, Jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droom gezichten Ja, overal mijn dienaren en dienaressen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten Voor Petrus en andere leerlingen, vrouwen en mannenis die verwachting van het eind der tijden nu. Zowel vrouwen als mannen hebben de Geest ontvangen en zo zijn zij – gelijk in de Geest-een deel van de nieuwe schepping in Christus. Zij profeteren, als nieuwe gemeente van gelovigen die leeft in krachtenveld van de verrezen Heer. En deze ‘nieuwe schepping’ betekent feitelijk een nieuwe godsdienst. In de plaats van de Joodse wetten en godsdienstige gebruiken komt het geloof in Christus. ‘Het eind der tijden’en ‘de nieuwe schepping’ betekent vooral een nieuwheid in de geest van Christus – de geest van liefde en waarheid - de Christus die in de gestalte van Jezus vanNazareth is gekruisigd en begraven. Petrus getuigt hiervan: ‘God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden.’ In de letterlijke vertaling staat er: maar God heeft hem doen opstaan: hij heeft de weeën van de dood losgemaakt, omdat het onmogelijk is geweest dat hij door hem zou worden vastgehouden; Yu no man broko me-je kunt me niet breken, zong Jeangy Macrooy. De titel van zijn lied is Birth of a new age – de geboorte van een nieuw tijdperk, en ander woord voor nieuwe schepping. En ik lees uit zijn lied, in de vertaling, zodat we het allemaal begrijpen: Dit is niet het einde, nee Het is de geboorte van een nieuw tijdperk Je kunt me niet breken Je kunt me niet breken Je kunt me niet breken De ziel oplaaiend als een wervelstorm Je ritme is rebellie De geest wild brullend als ongetemde vlammen Je ritme is rebellie Ze begroeven je goden, ze hielden je gedachten gevangen Je ritme is rebellie Ze probeerden je van je geloof te laten vallen Maar jij bent de toorn die de kettingen doet smelten Dit is niet het einde, nee Het is de geboorte van een nieuw tijdperk. Pinksteren is het feest van het nieuwe begin, in de kracht van de Geest, de ziel oplaaiend als een wervelstorm, vrouwen en mannen, zwarten en witten, ouden en jongen. Voor een stad, een land, een schepping waarin vele talen gesproken worden en waarin we elkaar kunnen verstaan - in de Geest van liefde en wijsheid, in de Geest van Christus Jezus die dankzij God onze Wijsheid is geworden (1 Kor 1, 30)
 
Amen
 
ds Nienke van Dijk
 

 

Deel dit