Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 24 januari

Overdenking 24 januari

Karl van Klaveren is op zondag 24 januari voorgegaan in de Houtrustkerk. Omdat de kerkdiensten zonder bezoekers worden uitgevoerd heeft hij de overdenking opgestuurd. Deze kunt u lezen terwijl u de dienst beluistert via kerkomroep.
 

HOUTRUSTKERK

 

Zondag 24 januari 2021

 

 
 

Thema –

 

'Vul de vaten met water'

 
 
 

Voorganger: ds. Karl van Klaveren

Organist: Marieke Stoel

 
Orgelspel
 
Welkom
 
Klokluiden
 
Introïtus: EigenWijs 53
 
Wij zoeken naar een evenwicht,
waarin wij kunnen leven.
Wij zoeken naar een vergezicht,
waarnaar wij kunnen streven.
 
Wij zoeken naar een fundament,
waarop wij kunnen bouwen.
Wij hopen God dat gij dat bent,
de bron van ons vertrouwen.
 
Aansteken van de kaarsen
 
Bemoediging en groet
 
Op afstand zijn we, maar elkaar nabij...
 
In die geest verbonden
dragen wij ons samenzijn
op aan de Eeuwige,
die liefde is en de grond van het bestaan.
die ons stelt in het licht,
ons roept om tot zijn dienst,
die ons vrijheid geeft
en ons vertrouwen vraagt.
 
Vrede zij met u,
de wereld zij vrede.
 
Zingen: ZZZ 250: 1 en 2
 
Als de nieuwe dag aanbreekt
licht van aanvang ons gegeven
dat in duizend kleuren breekt
ons weer moet geeft om te leven
vragen wij u, wees dichtbij – licht in mij
 
Lijkt de dag soms vaal en grijs
wil dan hier een vlam ontsteken
die ons nieuwe wegen wijst
lichtsignaal als reddend teken
voer ons in saamhorigheid – door de tijd
 
Gebed
 
Eeuwige, geroepen
door een stem
soms stil in ons, soms fluisterend,
soms schreeuwend,
soms onrustig makend.
 
Zo heeft u ons geroepen om hier te zijn,
tot U te komen,
tot elkaar te komen,
tot onszelf te komen.
 
Wees in ons midden
door de Geest die levend maakt.
 
Kyrie en gloria: ZZZ 451: 1, 2 en 3
 
Het kwaad heeft niet het laatste woord
al tiert het welig, oeverloos:
het is als gras dat even groeit,
maar door de zon al snel verschroeit.
 
Het kwaad heeft niet de heerschappij
al toont het zich machtig, vrij,
kleineert het mensen mateloos:
het gaat ten onder vruchteloos.
 
Wie weerloos voor het goede kiest,
weet dat hij schijnbaar macht verliest,
maar tedere bewogenheid
beschaamt het onrecht, wint de strijd.
 
Lezing: Johannes 2: 1-14
 
Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ ‘Wat wilt u van me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. 7Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. Toen zei hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze. En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste wonderteken; hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in hem. Daarna ging hij naar Kafarnaüm, met zijn moeder, zijn broers en zijn leerlingen, en daar bleven ze een paar dagen.
 
Zingen: NLB 793: 3 en 1
 
Bron van liefde, licht en leven,
laat Uw vreugde in ons zijn,
is de blijdschap weggebleven,
liefde maakt van water wijn.
Dat wij dan elkaar beminnen,
zó dat zelfs de dood niet scheidt,
niets kan liefde overwinnen,
liefde heeft de eeuwigheid.
 
Lezing: Marcus 2: 18-22
 
De leerlingen van Johannes en de farizeeën hadden de gewoonte regelmatig te vasten. Er kwamen mensen naar Jezus toe, die hem vroegen: ‘Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de leerlingen van de farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?’ Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten zolang de bruidegom bij hen is? Nee, zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten. Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is, want dan trekt de nieuwe lap de oude stof kapot en wordt de scheur nog groter. Niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn verloren, net als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken.’
 
Zingen: NLB 793: 1
 
Bron van liefde, licht en leven,
voor elkaar zijn wij gemaakt,
door Uw hand elkaar gegeven,
door Uw vinger aangeraakt.
Laat ons op Uw toekomst hopen,
gaandeweg U tegemoet,
dat wij samen lachend lopen,
in Uw grote bruiloftsstoet.

 

 
Overdenking
 
Lieve mensen,
 
heeft u wel eens gehoord van de ‘Mona Lisa van Galilea’? Het is een mozaiek dat door archeologen werd ontdekt in Sepphoris, de belangrijkste stad van Galilea in de Romeinse tijd. Maria, de moeder van Jezus, zou in deze stad geboren zijn. Sepphoris lag op vijf kilometer afstand van Nazareth. Sommigen beweren dat er een kans is dat Jezus als jonge timmermanszoon heeft meegebouwd aan de grote villa’s en gebouwen in deze stad. Sepphoris bezat ook een Romeins theater. Het was een mondaine plaats in een provinciaal gebied dat verder vooral uit kleine dorpjes bestond zoals Nazareth en Kapernaum. In de jaren negentig van de vorige eeuw vond men bij de opgraving van het oude Sephoris de genoemde ‘Mona Lisa van Galilea’. Dit prachtig mozaiek maakt deel uit van een reeks voorstellingen op de vloer van een huis dat hoogstwaarschijnlijk werd gebruikt voor de Dionysuscultus.
 

Dionysus was een Griekse god. Hij was de god van de wijn en de extase. We kennen hem ook van Friedrich Nietzsche, kenner van de oude Griekse wereld, die beweerde dat Apollo, de god van de rede, tegenover Dionysus, de god van de levenslust, was komen te staan. De god Apollo zou Dionysus hebben verdrongen na de komst van filosofen zoals Socrates en Plato. De westerse cultuur zou daardoor steeds rationeler zijn geworden, wat was uitgelopen op een sterke onderdrukking van het gevoel, de levenslust en de dierlijke kanten van de mens. De mens moest volgens Nietzsche terugkeren naar een gezonde spanning tussen beide goden of krachten: een gezonde spanning tussen rede en lust, verstand en gevoel, orde en chaos.
 

Ja, in dat huis in het oude Sephoris werd het leven gevierd. Het kon er woest aan toegaan in de cultus van Dionysus, die door de Romeinen Bacchus werd genoemd. Berucht zijn de bacchanalen van deze cultus. En ook de bacchanten, vrouwen die in hun extase dieren aan stukken konden scheuren. Een dier dat hun god symboliseerde. Dat waren echter extremen. Door de bank genomen waren dionysische feesten vooral drinkgelagen, vergelijkbaar met ons carnaval. Want Dionysus was de god van de wijn. De god van het feest en het goede leven zonder remmingen. Ja, dat mooie mozaiek van de Galllese Mona Lisa is waarschijnlijk een portret van een glimlachende vrouw die deelnam aan zo’n feest.
 

Wat heeft dat alles te maken met het bijbelverhaal dat we vanmorgen lazen? De bruiloft te Kana? Zo veel mag duidelijk zijn: ook dat was een feest. Een feest niet ver van die plek in Sepphoris. Maar dat is niet de reden dat ik erover begon. De reden is dat de Dionysuscultus met zijn levensvreugde en levenslust doorklinkt in dit oude verhaal waarmee Johannes zijn evangelie begint. Ja, dit beroemde wijnwonder is een christelijke legende die volgens vrijwel alle exegeten werd geïnspireerd door deze heidense cultus. Want zoveel staat vast: al lang voor de geboorte van Christus werd ook van de god Dionysus verteld dat hij water in wijn veranderde. ‘Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken’. Deze woorden van Jezus uit het Johannesevangelie hadden zo uit de mond van Dionysus kunnen komen.
 
 
Het is veelzeggend dat Johannes juist met dit wonderteken begint. De enige verhalen in zijn evangelie die eraan voorafgaan zijn Jezus’ doop in de Jordaan en de roeping van zijn discipelen. Het eerste wat Jezus en zijn kersverse leerlingen volgens deze evangelist deden, was naar een feestje gaan. Een joodse bruiloft. Dat was niet zomaar een feest. Bruiloften in het oude oosten waren evenementen die wekenlang konden duren. Overdag ging men naar het werk, maar in de avond nam men het er van. Het hele dorp deed mee.
 
 
Ja, we staan er nauwelijks bij stil dat ook dit het christendom is. Dat het feest een van de belangrijkste metaforen is van ons geloof. We zijn allemaal opgevoed met het kruis en de pièta, waarin Jezus dood in de armen van zijn moeder ligt. Indringende en ontroerende metaforen van het menselijk lijden. Maar er is ook deze andere kant van het christendom. Deze andere metafoor: die van het bruiloftsfeest, dat door Johannes tegenover dat appolonische gevoel van moraal en lijden wordt geplaatst. De bruiloft geldt in de Bijbel als het feest van de liefde. Dat waren in Israel geen stijve bijeenkomsten waarin iedereen op zijn stoel bleef zitten en er wat toespraken klonken. Nee, het waren vrolijke bijeenkomsten waarin flink werd gedanst en gedronken bij opzwepende muziek.
 

Nee, de Bijbel is geen ascetisch boek. Dat is er van gemaakt door monniken, priesters en theologen. Ten onrechte. Veelzeggend is een verwijt dat Jezus werd gemaakt door de farizeeen. Zij noemden de jonge rabbi uit Nazareth ‘een veelvraat en een wijndrinker’. Ja, ik stel me Jezus soms voor als een soort majoor Boshardt, zonder dat rare petje dan. Iemand die even zo goed thuis was in café’s als in de synagoge. Die goed overweg kon met junks en kunstenaars zoals Herman Brood.
 
 
Nee, het is geen toeval dat in de kerk wijn wordt gezien als een sacrament: als een tekend symbool van Jezus’ leven. Alles in het nieuwe testament is gericht op het koninkrijk. Het rijk van de vrede, dat ook een rijk is van vreugde en plezier. Het avondmaal was in de vroege kerk een feest met mensen rond een tafel die naast alle eerbied ook vrolijk met elkaar kwetterden en kletsten. De apostel Paulus vermaant de gemeente van Korinte zelfs om de agapèvieringen niet te laten ontsporen. Want het konden bacchanalen worden. Paulus schrijft dat hij het storend vond dat mensen bij dat feest in hun laveloosheid zich asociaal gedroegen. Rijke mensen die weigerden te delen met de armen, wat nu juist de kern was van deze feesten.
 

In dit verhaal van Johannes gaat het niet om zo’n agapèviering. Hier zijn we op een bruiloftsfeest. Ik stel me voor dat Jezus en zijn leerlingen onderuit gezakt aan tafel zitten met een grote bokaal wijn. Plotseling verschijnt de gastheer in hun midden. Hij kijkt wat bedremmeld. ‘De wijn is op,’ fluistert hij schuchter tegen Maria, die ik me voor de gelegenheid voorstel als als de ‘Madonna van Galilea’. Maria doet haar werk. Ze doet voorspraak. Bij haar zoon. Jezus’ antwoord is nogal crypisch. ‘Iets tussen mij en u, vrouwe?’ zo vertaalt de Naardense Bijbel het wat Jezus zegt. Andere vertalingen houden het op: ‘Wat heb ik met u van doen, vrouw.’ Dat laatste lijkt me echter nogal bars en bot. Niet passend bij een feest. Alsof Jezus een glaasje teveel op had.
 

Nee, er moet iets anders zijn bedoeld. ‘Wat mij en jou, vrouw?’ staat er letterlijk in het Grieks. En Jezus vervolgt met: ‘Mijn uur is nog niet gekomen.’ Misschien moeten we de sleutel tot zijn cryptische antwoord zoeken in die vervolgzin. ‘Mijn uur is nog niet gekomen.’ Tussen hem en Maria moet nog iets gebeuren. Dat is misschien een hint. Wat gebeurt er nog meer tussen Jezus en Maria in het Johannesevangelie? De tweede maal dat deze evangelist Maria opvoert in zijn verhaal is bij het kruis, waar ze samen met haar zoon de pièta beleeft.
 

Ja, dat is wat er tussen hem en haar zal zijn. Nee, Johannes is niet negatief over Maria. Hij is de enige evangelist die haar een duidelijke rol geeft bij het kruis. Daar zegt de stervende Jezus tot zijn geliefde leerling: ‘Zoon, zie je moeder.’ En tegen Maria: ‘Moeder, zie je zoon.’ Jezus wijst Maria als het ware toe aan alle mensenkinderen die hem volgen. Ik snap de katholieke kerk dan ook wel met haar verering van de Moeder. Maar hier is het nog niet zover. Hier is Maria nog gewoon vrouw. ‘Wat mij en jou, vrouw? Mijn uur is nog niet gekomen.’ Het is het uur van de wijn die op is. Het uur van gebrek, dat Jezus vervult als ware hij een voor zijn tijd moderne Dionysus.
 

Ja, ook hij, Jezus, zal worden verscheurd. Net als die heidense god. Het zal gebeuren. Maar eerst is er het feest. Om te laten zien dat het leven meer is dan lijden. Dat het ten diepste niet gaat om het kruis, maar om de vreugde. Hier horen we van het bruiloftsfeest van de liefde dat ook in het boek Hooglied wordt bezongen.
 

De wijn is op. Ook in onze dagen. Letterlijk. De café’s zijn dicht. We moeten binnenblijven. Maar er komen vast weer andere tijden, leert dit verhaal. Het leven is meer dan lijden. Ja, in feite is het Maria die in dit verhaal haar zin krijgt. Haar voorspraak vindt gehoor. Jezus’ tijd is nog niet gekomen – zijn tijd komt pas als hij de lijdende rechtvaardige wordt, die heel andere god dan Dionysus. Maar om te ontzenuwen dat dat de kern is van het leven geeft hij Maria haar zin.
 

‘Vul de vaten met water,’ zegt Jezus. Dat is in overvloed beschikbaar. Neem die kale werkelijkheid van je gemankeerde bestaan, zegt hij, en vul het. Vul het tot aan de rand, dat gebrekkige kerk zijn van jullie, dat gemankeerde priesterschap van je. Dat leven van je vol hobbels en kuilen. Doe wat je moet doen. Vul de vaten met water! Zaai! Ik zal zorgen voor de oogst, zegt hij.
 

Ja, misschien zijn wij wel de waterdragers in dit verhaal. Want ook al is het in deze crisis geen feest, we kunnen wel degelijk water aandragen. Onze talenten inzetten. De wereld om ons heen een beetje mooier maken. Door ons goede humeur te bewaren. Door onze gezondheid te koesteren. Door een keer boodschappen te doen voor onze oude buurvrouw of een dakloze op straat wat toe te stoppen. Of door ons gewoon aan de maatregelen te houden. En door niet alleen met corona bezig te zijn. Ook het onrecht dat er in onze samenleving is geschied verdient aandacht. Of het klimaat. Zo kunnen we de vaten vullen met water. In onze familie, onze buurt of baan.
 

Nee, de verandering begint niet met wijn. Het begint met water. Een boer die zaait ziet niets van zijn werk. Zijn land is na het zaaien net zo kaal als ervoor. En veel van wat hij zaait zal niet ontkiemen. Maar toch komt er eens een tijd van de oogst. Dan zal zichtbaar worden wat we deden. Dan wordt water wijn.
 

Ja, dit verhaal is een mythe, een legende. En zoals alle oude symbolische tradities bevatten ze vingerwijzingen. Vingers die ons de weg wijzen. Hier en nu. Laten we in gedachte het glas heffen. U thuis, wij hier in deze lege kerk. Een glas met water. In de hoop en de overtuiging dat het ooit wijn zal worden.
 
Amen.
 
 
Orgelspel
 
Gebeden – Stilte – Onze Vader
 
Goede God, onkenbaar geheimenis,
dat ons nabij zijt in vreugde en verdriet.
Tot U roepen we als we geen ander hebben
om ons hart te luchten.
Aan U vertrouwen we ons toe
als het ons bang te moede wordt.
 
Ons leven is een vreemde mengeling
van hoogtepunten en dieptepunten,
net als de wereld om ons heen.
 
Geef ons kracht om van water wijn te maken,
te blijven vertrouwen, hopen en liefhebben.
 
Schenk ons vreugde
en leer ons genieten van wat ons gegeven is.
En richt ons op als we geneigd zijn
om bij de pakken neer te zitten.
 
Wees met uw wereld in nood,
De armen, de gevangenen,
de ontheemden, de zieken,
de verdrukten en hen die geen helper hebben.
 
Geef nieuwe mogelijkheden, nieuwe kansen
nu er overal ter wereld landen hun leiders wisselen.
Genees de aarde en de mensen die erop wonen.
Kom met uw Geest van vrede en recht.
 
In de stilte van ons hart
zoeken wij rust en kracht...
 
(stilte)
 
Bron van Zijn,
die ik ontmoet in wat mij ontroert
Ik geef u een naam opdat ik u
een plaats kan geven in mijn leven
Bundel uw licht in mij, maak het nuttig.
Vestig uw rijk van eenheid, uw enig verlangen,
en handel samen met het onze.
 
Voed ons dagelijks met brood en inzicht,
maak de koorden van fouten los die ons
vastbinden aan het verleden,
opdat wij ook anderen hun misstappen kunnen vergeven.
Laat oppervlakkige dingen ons niet misleiden.
 
Want uit u wordt geboren:
de alwerkzame wil,
de levende kracht om te handelen,
en het lied dat alles verfraait
en zich van eeuw tot eeuw vernieuwt.
 
Slotlied: EigenWijs 98 (‘God zal je hoeden’)
 
God zal je hoeden,
Christus je voeden,
Geest van hierboven
geeft zin en zicht.
 
God schenkt je warmte,
geneest en omarmt je,
vriend in het duister
en gids naar het licht.
 
Uitzending en Zegen
 
Jij, Levende,
Eerste en Laatste,
Moeder, Vader, God,
Onuitsprekelijke bron,
Jij, boven onze woorden uit:
 
Zegen jouw mensen die hier zijn en
al jouw mensen in deze wereld
doe lichten over ons jouw Aangezicht
en verbindt ons met jouw vrede.
 
Orgelspel
 
 
 
 
 

Deel dit