Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 25 april 2021

Overdenking 25 april 2021

Karl van Klaveren is op zondag 25 april voorgegaan in de Houtrustkerk. Omdat de kerkdiensten zonder bezoekers worden uitgevoerd heeft hij de overdenking opgestuurd. Deze kunt u lezen terwijl u de dienst beluistert via kerkomroep.
 

ADVENTSKERK

Zondag 25 april 2021

 
 

unnamed Overdenking 25 april Houtrustkerk Den Haag

 

Thema:

‘Vrijzinnig bidden? Hoe dan?’

 
 

Lector

Annet Rombout

 

Organist

Wim Ruitenberg

 

Hoofd van dienst

Wieger Visser

 

Voorganger

Karl van Klaveren

 

Tafelschikking

Marcia Boeijinga

 

Video-opname

Gertjan Koolstra

 

Coördinatie

Jolande Annema

 
 
Orgelspel
 
 
Welkom door hoofd van dienst
 
 
Aansteken van de kaarsen
 
 
Aanvangslied: EigenWijs 33
 
Pianospel
 
Wees hier aanwezig, God, woon niet in wolken,
wees als de stilte, God, gun ons toch rust.
Ga allerwegen, God, dat wij U zoeken,
ga tot het einde, God, over de dood.
 
Wees als de schaduw, God, wees niet verblindend,
laat U toch horen, God, dat wij U zien.
Kom onder woorden, God, breng ons tot zwijgen,
laat U herkennen, God, wie Gij maar zijt.
 
Wees van de aarde, God, wees geen ontheemde,
wees met de mensen, God, zeg ons uw naam.
Dat wij U vinden, God, hopend op zegen,
maak ons gelukkig, God, eens en voorgoed.
 
Pianospel
 
 
Bemoediging en groet
 
Laten wij ons bemoedigd weten,
ieder op onze eigen plaats,
verenigd in een verlangen en zoeken
naar de bron van liefde, goedheid en trouw
die wij God noemen,
een kracht die ons draagt,
die onze waarheid kent,
die er altijd voor ons is.
 
Vrede van dit eeuwig geheimenis
voor u en voor de wereld,
nu en altijd.
 
 
Inleiding op het thema
 
‘Vrijzinnig bidden’. Het is de titel van een boekje, dat ik kocht het op een bijeenkomst van de VVP waar dit boekje werd gepresenteerd. Een jaar of wat geleden. Bij de presentatie hielden vier auteurs een lezing waarin ze uitlegden hoe zij dat zagen: vrijzinnig bidden. Dat gaf een heel gemêleerd beeld met heel verschillende visies op bidden. Een van de meest prikkelende lezingen was die van Erik Jan Tillema, de voorzitter van de landelijke VVP. Hij zei dat hij een maaltijd altijd begon met het volgende gebed .... ‘Eet smakelijk!’. Voor hem was dat het moment om even stil te staan bij de maaltijd die op tafel staat, maar ook bij elkaar. Hij keek, zo zei hij, de ander dan ook altijd in de ogen terwijl hij dat bad. Van zijn hand is in dit boekje een gebed dat getiteld is ‘Mens, medemens’. Daarin richt hij zich heel bewust niet tot God, maar tot de ander, tot de mens die hij oproept, bidt om medemens te worden. Ik wil het met u bidden...
 
 
Gebed
 
Mens , medemens,
die naast mij leeft,
laat mij gesterkt zijn,
door de glimlach die u geeft,
die ziel in uw oog,
en het woord dat u spreekt.
 
Mens, medemens,
help mij op weg,
bied mij steun,
laat mij op u bouwen
als ik in zware tijden zit.
 
Mens, medemens,
spreek mij aan
en maak contact,
opdat wij geen vreemden zijn,
maar reisgenoten hier op aard.
 
Mens, medemens,
die naast mij leef,
wees niet enkel mens,
maar wees mijn medemens.
 
Amen.
 
 
Lied: Tussentijds 191
 
Pianospel
 
Nu nog met halve woorden, hier en daar,
kijkend in donk’re spiegels, bijna waar,
blijven wij vreemden die zien en weer vergeten,
doen in den blinde wat moet, maar ongeweten.
Dan, eenmaal, wordt, wat niet bestaat:
wij zullen opengaan,
en zien en horen, oog in oog,
van mens tot mens verstaan.
 
Pianospel
 
 
Twee schriftlezingen:
 
Ik lees voor u twee korte gedeelten uit de Bijbel over bidden...
 
Maar als jullie bidden, trek je dan in je huis terug, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is.
Matteüs 6
 
De schepping ziet reikhalzend naar uit het openbaar van Gods dochters en zonen. Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. ... wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met een woordeloos zuchten.
Romeinen 8
 
 
Lied: ‘Kosmisch bidden’
(tekst en muziek Bernhard Huijbers)
 
Pianospel
 
Er is een zien in het geheel
dat ogen heeft gemaakt
Zien van het geheel, zie mij aan.
 
Er is een horen door het al
dat oren deed ontstaan
Oren van het al,
hoor mij gaan, hoor mij aan.
 
Er is een weten in het geheel
dat denken heeft bedacht
Weten van het geheel,
wees mijn meester, wees mijn geest.
 
Er is een treurnis in het al
die bron van tranen werd
Boordeloos verdriet,
droog mijn ogen, droog mij ziel.
 
Er is iets dierbaars in ’t heelal
dat harten heeft verzacht
Lief dat lief omspeelt,
mag ik delen? Mag ik heel?
 
Pianospel
 
 
Overdenking
 
Vrijzinnig bidden. Kan dat? Een spannende vraag. Want bidden en vrijzinnigheid lijken elkaar soms te bijten. Ik citeer een passage uit het boek dat ik noemde:
 
“Vrijzinnige gelovigen vinden bidden vaak moeilijk. Niet omdat ze niet willen bidden, maar omdat zij op een consequente manier willen bidden, op een manier die aansluit bij hun godsbeeld. God is voor vrijzinnigen niet vanzelfsprekend een persoon die ons hoort of verhoort.”
 

Zelf ben ik ooit vastgelopen als predikant omdat ik niet meer kon bidden. Dat was in mijn eerste gemeente, de gereformeerde kerk van Schipluiden. Ik kwam daar na een aantal jaren zoveel ziekte en ellende tegen dat het bidden me in de mond bestierf. Ik kon niet meer geloven in een God die de een wel en de ander niet genas. Door die twijfel verloor ik mijn geloof en verliet ik de kerk.
 

Na wat omzwervingen ging ik wonen in Amsterdam en laafde me wat de zin van het leven betreft aan de kunst. Van het geloof wilde ik niets meer weten. Ik beschouwde mezelf als atheïst, want zo redeneerde ik: God kan maar beter niet bestaan, want als hij bestaat, dan is hij verantwoordelijk voor een ongelofelijke hoeveelheid leed op aarde. Maar ik had ook een probleem. Ik was mijn geloof kwijt, maar ontdekte tegelijkertijd dat ik ongeneeslijk religieus was. Meer en meer begin ik ook te beseffen dat het probleem dat ik met het geloof had, namelijk dat het niet te begrijpen was, voor mij geen enkele rol speelde als ik voor een schilderij stond dat ik adembenemend vond. Daar in het museum vielen alle rationele criteria weg. Waarom dan zo moeilijk doen over de vraag of God bestaat?
 

Ik vond steun in het boeddhisme. Het boeddhisme is een religie die zich niet om god bekommert, maar geheel gericht is op de mens en zijn ervaring. Het grootste voordeel van het boeddhisme vond ik dat er niet in werd gebeden, maar dat men mediteerde. Daar kon ik wel iets mee, met dat bidden zonder woorden. Boeddhisten richten zich niet op God. Ze proberen zich tijdens de meditatie bewust te zijn van het hier en nu. Dat doen ze door te letten op hun ademhaling en op de sensaties in hun lichaam. Ze proberen uit hun hoofd te komen en in hun lijf te stappen door niet te denken, maar waar te nemen. Ik leerde dat in Nepal. In een boeddhistisch klooster waar ik min of meer toevallig terechtkwam tijdens een rondreis door dat land. Daar in dat klooster leerde ik dat meditatie niets met God of religie te maken heeft, maar met aandachtig leven, met in je lijf zijn en niet in je hoofd. Ik vond dat wel een hele mooie manier van bidden. Als er een gedachte in je opkomt klamp je je er niet aan vast, maar kijk je eenvoudig naar die gedachte en ziet hoe hij komt en gaat. Hetzelfde doe je met negatieve gedachten: je laat je er niet door meeslepen of beheersen, je ontkent dat negatieve gevoel ook niet dor het te verdringen, maar je kijk er eenvoudig naar: je observeert hoe het voelt en hoe dat gevoel komt en gaat. Het klinkt raar, maar door dat regelmatig te doen – door op een afstandje naar je zelf te kijken – wordt je rustiger. Je wordt meer de baas in eigen hoofd. Je laat je niet langer gek maken door al die gedachten en gevoelens die in je hoofd rondtollen. Want, man, wat kan het daar spoken. Hoe meer je dit oefent, hoe lekkerder je in je vel gaat zitten en hoe vrijer je je gaat voelen. Ik veranderde door die praktijk. Werd rustiger. Minder ADHD. Ik had het zelf niet eens in de gaten. Maar mijn moeder zei het ooit. Een onverdachte bron. Want ze had niets met het boeddhisme.11
 

Een ander positief resultaat van dat woordeloze bidden was dat ik weer moed vatte om dominee te worden. Teruggaan naar de gereformeerde kerk was daarbij geen optie. Die bestond ook niet meer. Ik had in 1997 de kerkdienst verlaten en kwam in 2009 terug. In die twaalf jaar was de PKN ontstaan. Het mooie van de PKN was dat het een kerk met vleugels was. Er was een orthodoxe groep, een middengroep en een linkervleugel van vrijdenkende gelovigen. Bij die laatste groep wilde ik horen. Ook omdat ze aan de basis had gestaan van mijn favoriete omroep: de VPRO.
 

Zo kwam ik in de vrijzinnige hoek van de kerk terecht. En in dat vrijzinnige milieu heb ik ook weer leren bidden. Hoe is dat gegaan? Allereerst leerde ik in mijn nieuwe habitat op een andere manier tegen God aankijken. Speelser en vrijer. In een vrijzinnige kerk mag je geloven wat je wilt. Er is niemand die je de maat neemt. En dat is heel belangrijk om te leren geloven. Het is net als bij het leren genieten van kunst. Als je een museum instapt met de gedachte dat je alles mooi moet vinden, zul je nooit echt van kunst gaan houden. Naar kunst kijken begint met dingen lelijk mogen vinden. Om te leren genieten van kunst moet je in een museum of galerie op zoek gaan naar dingen die je aanspreken of raken, en andere dingen laten voor wat ze zijn. Dat is niet jouw cup of thea, niet jouw smaak. Zo is het ook met geloof en de Bijbel: het gaat er niet om wat je moet geloven, maar om wat je gelooft, welke verhalen je aanspreken en jou raken. Zo leerde ik opnieuw geloven in de vrijzinnige kerk. Door het ook mezelf te gunnen om niet alles in de Bijbel of het geloof te slikken voor zoete koek. En dat is ook wezenlijk om weer te kunnen bidden, denk ik. Je godsbeeld roept een bepaalde manier van bidden op. God was in deze tijd voor mij niet langer de almachtige schepper van hemel en aarde. Hij was vooral degene die herschept. Als de kwetsbare kracht van de liefde. Liefde is niet almachtig. Liefde werkt niet via wonderen of een magische truc. Liefde werkt via mensen. Aan God doen is goed doen. Of om het met Trijntje Oosterhuis te zeggen, die dat vast van haar vader heeft: ‘Ik geloof in Goed.’ Dat is kern, zo ontdekte ik voor mijzelf. En niemand die het me kon afpakken.
 

Met die nieuwe bril op ging ik ook de Bijbel anders lezen. Ik zag nieuwe dingen. Bijvoorbeeld dat op de eerste bladzijde van de Bijbel geen sprake is van een schepper. God schept niet het donker, maar alleen het licht. God schept niet de oervloed, maar riep juist het droge tevoorschijn uit die chaos. God ruimt met andere woorden de rommel op in Genesis 1. Hij is geen schepper, maar her-schepper. Bevrijder.
 

 
Ik had ook veel aan Jezus’ laatste gebed, dat opvallend genoeg een vraag is. De laatste woorden die Jezus sprak volgens het oudste evangelie zijn: ‘Mijn god, mijn god, waarom hebt gij mij verlaten?’ Die wanhoop van Jezus – daar kan ik in geloven. In de radicale liefde ook die hij zaaide temidden van het onkruid, de chaos. Een geweldloze god die mensen vrij laat. Een god die aandurft om te zeggen: De hoeren en de tollenaars gaan jullie voor naar het koninkrijk van God. Ik begon te beseffen dat er zoveel dynamiet is in de Bijbel die onze traditionele godsbeelden opblaast, dat ik geleidelijk aan ook weer kon bidden.
 

Ja, dat had ik in het boeddhisme wel gemist: die aanklacht die het gebed kan zijn in de Bijbel. Dat roepen van Jezus tegen God. Waarom, waarom? Ons vragen als gebed. Ik herinnerde wat mijn opa ooit zei. Jongen, zei hij, je oma is een diep gelovige vrouw. Maar ik heb het er soms moeite mee. Met geloven. Ik ben meer een Jakob, die worstelt met God. Dat was voor mij een grote verrassing. Want mijn opa stond bekend als een hele vrome man. Het beeld is me altijd bijgebleven. Het beeld van mijn opa als worstelaar. Het beeld van Jakob die bij een rivier vocht met God. Bij die rivier kreeg Jakob de naam ‘Israël’. Dat betekent: vechten met God. Zo leerde ik – met vallen en opstaan – dat je niet alles voor zoete koek hoeft te slikken. Ook verzet is geloof. Net als twijfel. En zeker als die twijfel en dat verzet voortkomen uit het hart van de Tora: de liefde. Ja, als God slaapt mogen we hem wakker schudden, zo zeggen de psalmen. Poëtischer dan dat bestaat niet.
 

Ik sluit af met de twee teksten die we lazen. Allereerst Matteüs 6. Wat daarin opvalt is dat Jezus niet alleen over de Vader spreekt, maar ook over het verborgene. Steeds weer zegt hij: ‘Uw Vader die in het verborgene is.’ Daar kan ik wel iets mee. Wie of wat God is, is niet klip en klaar. Nee, God is een intieme, ja, mystieke ervaring, door Jezus aangeduid met het woord ‘Vader’. Maar God is ook een mysterie. God is een verborgenheid die tijd en ruimte overstijgt waar we helemaal niets van begrijpen. Ons geen beeld van kunnen maken. Mooi vind ik een verhaal dat verteld wordt over Thomas van Aquino, de belangrijkste theoloog van de katholieke kerk. Zijn leven lang schreef hij boeken over God. Maar toen hij oud was had hij bij zijn meditaties een visioen. Daarna zei hij: Alles wat ik geschreven heb is papier. God is zo totaal anders.
 

De andere tekst die we lazen was uit Romeinen 8, waarin het gaat over de Geest van God. Misschien is dat wel het mooiste woord dat je voor God kunt gebruiken. Geest. Want ook wij, mensen, zijn geest.De wereld, zo zegt Paulus, is een chaos. De schepping zucht en kreunt van alle ellende die er op aarde is. Paulus vergelijkt de wereld met een vrouw in barensnood. Moeder Aarde in blijde verwachting. En toch ook niet. Want de geboorte van haar kind, de nieuwe schepping, doet pijn. Het is een pijnlijk proces: de geboorte van het nieuwe vanuit het oude. De Geest, zegt Paulus, de Geest zucht mee. In ons. Ook wij verlangen immers naar een wereld waar vrede heerst. Een wereld waarin kinderen niet voor hun tijd sterven of verjaagt worden door bommen. Een wereld waar mensen gelukkig zijn en geen ruzie maken, of oorlog. Die nieuwe wereld, zegt Paulus, zucht in ons. Dat is de Geest. De Geest bidt in ons. Ja, dat vind ik toch wel de allermooiste tekst in de Bijbel over bidden. Gods zelf bidt in ons als wij de woorden niet vinden. Paulus zegt letterlijk: “Want wij weten niet wat wij bidden moeten naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.” Ik zie dat voor me. Als we zuchten over deze wereld of over onszelf, is dat God. God is een zucht, een ademtocht, een verlangen in ons binnenste naar heelheid. Ja, zuchten is bidden.
 
Amen.
 
 
Orgelspel
 
 
Stille meditatie – Onze Vader
 
Laten we stil worden. We sluiten onze meditatie af met het gebed dat Jezus ons leerde, in taal van onze eigen tijd:
 
(stilte)
 
Bron van zijn, die ik ontmoet in wat mij ontroert
Ik geef u een naam opdat ik u
een plaats kan geven in mijn leven.
 
Bundel uw licht in mij, maak het nuttig.
Vestig uw rijk van eenheid,
uw enig verlangen,
en handel samen met het onze.
 
Voed ons dagelijks met brood en inzicht,
maak de koorden van fouten los die ons
vastbinden aan het verleden,
opdat wij ook anderen
hun misstappen kunnen vergeven.
Laat oppervlakkige dingen
ons niet misleiden.
 
Want uit U wordt geboren:
de alwerkzame wil,
de levende kracht om te handelen,
en het lied dat alles verfraait
en zich van eeuw tot eeuw vernieuwt.
 
 
Mededelingen en collecte
 
 
Slotlied: ZZZ 122
 
Orgelspel
 
Dat heel mag worden mijn huis,
met al wie daar behoren,
vanouds en nieuw geboren,
gebleven of verloren –
dat heel mag worden mijn huis.
 
Dat groot mag zijn mijn hart
en zacht en toegenegen,
als bron uit god gekregen
tot overvloed, tot zegen –
dat groot mag zijn mijn hart.
 
Dat heel mag worden ons huis.
Dat groot mag zijn ons hart.
 
Orgelspel
 
 
Uitzending en zegen
 
Ontvang dan ieder op uw eigen plaats
de zegen van God:
 
Gij, Levende,
Eerste en Laatste,
Moeder, Vader, God,
Onuitsprekelijke bron,
Gij, boven onze woorden uit:
 
Zegen allen met ons verbonden
en al uw mensen in deze wereld.
Doe lichten over ons uw Aangezicht
en verbindt ons met uw vrede.
 
Orgel speelt ‘Amen
 

 

Deel dit