Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking 4 april 2021

Overdenking 4 april 2021

Karl van Klaveren is op zondag 4 april voorgegaan in de Houtrustkerk. Omdat de kerkdiensten zonder bezoekers worden uitgevoerd heeft hij de overdenking opgestuurd. Deze kunt u lezen terwijl u de dienst beluistert via kerkomroep.
 

HOUTRUSTKERKGEMEENTE

Pasen
4 april 2021
 
Thema: ‘Ontwaak, gij die slaapt!’
 
Voorganger: Karl van Klaveren
Cantor-organist: Marieke Stoel
 Zang: Wilma Scheps
 
 
Orgelspel
 
 
Welkom
 
 
Klokluiden
 
Introïtus: Tussentijds 165: 1 en 2
 
Licht, ontloken aan het donker,
licht, gebroken uit de steen,
licht, waarachtig levensteken,
werp uw waarheid om ons heen!
 
Licht, geschapen, uitgesproken,
licht, dat straalt van Gods gelaat,
licht, uit licht, uit God geboren,
groet ons als de dageraad.
 
 
Binnenbrengen van de paaskaars tijdens introïtus
 
 
Aansteken van de kaarsen
 
 
Bemoediging en groet
 
Het licht van de eerste dag.
God spreekt en het is er,
temidden van donkerheid en dood.
 
Niet het schijnsel van de zon
maar innerlijk licht,
vlammen vol sjaloom.
Oogverblindend ontwaakt het,
geeft ons moed, geeft hoop.
 
Genade en vrede
van dit eeuwig licht,
dat grond is onder onze voeten,
en doel van ons bestaan.
 
Amen.
 
 
Zingen: Tussentijds 165: 3 en 5
 
Licht, aan liefde aangestoken,
licht dat door het donker brandt,
licht, jij lieve lentebode,
zet de nacht in vuur en vlam.
 
Licht, straal hier in onze ogen,
licht, breek uit in duizendvoud,
licht, kom ons met stralen tooien,
ga ons voor van hand tot hand.
 
 
Gedicht
 
Op Witte Donderdag stonden we stil bij de onbekende vrouw, die als lichtend voorbeeld temidden van complot en verraad Jezus’ lichaam zalfde. Vandaag, op Paasmorgen, denken we na over de betekenis van een andere gestalte uit het paasverhaal: de figuur van Petrus zoals hij voor en na Jezus’ dood wordt getekend in het evangelie van Johannes. Petrus wordt in sommige evangeliën ‘rots der kerk’ genoemd. Een claim die in de geschiedenis van de kerk heeft geleid tot hoge pretenties. Maar in het passieverhaal vallen al die prententies in duigen. Petrus blijkt een wankelmoedig mens. Daarom wordt hij door de opgestane Heer niet Petrus genoemd, maar genoemd bij zijn oude naam: ‘Simon, zoon van Johannes’...
 
 
Gerrit Achterberg heeft een gedicht geschreven over het verhaal van Petrus, ‘de wankelmoedige rots’, die na de opwekking van zijn Heer weer in genade wordt aangenomen. Ik lees u als gebed een fragment uit zijn gedicht ‘Triniteit’...
 
God scherpt zijn wet op deze steen,
die mijn bestaan geworden is.
Maar Jezus Christus geeft ons vis
en wijn tot zijn gedachtenis.
 
Heeft een van beiden zich vergist?
Wij zijn een duister fenomeen,
zolang niet in ons leven rijst
het licht van den heil’gen Geest.
 
(fragment uit ‘Triniteit’ van Gerrit Achterberg)
 
 
Zingen: EigenWijs 49: 1 en 4
 
Tussen waken, tussen dromen,
in het vroege morgenlicht,
wordt de steen van ‘t graf genomen,
horen vrouwen het bericht,
dat door dood en duisternis
Jezus leeft en bij ons is.
 
Lente kleurt de kale bomen
door het leven aangeraakt
bloeien bloemen aan de zomen,
zo wordt alles nieuw gemaakt.
Juichend stemt het leven in
Met de toon van het begin.
 
Lezing: Johannes 18: 15-18.25-27 en 21: 1-25
 
Simon Petrus is, samen met een andere leerling, Jezus gevolgd. [Bij het gerechtshof] zegt een meisje dat poortwachter is tot Petrus: ‘Ben jij niet een van de leerlingen van deze man?’ Hij van zijn kant zegt: ‘Dat ben ik niet!’ Er staan ook dienaars en helpers, die een houtskoolvuur hebben gemaakt omdat het koud is en zich warmen bij het vuur. Ook Petrus staat er en warmt zich. Ze zeggen tot hem: ‘Ben ook jij niet een van zijn leerlingen?’ Hij van zijn kant loochent het en zegt: ‘Dat ben ik niet!’ Een van de dienaars van de tempeloverste, een familielid van de man van wie Petrus het oor afhakte, zegt: ‘Heb ik jou niet bij hem in de hof gezien?’ Opnieuw ontkent Petrus. En meteen daarna kraaide er een haan... Na al deze dingen toonde Jezus zich aan zijn leerlingen, in een verschijning bij de zee van Tiberias. Simon Petrus had tot hen gezegd: ‘Ik ga vissen!’ Ze zeiden tot hem: ‘We gaan met je mee!’ Ze stapten in de boot, maar in die nacht vingen ze niets. Maar toen het morgen werd, stond Jezus op de oever. De leerlingen beseften niet dat hij het was. Jezus zei tot hen: ‘Hebben jullie iets te eten?’ Ze antwoorden hem: ‘Nee.’ Hij zei tot hen: ‘Werpt het net uit rechts van de boot en je zult vinden!’ Ze wierpen het net uit en bleken niet sterk genoeg om het op te trekken. Zoveel vis was er in het net. Ze sleepten het met de vissen op het land. Zodra ze het land opliepen, zagen ze een vuur dat was aangelegd met vis daarop en brood. Jezus zei tot hen: ‘Breng wat van de vis die jullie hebben gevangen!’ Simon Petrus liep het water in en trok het net op het land. Het was vol. Maar ondanks dat scheurde het niet. Jezus zei tot hen: ‘Kom, houdt (met mij) het morgenmaal!’ Niemand van de leerlingen waagde het om hem de vraag te stellen: ‘Wie bent u?’ Maar ze wisten: het is de Heer.6 Jezus kwam, nam het brood en gaf het aan hen – en zo ook de vis. Zo verscheen Jezus voor de derde maal aan de leerlingen, nadat hij was opgewekt uit de dood. Toen ze het morgenmaal hadden gehouden zei Jezus tot Simon Petrus: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan zij?’ Hij zei tot hem: ‘Ja Heer, u weet dat ik uw vriend ben!’ Hij zei tot hem: ‘Weid mijn bokken!’ Weer, een tweede keer, zei hij tot hem: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief?’ En hij zei tot hem: ‘Ja Heer, u weet dat ik uw vriend ben!’ Hij zei tot hem: ‘Wees herder over mijn schapen!’ Ten derden male zei hij tot hem: ‘Simon, zoon van Johannes, ben je mijn vriend?’ Petrus werd bedroefd, omdat hij ten derden male tot hem zei ‘Ben je mijn vriend?’ En hij zei tot hem: ‘Heer, u weet alles, u kent mij als uw vriend!’ Jezus zei tot hem: ‘Weid mijn schapen! Want, amen, amen, ik zeg je: toen je jonger was omgordde je jezelf en heb je gewandeld waar je wilde. Maar wanneer je oud wordt, zul je je handen uitstrekken en een ander zal je gorden en brengen waar je niet wilt!’ Daarmee zei Jezus in tekentaal met wat voor dood Petrus God verheerlijken zou. En nadat hij dat gezegd had zei hij tot hem: ‘Volg mij!’
 
 
Zingen: EigenWijs 43: 1 en 3
 
Wij die met eigen ogen
de aarde zien verscheurd
maar blind en onmeedogend
ontkennen wat gebeurt:
dat oorlog is geboden
en vrede niet mag zijn,
dat mensen mensen doden
en dat wij die mensen zijn.
 
Dat wij toch niet vergeten
waartoe wij zijn gemaakt,
dat diep in ons geweten
opnieuw het licht ontwaakt,
dat in ons wordt herschapen
de geest die overleeft,
dat onze lieve aarde
nog kans op redding heeft.
 
 
Lezing: Efeziërs 5: 1-14 (Naardense Bijbelvertaling)
 
Wordt dan, als kinderen van zijn liefde, na-doeners van God, en wandelt in liefde, zoals ook de Gezalfde u heeft liefgehad (...) Wandelt als kinderen van licht! Want de vrucht van het licht bestaat in goedheid, gerechtigheid en waarachtigheid, wikkend en wegend wat welgevallig is aan de Heer. En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmaskert die veeleer (...) Daarom wordt er gezegd (in een lied): ‘Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de dood, en de Gezalfde zal je verlichten!’
 
 
Zingen: EigenWijs 49: 1 en 3
 
Tussen waken, tussen dromen,
in het vroege morgenlicht,
wordt de steen van ‘t graf genomen,
horen vrouwen het bericht,
dat door dood en duisternis
Jezus leeft en bij ons is.
 
Uit een sprakeloos verleden
weggeschoven, ongehoord,
wordt een nieuwe tuin betreden
open is de laatste poort,
sluiers worden weggedaan:
het is tijd om op te staan.
 
 
Korte overdenking: ‘De paassymboliek van de haan’
 
Lieve mensen.
 
Het verhaal dat we hoorden – het verhaal van Petrus – is ons welbekend. We hebben het vast eerder gehoord hoe deze vastberaden discipel op de valreep, in de dagen voor Jezus’ dood, struikelend eindigde als een wankelmoedig mens. Een rots vol praatjes en pretenties die uiteenspatte. Ja, het evangelie tekent in deze leerling van Jezus, uitverkoren om het fundament van de kerk te zijn, de tragiek van ons allen die zeggen hem, Christus, te willen volgen.
 
 
Want wie herkent niet wat hier wordt gezegd van Simon, de zoon van Johannes? Hebben we niet allemaal onze zwakke kanten, onze schaduwzijden, onze twijfels en aarzelingen. Ja, of we nu gelovig zijn of niet: iedereen herkent wat hier wordt geschetst. Dat je jezelf van alles en nog wat kunt voornemen, grootse plannen kunt maken, prachtige idealen kunt hebben. Maar als het erop aankomt loopt het vaak met een sisser af. Dan zijn we als een ballon die klapt en leegloopt.
 
 
Ja, ballonnetjes oplaten kunnen we. Dat doen we graag als mensen. Je hoeft daar geen politicus voor te zijn. Ooit liet Klaas Dijkhof demonstratief 500 proefballonnen op in de open lucht, waarna de Partij van de Dieren aangifte tegen hem deed. Pal daarop deed de gemeente Den Bosch het oplaten van ballonnen in de ban. Een hilarisch incident, dat goed aangeeft hoe mooie plannen in duigen kunnen vallen.
 
 
Maar er is meer aan de hand in dit verhaal. Petrus staat voor een diepere existentiële angst. Een angst die je als volgeling van Jezus kan overvallen als je zijn boodschap serieus neemt. Want als iets kenmerkend is voor de man van Nazareth dan wel dat hij gedreven werd door hoge idealen. Niet alleen naastenliefde stond op zijn program, maar ook respect voor de vijand. Niet alleen menselijkheid was zijn devies, maar ook een bijna bovenmenselijke compassie met anderen.
 
 
Ja, we vinden Jezus’ idealen prachtig, maar in de harde werkelijkheid bakken we er weinig van. Als we er al in geloven dat ze voor deze concrete werkelijkheid zijn bedoeld. We laten Jezus regelmatig in de kou staan. Letterlijk. Want Johannes schrijft dat de mensen een vuur maakten om zich te warmen toen hij veroordeeld werd. Zo koud was het daar bij het gerechtshof waar ook Petrus was.
 
 
Het is een dramatisch verhaal dat het evangelie ons vertelt. Een verhaal dat oproept tot waakzaamheid. Want voordat dit alles gebeurt, voordat Jezus verraden, verloochend en verlaten wordt door zijn leerlingen, neemt Jezus drie van hen mee in de hof van Gethsemané. Om met hem te waken en te bidden. Alle drie vallen ze in slaap. De haan die kraait als Petrus zijn heer verloochent, slaat dus niet alleen op deze ene apostel, maar staat voor het falen van alle leerlingen van Jezus. Heel de kerk gaat het schip in. Het lijkt een zinkend schip.
 
 
De haan is een christelijk symbool geworden. Een symbool dat in ons deel van de wereld kerktorens siert. De haan roept ons letterlijk op tot waakzaamheid. De haan roept ons wakker in de morgen. Het symbool is ontleend aan dit verhaal. Maar het slaat ook op een tekst van de apostel Paulus die we lazen: ‘Ontwaak gij die slaapt en sta op uit de dood, en Christus zal over u lichten.’ We kennen die woorden als een lied uit onze jeugd. Maar het is veel ouder dan dat. Reeds in de tijd van Paulus werden ze gezongen als paaslied. De apostel citeert het in zijn brief aan der Efeziërs. ‘Ontwaak,’ zegt hij ermee tegen de christenen van die oude Griekse stad. ‘Sta op en leef. Word de nieuwe mens die God van jullie wil maken. Blijf niet dommelen en soezen. Wees liefdevol als Christus. Wees zelf de vrede die je wenst voor de wereld.’
 
 
Ja, samen met die haan op de kerktoren tekent dit lied een te vaak vergeten thema van Pasen: namelijk dat niet alleen Christus is verrezen uit de dood, maar dat ook wij geacht worden op te staan uit de dode werkelijkheid die ons omringt. Een in slaap gesuste werkelijkheid vol commercie, comfort en andere slaapliedjes die ons beroven van het visioen van vrede. Dat is volgens Paulus het kleed dat we moeten afwerpen. Ons oude lichaam. We worden uitgenodigd om ons te bekleden met een nieuw lichaam: het lichaam van Christus, dat we niet alleen, maar samen zijn. Als kerk. Ja, het klinkt vreemd. Maar Paulus verwacht van de kerk dat ze wordt als Christus.
 
 
De apostel verwacht dat niet omdat wij vanuit onszelf die kracht bezitten. Maar omdat de kerk leeft van de geest. De geest van Jezus. Ja, die geest, die ons tegemoet schijnt in de bergrede als een stad op de berg, heel die geest wil ook in ons mens worden. Als collectief, als kerk. Daarom waagt Paulus het om de kerk het lichaam van Christus te noemen. Een lichaam, zo zegt hij, waarbij de ene mens de voet is en de ander de hand, en weer een ander het oog of het oor. Zo, samen, mogen wij ons wagen aan die grote belofte. Aan dat visioen.
 
 
Het is niet zo dat we daarbij worden overschat. Nee, van meet af aan weet God wat voor vlees hij in de kuip heeft. Het gaat om 11 mensen zoals Petrus... Nee, Christus overschat ons niet. Maar hij belooft ons dat we samen als een rots zullen zijn. Een rots in de branding van deze wereld.
 
 
Natuurlijk is het zo dat de kerk heeft gefaald. In haar lange geschiedenis. Niet eens, maar vele malen. Net als Petrus liet de kerk mensen vallen. Mensen die de minste waren. Mensen voor wie Jezus juist zou zijn opgekomen. En dat gebeurt nog steeds: dat we mensen in de steek laten. Individueel. Maar ook collectief als kerk en samenleving.
 
 
Daarom: laat ons waakzaam blijven. En met dit verhaal beseffen dat het Christus is die ons roept. Om mens te zijn. Nee, mens te worden. Als kerk, maar ook als volk. Komen wij op voor wie geen helper hebben? Ontmaskeren we de werken van de duisternis, zoals Paulus dat zo mooi zegt? Zijn wij een rots in de branding van cynisme en onrecht?
 
 
Orgelspel
 
Korte overdenking: ‘Het morgenmaal’
 
 
Johannes is de enige evangelist die ons niet achterlaat met dat schokkende verraad van de leerlingen. Die tragische scene waarin Petrus tot zijn ontzetting hoort dat de haan kraait. Johannes vertelt nog een verhaal. Het vormt het slot van zijn evangelie. Daarin doet Petrus opnieuw driemaal hetzelfde. Dit keer is het echter geen vastberaden ontkenning die we uit zijn mond vernemen, maar een schuchter en vasthoudend ‘Heer, u weet dat ik uw vriend ben.’
 
 
De scene vindt plaats na de opstanding van Jezus. Bij zijn derde verschijning. De leerlingen zijn aan het vissen in Galilea. Ze hebben hun oude beroep weer opgepakt. Maar dan ontmoeten ze Jezus. Het is een spannende ontmoeting. Jezus confronteert Petrus met zijn verraad. Maar de manier waarop hij dat doet is heel bijzonder. Zijn meester roept hem niet verwijtend toe: ‘Waarom heb je me in de steek gelaten toen het erop aankwam?’ Nee, in plaats daarvan stelt Jezus een vraag. Hij vraagt de rots die windvaan werd: ‘Heb je mij lief?’ Tot driemaal toe klinkt het. Net als dat onthutsende gekraai van die haan. Het is een ontroerend scène, waarin we niet alleen voelen dat Petrus’ wankelmoedigheid wordt overschaduwd door het licht van de liefde, maar ook voelen hoe ons eigen falen wordt opgenomen in de oneindige genade van God.
 
 
Nee, het is geen goedkope genade. Jezus confronteert Petrus wel degelijk met zijn laffe daad. Maar hij verwijt hem niets. Hij vraagt hem slechts of hij hem liefheeft. En iedere keer als Simon, de zoon van Johannes, zegt: ‘U weet dat ik uw vriend ben’ antwoordt hij: ‘Hoedt mijn schapen.’ Ja, in feite vernieuwt Jezus hier de belofte dat Petrus de rots zal zijn van de kerk.
 
 
Het vormt een duidelijk contrast met de tijd vóór Pasen. Dat blijkt niet alleen uit die drievoudige herhaling van dat liefdeswoord, maar het komt ook naar voren in een ander literair element in dit verhaal. Een aspect dat in vrijwel alle bijbelvertalingen over het hoofd is gezien. Deze scène vindt plaats bij een morgenmaal. In vrijwel geen enkele vertaling staat dat. Maar de Naardense Bijbelvertaling noemt het wel. Er wordt in het Grieks duidelijk over gesproken dat ze samen aten in de morgen, en niet in de avond zoals die laatste keer bij het verraad. Het is geen avondmaal met brood en wijn dat Johannes hier schildert, maar een morgenmaal met brood en vis. Het is een opvallend gegeven, omdat de morgen symbool staat voor een nieuwe dag, de nieuwe tijd die is aangebroken met Pasen. Paasmorgen. We zeggen dat niet toevallig. Het verwijst naar het licht van de eerste dag.
 
 
In dat licht – het licht van de Paasmorgen – mag Petrus schuilen. In dat morgenlicht mogen ook wij ons geborgen weten. Ja, ook dat is wat de haan kraait in de morgen. ‘Ontwaak gij die slaapt en sta op uit de dood en Christus zal over u lichten.’
 
Amen.
 
 
Stilte na de overdenking
 
 
Lange stilte
 
 
Gebeden – Stilte – Onze Vader
 
Een premier die zijn handen in onschuld wast,
collegaministers die tegen hem zeggen:
hier scheiden onze wegen,
kabinetspartijen die na afloop aangeven
dat ze niet meer met hem willen regeren
omdat ze hem niet vertrouwen.
 
Het was een bizarre week,
deze Goede Week op weg naar Pasen.
 
Er voltrok zich een waar koningdrama in de Tweede Kamer
in de schaduw van Witte Donderdag en Goede Vrijdag.
 
We willen bidden voor de toekomst van ons land
en met name ook het proces van formatie.
 
(...)
 
Goede God, geheim van vrede in de harten van mensen,
u die rechtvaardigheid zoekt onder mensen.
 
U willen we bidden op deze dag van opstanding,
deze dag van Pasen.
 
Wees met ons allen als we op zoek zijn
naar vaste grond onder de voeten,
onzeker over onszelf
of de toekomst van de wereld.
 
Het duurt al zo lang, de crisis waarin we nu in zitten.
Vooral ook omdat we in ons achterhoofd weten we
dat ons nog een andere crisis
wacht van heel andere orde.
 
Wees met ons allen die dit schip
door woelige baren moeten navigeren.
Wees met de matrozen die wij zijn,
klimmend in de masten om de zeilen bij te zetten,
maar ook met de stuurlui en kapitein
die dit schip op koers moeten houden.
 
Geef uitkomst, God,
in de moeilijke situatie die is ontstaan
nu ons land midden in een gezondheidscrisis
een formatiecrisis is overkomen.
 
Nou ja, overkomen.
Het is misschien ook wel een patroon
dat kwam bovendrijven in de afgelopen dagen.
Net als het verlangen naar een nieuwe regeringsstijl.
Geef recht aan alle gedupeerden in ons land,
van Groningen tot de mensen die hun huis werden uitgezet
in de toeslagenaffaire.
 
En geef leiders die in staat zijn
om de klimaatcrisis op een wijze en slagvaardige manier
het hoofd te bieden.
 
En wees met ons in ons eigen kleine bestaan,
dat soms ook een slangenkuil kan zijn,
een hof van Gethsemané.
 
Geef vrede in ons hart
zodat er ook vrede zal zijn in de wereld.
 
Troost ons als we ons niet gezien voelen
met mensen die hun ogen openen.
 
Geef ons brood en een dak boven het hoofd
als we ontheemd in deze stad of wereld ronddwalen.
 
Geef zieken kracht en uitzicht.
Misschien niet op genezing maar dan toch op U, die liefde zijt.
 
Wees met de mensen die rouwen om een geliefde.
 
Wees met de mensen die lijden onder het virus
en de lockdowns
omdat het hun bedrijf of leven kapot dreigt te maken.
 
Zegen ook ons als uw gemeente,
die in deze woelige tijd probeert
om uw boodschap van vrede gestalte te geven
door op te staan uit de dood.
 
Ja, wek ons met uw kracht
uit de sluimering van de slaap en geef ons vrede.
 
Zegen het werk dat kerk en buurt wil verbinden zoals dat
plaatsvindt in deze stad waarvoor wij vandaag willen
collecteren.
 
In de stilte van ons hart zoeken wij uw kracht
of leggen u voor wat ons beroert...
 
(...)
 
Bidden we het Onze Vader
dat Jezus ons leerde,
in taal van onze eigen tijd....
 
Bron van zijn,
die ik ontmoet in wat mij ontroert
Ik geef u een naam opdat ik u
een plaats kan geven in mijn leven
Bundel uw licht in mij, maak het nuttig.
Vestig uw rijk van eenheid,
uw enig verlangen,
en handel samen met het onze.
 
Voed ons dagelijks met brood en inzicht,
maak de koorden van fouten los die ons
vastbinden aan het verleden,
opdat wij ook anderen
hun misstappen kunnen vergeven.
Laat oppervlakkige dingen
ons niet misleiden.
 
Want uit u wordt geboren:
de alwerkzame wil,
de levende kracht om te handelen,
en het lied dat alles verfraait
en zich van eeuw tot eeuw vernieuwt.
 
Amen.
 
 
Slotlied (staande): EigenWijs 84
 
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!
Alle menselijk lijden hebt Gij ondergaan
om ons te bevrijden tot een nieuw bestaan:
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!
 
Licht moge stralen in de duisternis,
nieuwe vrede dalen waar geen hoop meer is.
Geef ons dan te leven in het nieuwe licht,
wil het woord ons geven dat hier vrede sticht:
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!
 
 
Uitzending en zegen
 
Ontvang dan ieder op uw eigen plaats in deze wereld
de zegen van God:
 
Gij, Levende,
Eerste en Laatste,
Moeder, Vader, God,
Onuitsprekelijke bron,
Gij, boven onze woorden uit:
 
Zegen uw mensen die hier zijn en
al uw mensen in deze wereld
doe lichten over ons uw Aangezicht
en verbindt ons met uw vrede
 
Gemeente zang
 
 
Orgelspel

 

Deel dit