Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking van vrijdag 25 december

Overdenking van vrijdag 25 december

Arjan Cuperus is op vrijdag 25 december voorgegaan in de Houtrustkerk. Omdat de kerkdiensten zonder bezoekers worden uitgevoerd heeft zij de overdenking opgestuurd. Deze kunt u lezen terwijl u de dienst beluistert via kerkomroep.
 
Joh. 1: 1 -14 Houtrustkerk eerste kerstdag 2020
 
Gemeente van Jezus Christus,
 
Het Woord wordt vlees. Met deze knappe en gedenkwaardige zin heeft het Joh. Evangelie de geboorte van Christus omschreven.
VLEES klinkt hard in onze oren, niet feestelijk, onmiskenbaar aanstootgevend en onmiskenbaar wordt erop gewezen dat Jezus geen bovenaards wezen was, geen halfgod, maar een echt mens, een mens van vlees en bloed.
 
In de harde werkelijkheid van het menselijk bestaan heeft HIJ zich op ons ingesteld en aan ons gepresenteerd.
Het Woord werd VLEES en WOONDE onder ons.
Letterlijk staat er: 'hij sloeg zijn tent bij ons op.'
Daarmee komt nog duidelijker tot uitdrukking waar het om gaat.
Jezus was in deze wereld onderweg zonder vast adres, zonder verblijfsvergunning. Vaak wist hij niet waar hij zou slapen en tenslotte werd hem het bestaansrecht op deze wereld ontnomen.
 
Fijnzinnig filosofeert Johannes er over -waar dat kind helemaal vandaan komt.
Uit de wereld van het Licht, uit de wereld van God, zegt hij. Maar geldt dat niet voor ieder kind? Is dat niet de overweldigende ervaring die je krijgt met zo'n pasgeboren leventje?
 
Gelukkig maar dat kinderen onze diepste ontroering op kunnen wekken.
Pasgeborenen ontroeren, maar met vertedering alleen komen we er niet.
Zelfs het besef dat het leven ons door God gegeven wordt, is niet genoeg.
 
Johannes spit dieper in zijn bespiegeling over Jezus' geboorte en hij grijpt ook hoger. Het kind van Kerst ziet hij als het unieke en ultieme komen van God zelf op deze aarde. God zelf, die onder ons mensen plaatsneemt als één van ons.
Zoals wij allemaal ter wereld komen, zo komt Hij, zegt Johannes, in dit kind.
Hij zegt het ook heel plastisch: het Woord is vlees geworden.
'Vlees' staat er, belangrijk dat woord. Klinkt plastisch, het doet recht aan alle aardsheid van ons menselijk bestaan. Het is zo tastbaar.
 
.
 
Want daar ligt een kind, dat het Woord van God in alle tastbaarheid ligt te zijn. Je kunt het bijna ruiken, dit vlees. Niet alleen van het kind, maar ook van de ouders en de herders, de os en de ezel, de schapen. ZO KOMT GOD, ZEGT JOHANNES, ZIJN WOORD WAARMAKEN. OM DICHTBIJ ONS TE ZIJN EN ONS KRACHT EN HOOP EN TROOST TE GEVEN, WAAR WIJ DAT NODIG HEBBEN.
 
HET HEIL DAT TOT ONS KOMT, BLIJFT EROP AANGEWEZEN DAT HET BETUIGD WORDT. Niet omdat het uit zichzelf geen kracht ontwikkelt en omdat WIJ het leven moeten inblazen, maar volgens de wil van God zelf, die de getuige gezonden heeft tegelijk met de vleeswording van het Woord. Zo kwam Johannes en getuigde.
 
Bij ons ging het ook zo.. Je ouders, een vriend, vriendin wekte je belangstelling voor God, Soms ook iets of iemand van buitenaf. Het komen is een proces.
 
WE mogen het aan elkaar doorgeven, getuigen als kinderen van God. Zo simpel is het, moeilijker hoef je het niet te maken. Maar zo eenvoudig blijkt het helaas lang niet altijd te zijn. Daarvan heeft dat kind daar in die stal geweten.
 
WANT zegt Johannes, het kwam in ons leven en daarmee belandde het in de duisternis waarin wij mensen zo ontzettend rond kunnen dwalen. Het leven dat ons zo gruwelijk te pakken kan nemen, ver van God weg kan slingeren.
Een duisternis die ons het zicht op God en op elkaar ontneemt, waarin we kunnen wanhopen of wij in elk geval elkaar weer zullen kunnen vinden.
Al die loopgraven op deze aarde, het leven met onverwachte gang.
 
De draagwijdte van datgene wat met kerst is gebeurd, komt beter binnen als we naar een scène uit Bergamo van dit voorjaar kijken. Het lijkt wel of de schaduwen van hopeloosheid dalen over de stervende stad. Dat alles bij elkaar is al beklemmend genoeg. Zijn we dan verlaten van alle goede geesten, zijn we dan verkocht, prijs gegeven … vraagt men zich af.
Leven we in een stuk van de wereld dat door God verlaten is? God lijkt verdraaid veraf. Een vrouwelijke arts die werkt op een IC vraagt zich af wat er van een jongen van 16 moet komen, die aan de beademing ligt. 's Avonds komt ze laat thuis, even haar verhaal doen, maar je man en je kinderen vooral niet strelen of aanraken. De priester heeft deze dag alleen maar met de wijkwast gezwaaid, voor een toespraak was geen tijd. De trucks stonden al klaar om de kisten weg te rijden. Tout court: de schaduwzijde van het leven, níets van licht te bespeuren. God waar was u?
 
En u: de kaart die je met Kerst kreeg. Er waren best lichtflitsen in de tekst die ze schreef. Er kwam een glimlach op je gezicht. Maar wat is het moeilijk om te geloven dat God zich te kennen geeft in een mens van vlees en bloed.
De mogelijkheid dat het Kerstgebeuren de Kerstboodschap in deze wereld op afwijzing stoot, wordt bij Johannes nuchter geregistreerd.
Het licht scheen in de wereld, maar de wereld zag het niet. Dat heeft Jezus ook vaak ervaren. Hij werd veracht, miskend. Maar het duister heeft het niet overweldigd. En dat is een feit, een werkelijkheid.
 
Johannes zegt en ziet iets anders. Hij ziet hoe de duisternis dat ene licht niet in haar macht gekregen heeft. Het heeft geen vat gekregen op dit kind. Terwijl het zich toch in de diepste diepten van het duister heeft gewaagd. Tot aan het kruis, vertelt het verhaal van Jezus verder, zelfs tot in de dood.
Het duister heeft geen vat op hem gekregen. En toch is hij zó vlees, zo een van ons, zo vreselijk dichtbij.
Dat is het grote geheim van deze dag, het brengt ons samen.
Het lost geen eenzaamheid op, het ruilt geen rampen in voor geluk.
Het is ook geen garantie voor succes in het leven, haast het tegendeel als het om de gangbare succesformules gaat. Maar het brengt ons - al is het maar even- in de buurt van het licht, dat over ons leven schijnt. Over ons vlees, over ons soms al te menselijke bestaan, om ons in elk geval vandaag anders te leren kijken, naar onszelf en naar elkaar. Op deze kerstochtend en juist in dit jaar van ramspoed in NL probeerde ik iets te zeggen over God die dichtbij ons wil zijn. Het kind dat van verre kwam heeft van het begin tot het einde van zijn leven zich gemengd met blijde en verdrietige mensen.
Wat zou er terecht zijn gekomen van de boodschap als het dat niet had gedaan! We zijn kinderen van God, gekend en bemind en voor het geluk geschapen. En waar het geluk geen kans krijgt, waar het bruut wordt gebroken, daar moet er dus iets gebeuren.
HOE… zoals het kind het heeft (voor)geleefd tegen alle duister in.
Maar om te beginnen op deze kerstdag verklaart God ons zijn liefde. Hij wil zo dicht mogelijk bij je zijn. Amen.
 
Arjan Cuperus
 
 

Deel dit