Vrijzinnig geloven

 

VVP

Overdenking van zondag 14 juni

Overdenking van zondag 14 juni

De predikant die zondag 14 april voor ging, ds. Alex van Heusden, heeft de overdenking opgestuurd. De dienst werd worden verzorgd volgens de bepalingen uit het artikel 'Vanaf 1 juni aangepast diensten' te lezen op deze website.
 
De dienst kan beluisterd worden via kerkomroep.
 
 
HOUTRUSTKERK DEN HAAG zondag 14 juni 2020
Paulus tussen Jood en Griek
Alex van Heusden
 
Sja'oel heette hij. Saul. Zoals de legendarische eerste koning van Israël. 'Gewenste' betekent die naam. Zijn Romeinse naam was Paulus. Dat betekent 'Kleintje'. Zou dat iets zeggen over zijn lengte?
Hij zou geboren zijn in Tarsos, een Grieks-Romeinse stad in Klein-Azië, het huidige Turkije. Daar leefde een aanzienlijke Joodse gemeenschap onder de paraplu van Romeins bestuur en Griekse manieren van doen: filosofie bedrijven, offers brengen in tempels, tafelgesprekken op niveau, je aansluiten bij dan weer het ene en dan weer het andere cultische genootschap onder protectie van een uitheemse god of godin. Nu eens Isis uit Egypte, dan weer Artemis uit Efeze of Mithras de stierendoder. Hoe noemen we dit? Relishoppen. Maar wilde je aan zo'n mysteriecultus deelnemen, dan moest je flink in de buidel tasten. Enkel voor welgestelde mensen was dit religieuze vertier weggelegd.
Ook sommige Joden deden daaraan mee - Griek met de Grieken worden, assimilatie, een goede gelegenheid om relaties aan te knopen, ook op zakelijk terrein. Andere Joden moesten daar niets van hebben - verraad aan de God van Israël en aan de vaderlijke overleveringen, de Joodse manier van leven.
 
In zijn jonge jaren was Sja'oel een overtuigde tegenstander van elke vorm van assimilatie. Daarom sloot hij zich aan bij de peroesjiem, de partij der 'afgezonderden' - we kennen ze onder de naam 'Farizeeën'. De peroesjiem staan een strategie van afzondering voor: Joden moeten zich onderscheiden van de niet-Joden in hun omgeving door te leven volgens de Farizese halacha. Met dit doel voor ogen stuurden de Farizeeën in Jeruzalem 'gezondenen' (sjelichiem) naar de steden in het Romeins imperium. Ook Sja'oel werd met een dergelijke taak belast. Volgens het boek Handelingen toog hij naar Damascus om de volgelingen van Jezus Messias met harde hand op het spoor van de Farizese afzondering te brengen (Handelingen 9:2).
Ongetwijfeld was Sja'oel op de hoogte van de toenemende spanningen tussen Joden en Grieken in de jaren dertig van de eerste eeuw. En hij kwam tot de bevinding dat niet enkel de culturele assimilatie, maar ook de Farizese strategie van afzondering tot niets zou leiden. Sja'oel begon te vrezen voor de toekomst van het Joodse volk en daarom koos hij voor een andere strategie: die van het streven naar nieuwe vreedzame betrekkingen tussen Joden en Grieken.
Naast de Farizeeën waren de Joodse aanhangers van Jezus Messias actief in de diaspora. Ook zij stuurden 'gezondenen' naar de steden in het imperium. Sja'oel sloot zich aan bij de messiaanse beweging, voor hem de enige mogelijkheid om zijn nieuwe doelen te realiseren.
 
Hij zou zich hebben 'bekeerd'. En daar beginnen de misverstanden. Want onder bekering verstaan we gewoonlijk de overgang van de ene godsdienst naar de andere. Sja'oel was een Jood, hij bekeerde zich en werd een christen. Maar zo is het niet. Evenals de andere Joden die volgelingen werden van Jezus Messias, is Sja'oel altijd Jood gebleven. Nergens in de brieven, die van hem bewaard zijn gebleven, noemt hij zich een christen. Daarin benadrukt hij juist zijn Jood-zijn. 'Want ook ik ben een Israëliet', schrijft hij aan de Romeinen, 'uit het zaad van Abraham, uit de stam Benjamin' (Romeinen 11:1).
 
De brief aan de Romeinen. We hoorden een fragment uit die brief, hoofdstuk 8: 'Ik ben er zeker van dat alle lijden hier en nu niet opweegt tegen het groot glanzend licht dat in de toekomst, ooit, ons verlichten zal.´
De stad Rome in de jaren veertig en vijftig van de eerste eeuw: smerige straten vol mensen uit alle windstreken, nauwe stegen met winkels en nijverheid, overbevolkte etagewoningen, zogenaamde insulae, 'wooneilanden'. De meeste Joden, omstreeks veertig- tot vijftigduizend op een bevolking van vierhonderdduizend, woonden in Transtibertinum, de wijk aan de overzijde van de Tiber, het huidige Trastevere. Een kleine minderheid van hen was volgeling van Jezus, naast niet-Joden, zogeheten gojiem, die zich bij hen hadden aangesloten. Een 'gemeente', vergadering, samenscholing van Joden en mensen uit andere volkeren. Een moeizaam multicultureel experiment. Ze probeerden deze overtuiging en dit vertrouwen hoog te houden: Jezus Messias die gestorven is, maar ook: die is opgewekt ten leven. Zo luidde het evangelie, het 'goede nieuws', dat hen samenriep en bijeenhield.
 
Het was een gemeente die onder vuur kwam te liggen, daar in Rome. Er werd in de loop van de jaren veertig een scherp conflict uitgevochten tussen Joodse volgelingen van Jezus en andere Joden. Dat liep zo hoog op dat Caesar Claudius (41-54) - u kent hem mogelijk, die mank lopende stotteraar vol zenuwtrekken - zich gedwongen zag in te grijpen. Politieke onrust in de hoofdstad kon hij niet gebruiken. Dus gaf hij rond het jaar 49 de Joden het bevel Rome te verlaten.
Als Paulus zijn Romeinenbrief schrijft, in de late jaren vijftig, zijn veel Joden inmiddels teruggekeerd naar de stad aan de Tiber. Hartelijk welkom zijn ze niet. Door hun niet-Joodse zusters en broeders in de gemeente worden ze met de nek aangekeken. Wie weet, gaan ze opnieuw tumult veroorzaken. De gemeente moet toch al op haar tellen passen, want de Romeinse veiligheids- en politiediensten liggen voortdurend op de loer.
Hoe houd je zo'n gemeente in stand en ook nog bij de les van het visioen 'deze wereld anders'? Anders wil zeggen: niet zoals de toenmalige Romeinse wereldorde.
 
Hoe zag die eruit, die Romeinse wereldorde? Volgens Vergilius, de dichter, was het eigen talent van Rome 'een hechte vrede opleggen, onderworpenen sparen, neerslaan wie zich verzetten' (Aeneis VI, 852-853). Pax Romana, 'Romeinse vrede'. Sinds het begin van de bevrijding op 12 september 1944 - 'Ineens waren de Amerikanen er' - leven wij onder de hoede van de Pax Americana.
Het visioen van deze wereld anders behelst dus niet de voortzetting van het Romeins Imperium, ook niet de Pax Americana, maar het 'koninkrijk van God'. In de taal van Paulus 'nieuwe schepping' - deze schepping, deze oude wereld omgevormd in nieuwe schepping, ook genaamd 'nieuwe mensheid', 'laatste mens'. Schepping is het tegendeel van chaos. De wereld van toen was chaos evenals de wereld van nu waarin wij leven. 'Heel deze schepping - deze oude wereld - zucht en lijdt als een vrouw in barensweeën tot op vandaag.'
 
Nieuwe schepping, nieuwe mensheid - dat zijn de sleutelwoorden van de wereldrevolutie die Paulus voor ogen staat. Het grote imperium laat het zonder gewetenswroeging gebeuren: dat mensen hongerlijden en sterven van dorst. Het imperium kent geen mededogen. Het imperium calculeert. Cui bono. Wie komt het ten goede? Wat het imperium ten goede komt, is goed, redelijk en waar.
In de messiaanse beweging van Joden en mensen uit andere volkeren moet het zo niet toegaan, leert Paulus. Eerbiedig elkaar, wees voorkomend in de omgang met elkander. Als je vijand honger heeft, geef hem te eten. Vertrouw je hieraan toe, met je hart en je verstand: de nacht van het grote imperium loopt ten einde, de dag van bevrijding komt naderbij - nieuwe mensheid, nieuwe schepping.
 
Heel deze oude schepping
nu nog in leegte gevangen
niet uit vrije wil
maar aan machten onderworpen -
zal worden bevrijd
uit het diensthuis der vergankelijkheid.
 
En zoals 'heel deze schepping zucht en lijdt als een vrouw in barensweeën', zo ook wij - 'wij zuchten diep in onze ziel tot wij, onze lichamen, zullen zijn bevrijd.' Een wereld van vrije mensen, bevrijd tot in hun lichaam - hun spiermassa, huid, bloedsomloop, beweging, ademhaling, eten en drinken, liefhebben en aanraken.
Als wij gemeente willen zijn, in de geest van Paulus, 'lichaam van de messias' in deze wereld, moeten wij ons oefenen, met geduld en volharding, in het betrachten van solidariteit met allen die worden gestigmatiseerd en buitengesloten.
 
Paulus was de aanjager van een Joods-messiaanse beweging. 'Messiaans' wil zeggen: gericht op bevrijding van mensen. Uit die Joods-messiaanse beweging is het christendom geworden - wat ook wel 'Joods-christelijke traditie' wordt genoemd, of 'Joods-christelijke beschaving'.
Deze woordcombinatie, 'Joods-christelijk', is geijkt in de negentiende eeuw, in het Duitse Tübingen, het jaar 1831, door een zeer invloedrijke protestantse theoloog, Ferdinand Christian Baur. Met 'Joods-christelijk' doelde hij op de rooms-katholieke kerk: die was volgens hem in hoge mate blijven steken in het Jodendom, vol Joodse smetten. Die rooms-katholieke kerk zou moeten verdwijnen. Geen 'Joods-christelijke beschaving' meer, maar een protestants en Verlicht Europa, bevrijd van haar 'achterlijke' katholieke en Joodse wortels.
 
Wie zijn we en wat is voor ons richtinggevend, wat is de dragende grond van de westerse beschaving waarin we zijn grootgebracht? Deze vragen staan in het hedendaagse publieke debat hoog op de agenda. En het zal u niet ontgaan zijn dat menig woordvoerder in dit debat aandacht vraagt voor de Joods-christelijke traditie als dragende grond. Onze 'Joods-christelijke wortels'. En ook onze 'Joods-christelijk-humanistische erfenis'. We zijn er getuigen van hoe er een gelegenheidsverbond is gesloten tussen sommige SGP'ers, conservatief-katholieken en Forum voor Democratie in naam van die zogeheten 'Joods-christelijke beschaving' om die voor Nederland te behouden.
Wat dan gemakshalve wordt vergeten, om niet te zeggen verdonkeremaand, is dat de gezamenlijke geschiedenis van Joden en christenen in dit deel van de wereld vele inktzwarte pagina's telt. Stigmatisering, achterstelling en vervolging van Joden tot en met de Shoah, de dood van de zes miljoen. Hoe zo, Joods-christelijke beschaving?
 
In zijn lezing gehouden op 4 mei jongstleden, Dodenherdenking, zei Arnon Grunberg: 'Zeggen het verleden nu wel te kennen is veelal een weigering om er kennis van te nemen. En wie zijn verleden niet kent, is niet zozeer gedoemd het te herhalen, als wel is hij gedoemd niet te weten wie hij is.'
 
 

Deel dit